Tijn

PCM Medewerker
  • Content count

    4,597
  • Joined

  • Last visited

Community Reputation

2,069 Excellent

About Tijn

  • Rank
    Kopman
  • Birthday 05/24/2002

Contact Methods

  • Website URL
    https://www.strava.com/athletes/tijnvandermuuren

Profile Information

  • Geslacht
    Mannelijk
  • Woonplaats
    Oudenbosch, Noord-Brabant
  • Interesses
    Wielrennen.
    Mooie verhalen.

Extra

  • Onderscheidingen
    Rittenmaker v/h jaar '16

    Rittenmaker v/h jaar '15
    Rit v/h jaar '15

Recent Profile Visitors

5,327 profile views
  1. Camera in PCM 2017

    F5 zou toch de normale camera moeten zijn...
  2. Etappe 3 | 09/07

    1. BMC 2. Sky 3. Sunweb 4. Quick-Step Floors 5. Mitchelton Scott R. Trek
  3. Vorig jaar analyseerde ik de beklimmingen van de Tour de France 2017. Welke cols zijn het zwaarst? Welke côtes passeren de renners op het buitenblad? Monnikenwerk, maar wel erg leuk om te doen. Daarom deed ik het dit jaar opnieuw, met een ietwat aangepaste formule weliswaar. Zo kregen alle 53 Tourbeklimmingen van 2018 een mooi cijfertje achter hun vaak illustere namen. Hoe zwaar ze stuk voor stuk zijn? Voilà: Formule: lengte in km · gem. stijgingspercentage + ((hoogte top in m + afgelegde hectometers in koers)/100) Tadaa: opnieuw gaan de bloemen, podiumkussen en knuffelleeuwtjes naar de Col de la Croix-de-Fer! Ondanks de nieuwe formule verslaat deze monstercol alle andere 53 Tourcols. Het verschil tussen de Croix-de-Fer en de nummer 2 in de lijst, de Col de la Madeleine, is echter slechts anderhalve punt. De derde plek gaat naar de Col de Portet, een nieuwkomer in de Tour. En wat voor een. Maar daarover later meer. Met de gouden en de zilveren beklimming in etappe 12, mag de laatste van drie Alpenritten zich ruimschoots de koninginnenrit noemen. Na de Col de la Madeleine en de Croix-de-Fer volgt namelijk nog de slotklim naar Alpe d’Huez, die nog net een vijfde stek meepakt in het colklassement. En tussen alle 2000’ers zit de prachtklim naar Montvernier nog verstopt in het etappeprofiel. Een etappe om voor thuis te blijven dus. Die twaalfde rit is dus het derde luik van de Alpentrilogie. De Tourorganisatie heeft de passage door het grootste gebergte van Frankrijk dit jaar niet makkelijk gemaakt. Etappe 10 is ook een monster. Geen aankomst bergop, wel de lastige combinatie Romme-Colombière aan het eind. En die tweetrapsklim volgt na de Montée du plateau des Glières. Geen bekende naam, hoewel de klim al jaren fungeert als scherprechter in de Tour de Savoie-Mont Blanc. Na zes loeisteile kilometers (11,5% gemiddeld) volgt een onverhard boerenstrondpad van twee kilometer. Niet iets om naar uit te kijken, Tourcoureur zijnde. De Col des Glières met aansluitend gravelpad op het plateau. Etappe 11 is met 108,5 km niet lang, maar de helft daarvan zijn klimkilometers. Twee cols van buitencategorie moeten in de eerste helft van de koers beklommen worden. Vervolgens leidt de Cormet de Roselend de renners richting de lange slotklim naar La Rosière. Na een zware Alpendriedaagse, volgt een eveneens pittige overgangsweek. Een vlakke rit naar Valence brengt de coureurs in het Centraal Massief, waar de cols kort maar onregelmatig zijn. Etappe 14 brengt de renners via drie van die typische Centraal Massief-beklimmingen naar Mende. Daar staat, hoog boven het stadje, de slotklim naar het vliegveld van Mende op het programma. De naam? Col de la Croix Neuve, maar in de volksmond wordt ie Montée Laurent Jalabert genoemd. De Fransman vertoefde tijdens de twaalfde etappe van de Tour van ’95 de hele dag in de kopgroep. Na 220 kilometer koers reed hij op merckxiaanse wijze weg van zijn medevluchters, om na een solo zegevierend over de landingsbaan te komen. Toen de Croix Neuve tien jaar later haar rentrée maakte in La Grande Boucle, herdoopte de organisatie de klim tot Montée Laurent Jalabert. Ook etappe 15 is een interessante. Daar begint op zestig kilometer van het eind ineens de klim naar de Pic de Nore. Een vreemde eend in de bijt, want deze col krijgt ondanks de ligging in het Centraal Massief liefst 103,5 punten; 12,3 km aan 6,3%. Minstens zo zwaar als menig Alpenklim dus. Helaas is het op de top van de Nore nog veertig kilometer tot de finish, waardoor de impact van deze top niet groot zal zijn. Na een welverdiende rustdag in Carcassonne doemen de Pyreneeën op. De eerste rit door dit gebergte valt echter nog mee, met vijf cols van verschillende moeilijkheidsgraden. De laatste, Col du Portillon, is een echte grenscol. De Tour beklimt de Spaanse kant, vandaar dat ie eigenlijk Coll de Portilló genoemd moet worden. Via de Franse kant bereiken de coureurs finishplaats Bagnères-de-Luchon. De Portilló is een atypische Pyreneeënklim. Niet te lang, weinig steil en zéker niet onregelmatig. Dat terwijl de Pyreneeëncols vaak grillig van karakter zijn. Die grillige Pyreneeëncols komen wel in de volgende dag. Etappe 17. 65 kilometer. 3300 hoogtemeters. Eerst rijden de renners de Peyresourde op, met het inmiddels wel bekende uitlopertje naar het vliegveld van Peyragudes. Vervolgens krijgen de coureurs de Val Louron-Azet voor de kiezen. Die is niet zo moeilijk, ‘slechts’ 81 punten. Toch is deze col door de Tourorganisatie benoemd tot categorie 1. Een col die duidelijk niet tot de eerste categorie behoort, is de Col de Portet. Dit Pyreneeënmonster eindigt met 167,9 punten op de derde plek overall, en sluit de kortste Touretappe in dertig jaar in stijl af. 16 kilometer, 8,7%. Oorspronkelijk ligt deze col bezaaid met gravelstroken. Het lijkt er echter op dat de weg volledig geasfalteerd is voor de komst van de Tour. Jammer, maar ondanks het gebrek aan onverhard is de Portet met 16 kilometer aan liefst 8,7% nog steeds een prachtige klim om deze eveneens prachtige etappe mee af te sluiten. De Col de Portet. Alle dikke, grijze stroken op de flank van het profiel zijn (voormalig?) onverharde stroken. De negentiende etappe kiest meer voor het traditionele pad. De Tourmalet, Aspin, Aubisque… we kennen ze wel. Op de Tourmalet wordt als vanouds de Souvenir Jacques Goddet uitgereikt. In de slottijdrit in Frans Baskenland vinden we dan nog een aardig klimmetje. Op zo’n vier kilometer van de aankomst in Espelette krijgen de tijdrijders de Col de Pinodieta voor de kiezen. De organisatie spreekt over 900 meter aan 10,2% met uitschieters tot 20%, maar in werkelijkheid gaat het om een klimmetje van een kilometer aan 6,5% met hooguit 14%. Lekker in een tijdritje, maar de Tourorganisatie vindt hem niet zwaar genoeg om er ook bergpunten voor te geven. En met 13,7 punten in mijn index, behoort de Pinodieta ook tot de ‘makkelijkste’ beklimmingen van deze Tour. Net als vorig jaar sluiten we deze lap tekst af met de Loden Leeuw onder de bergawards: de makkelijkste klim van de Tour de France 2018. Dat is de Côte de Pouzauges, vernoemd naar het dorpje dat op deze heuvel gelegen is. Al na 28 kilometer in etappe 2 komen de renners hem tegen, dat schijnt zo rond 14:00 ’s middags te zijn. De details? 1000 meter aan 3,9% gemiddeld. De moeite. Het stadje Pouzauges schijnt dankzij een pittoresk kasteeltje echter wel het bezoeken waard te zijn.
  4. Routes [Singh]

