Sign in to follow this  
Jimski

Losse stukjes topic

48 posts in this topic

Dit topic komt wat in de vergetelheid terecht. Het is nochtans niet onnuttig om eens aan iets anders dan je verhaal te schrijven. Zeker nu er geen win-een-sticky meer is, zou dit topic wel wat meer aantrek mogen hebben. Zoals David eerder zei: "het kan geen kwaad om hier iets te plaatsen". Daarom dat ik het bij deze even omhoog haal. Commentaar op onderstaande suggestieve tekst mag steeds, vermits niets perfect is. 

 

Lulletje Rozenwater

 

Een natte plek die los door het dunne deken heen gaat. Mijn hand ontneemt me helaas al gauw alle hoop. Krampachtig onttrekt mijn plakkerige rug zich aan een matras die zich volgens mij behoorlijk schuldig voelt. Met een zachte streling tracht ik hem evenwel te sussen. Het is niet zijn schuld dat mijn nachtrust de laatste dagen danig ondermijnd werd. Terwijl enkele vingers mijn vette haren een plekje achter de oren geven, denk ik aan de enige echte schuldige. Was dat maar de thermometer die ook in het holst van de nacht nog steeds bij machte is om de dertig aan te tikken.

 

Omdat stilstaan gelijk staat aan achteruitgaan, besluit ik dan maar om actie te ondernemen. Heldhaftig de strijd aanbinden tegen mijn nachtelijke demonen en zo. Zo energiek als mijn vermoeide lichaam het toestaat, draai ik mijn benen negentig graden om vervolgens beide voetjes ongeveer tegelijkertijd op de grond te zetten. Met het rechtkomen heb ik vooralsnog geen problemen gehad. Wat daarop hoort te volgen is dan weer heel andere koek. Alsof ik plots vergeten ben hoe het moet, nadat het me al jaren op haast automatische piloot is gelukt.

 

Kom op zeg, verman jezelf. Gewoon naar de badkamer slenteren en daar kun je wel weer verder. Verder daar waar je droom van zonet abrupt afgebroken werd. Dit keer moet het licht echter aan. Ook al verblindt het in eerste instantie mijn netvliezen die veel liever blind blijven voor wat ze eigenlijk niet onder ogen willen komen. Ook zij moeten maar eens gaan inzien dat je niet altijd je zin kunt krijgen. En dat enig afzien nog tot het grootste geluk leidt. Of zou dat slechts een fabeltje zijn om het zinloze lijden net wat draaglijker te maken? Het is een deprimerende gedachte waar ik me echt niet mee in mag laten. Anders wordt ik misschien nog zo gek, dat ik me zomaar aan dt-fouten zou kunnen bezondigen. 

 

Beter denk ik aan een oplossing die ervoor zorgt dat mijn bed niet meer hoeft te baden in het zweet. Op dit eigenste moment is er in feite slechts één logische stap die daartoe gezet kan worden. Vol overgave haal ik het wonderbuisje boven. Die katgroene kijkers van me, die zich intussen redelijk hebben aangepast aan het schijnen van de TL-lamp, zien tot hun grote teleurstelling evenwel enkel een verschrompeld ding waar amper iets uit te halen valt. Gelukkig komt er na wat gegrabbel alsnog een steviger exemplaar van zo’n kleine 15 centimeter uit de bus. Vanaf dan duurt het niet lang meer tot het witte spul zich een weg naar mijn mond weet te banen, zij het via een kleine tussenstop.

 

Een slok water en twee minuten later spuug ik het terug uit. Met de lach van een drugsverslaafde clown die op bezoek is in een ziekenhuis voor psychiatrisch gestoorde astmapatiëntjes, taxeer ik mijn geleverde werk. Veel geel valt er volgens mij niet meer te ontwaren. Maar daar neem ik geen genoegen mee. Witter dan wit is het absolute einddoel. Spoelen en herhalen is dus de boodschap. Tijd zat, vermits slapen er toch niet meer in zit. Zatte tijden, ook dan geraak ik steevast de tel kwijt. Tot ik onverwachtse bloedsporen zie opduiken. Dan pas weet ik dat het tijd is om ermee op te houden en me toch maar eens richting bed te begeven.

 

Daar pik ik de draad weer op. De draad die door toedoen van mijn weinig alom geprezen zeemanskunsten de losse eindjes aan elkaar moet knopen. Dromenland laat je immers enkel zien hoe fantastisch het is om met je naakte armen over de daken van Oosterse oorden te vliegen. Hoe je bent opgestegen en of de landing niet al te hard zal zijn; daar wordt met geen beeld over gerept. Dat moet je maar zien uit te vogelen tijdens een moment van volle bewustzijn. Het bultje in mijn dunne deken verraadt echter dat ik daarvoor misschien net iets te vol van mezelf ben. Het antwoord op dit probleem is tot mijn grote spijt zo simpel als onmogelijk. Omdat ook in mijn buik één en ander ontpopt is, ben ik namelijk verder dan ooit verwijderd van het Kenjataimu. 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ik snap de gedachtegang van David wel. Ik heb altijd precies hetzelfde. Mijn personage Mark Hendriks bij VVV Venlo is ook een verzonnen persoon, maar er zal ongetwijfeld iemand in Nederland zijn die werkelijk zo heet (en waarschijnlijk zelfs wel meerdere) en hetzelfde geldt voor David Robinson bij Queens Park Rangers. Op het moment dat je 'een gewone man' uit dat land wilt gebruiken als je hoofdpersoon is het vaak logisch dat je een combinatie maakt van een voornaam en een achternaam die beide vrij normaal klinken en zo een echt bestaande persoon kunnen zijn (wat ze vaak ook zijn, getuigende dit voorbeeld van Stefan Brouwer), waardoor het vaak voor de lezers ook makkelijker is om je te visualiseren met een persoon dan wanneer je deze bijvoorbeeld Steve Brievens of Sjors Bierman (beide gebaseerd of Stefan Brouwer :P) zou noemen, waardoor het verhaal ook direct iets realistischer overkomt.