    Leuke etappes weer. Veel kansen voor de sprinters, maar toch al een flink aantal hoogtemeters. Hopelijk krijgen we in de Alpen veel spektakeletappes te zien.
  5. Routes [Singh]

    Mooie start van je Tour. Is de tijdrit niet dezelfde als die tijdrit die in de Tour van 2013 zat?
  6. Routes [Singh]

    Mooi parcours hoor, in Nijmegen. Je laat de bekende klimmen links liggen om meer renners de kans te geven; goed uitgedacht!
  7. Routes [Singh]

    Nee, sowieso niet. De nieuwe route mag dan wel sneller zijn, mooier is hij zeker niet!
  8. is jose been ontslagen?

    Chute José Been.
  9. Routes [Singh]

    Prachtige etappes zeg. Lekker ook dat je de kasseienafdaling neemt op de Gotthard. En de Grimsel en Furka zijn ook heerlijke passen. Ik kijk uit naar de laatste etappes.
  10. [PCM17|MOE_1]Lotto-Soudal!

    Heb laatst met deze ploeg een leuke carrière gehad, tot uiteindelijk drie seizoenen verder (Vuelta 2020). En ik kan je vertellen dat je Bjorg Lambrecht zo lang mogelijk bij je moet houden .
  11. [Routes] Tijn

    Dat ligt niet aan jou. In Amerika leggen ze de bergwegen haast perfect aan, en ze zijn ook allemaal enorm breed. Lijkt een beetje op die Zwitserse bergpassen.
  12. Forummeeting 2.0 (Juni tm Augustus)

    19 augustus vind ik best, 24 juni houd ik open.
  13. [Routes] Tijn

    De grote stad van San Diego komt steeds dichterbij, maar vooraleer de grensstad echt bereikt is, koersen de wielrensters eerst nog richting El Cajon, waarvan de naam overigens niets te maken heeft met het muziekinstrument. Ook komen de renners langs de berg met één van de mooiste namen van Californië: Potato Chip Mountain. In startplaats Ramona vond zo'n 250 jaar geleden de allereerste confrontatie tussen Europeanen en native American's plaats. In de decades daarna werd de stad gebruikt als rustplaats, eerst voor de Spanjaarden die op doortocht waren om de rest van Amerika te verkennen. En tijdens de negentiende eeuw pleisterden duizenden goudzoekers hier om te zoeken naar de koning der metalen. Na elf kilometer bereiken de rensters Potato Chip Mountain. En dat lees je goed. Buiten de fantastische naam is er weinig spannends aan dit verheffinkje, dus rijden de coureurs snel door richting finishplaats El Cajon. Daar moeten de rensters namelijk nog viermaal een heuvelachtig parcours afleggen. Met de laatste top op zes kilometer is een eindsprint onzeker. Kan in plaats daarvan een aanvalster de koers naar haar hand zetten? Dergelijke prenten hadden als doel Europeanen en andere niet-Amerikanen naar Californië te trekken, ten tijde van de California Gold Rush. @Singh, @Matthijs, @Mark1987, @Svekkes, @Rik Hesseling, @tinyriconen.