Tim Dutronc :notworthy: Wie kent m niet... Nee klopt, maar wel raar als je dan de naam van je beste maat tegenkomt zo.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geïnspireerd door de TV. Het is namelijk de James Bond maand in Nederland, dus zowat alle films worden nog eens herhaald. Daarom kwam ik op het idee om een nieuwe actieheld te creëren. Het is  uiteraard een actieverhaal. Tips altijd welkom! :)

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Ik zie dat het kwart over 4 is op de Big Ben. Binnen 5 uur moet ik, Pavel Lowanski, de wereld hebben gered van een ramp. De Engelse professor Peter Winston staat namelijk op het punt om een atoombom te creëren die de halve wereld zou kunnen laten ontploffen. Als we geluk hebben. Ik loop Oxford Streed af. Volgens de CIA bevindt Winston zich in Londen. Maar ja, Londen is groot. Héél groot. Ik loop richting de metro, waar ik in het metro-station Oxford Street stap. Het is niet druk, een doodgewone woensdag. Ik stap de metro in richting Leicester Square en besluit om nog eens naar de andere kant van Londen te gaan en te wachten op een telefoontje met meer informatie.

 

TRINNNG TRINNNG

Daar gaat dan toch de telefoon. Wat een slechte timing, midden in de metro. ''Met Lowanski'' ''Met Johnson, we hebben zijn mobiel kunnen traceren. Hij bevindt zich nu in de metro richting Leicester Square. We zenden het beeld over naar jou telefoon zodat je vanaf nu ook altijd weet waar Winston zich bevindt.'' Het beeld verschijnt en ik kan zien dat hij op 80 meter van mij is. Het getal blijft constant, wat betekent dat hij in deze metro is. 

 

Ik kom aan in Leicester Square. Snel stap ik uit en ik zoek meteen naar Winston. Daar zie ik hem, 6 wagonnetjes verderop. Hij loopt onopvallend door in een hoog tempo. Ik achtervolg hem op afstand en ik zorg ervoor dat hij mij niet kan zien. Hij loopt rechtsaf en zet er nu toch een stevige pas in. Ik versnel ook en kies een goed moment om hem te overmeesteren.

 

Opeens kijkt hij achterom, hij ziet mij en kijkt eerst verbaast, waarna hij verschrikt kijkt en opeens vol door sprint. Ik begin ook te rennen en we lopen richting Buckingham Palace. Het is een oneven datum en dus is er de wachtwisseling, een spektakel waarbij bobby's de wacht wisselen. Uiteraard trekt dit veel mensen, waardoor ik Winston even kwijtraak. Ik kijk op mijn scherm en zie dat hij op 40 meter van mij vandaan is. Het wordt steeds meer en het cijfer stokt bij 227 meter. Ik loop een kant op en zie dat het nog meer wordt. Nu loop ik een andere kant op en zie dat het minder wordt.

 

Het wordt 180 meter, 150, 135, 110, 85. Tot het stopt. Waarschijnlijk heeft hij mij al gezien en rent hij nu ook weg. Ik zie hem nu ook even verderop rennen. Hij steelt een auto en dus doe ik dat ook. We rijden met 100 per uur door hartje Londen. Het moet niet gekker worden. Hij rijdt een rondje en komt daarna weer terug bij Buckingham Palace. Ik probeer er langs te komen, want ik zie wat hij wil doen. Hij probeert op Buckingham Palace in te rijden.

 

Op het laatste moment kom ik langs hem en ik duw hem aan de kant. Hij botst tegen het hek, maar gelukkig wel met minder snelheid. Hij springt snel uit de auto en de stuurloze auto beukt tegen de westkant van de thuisbasis van de Queen. Hij rent door het gat van het hek wat wij hebben veroorzaakt. Ik ga hem weer achterna, maar ik heb nog een (redelijk) bruikbare auto. Helaas staan de mensen in de weg, want ik kom er niet langs met de auto. 

 

Opeens wordt er vanuit rechts een koffertje na Winston toegeworpen. Het is waarschijnlijk de koffer waar de atoombom in zit. Hij vangt hem en loopt door richting het metro station. Ik moet snel zien te zijn. Waarschijnlijk wil hij het in de metro laten ontploffen. Ik loop de metro in, check snel in en zie Winston het koffertje openmaken. Hij stopt onopvallend de atoombom onder zijn jas. De metro komt aan en stopt voor ons. Winston loopt een wagonnetje en ik loop onopvallend als laatste de metro in.  

 

We zijn als tweeën de enige in dit wagonnetje en ik loop op Winston af. "Het is over Peter''. ''Nog niet Pavel, nog niet.'' en hij stelt de bom af op 5 minuten. Ik loop op de bom af om hem af te stoppen, maar hij houdt mij onder schot. Ik heb geen idee wat ik moet doen. Nog 3,5 minuut. Het is over, denk ik. 2 minuten nog. Ik kan niks doen. De metro vermindert vaart. De omroepster komt met haar welbekende stemmetje dat we er bijna zijn.1 minuut. Alles is over. Winston kijkt naar buiten. Dit is mijn kans, denk ik en vlieg op hem af. Een gevecht volgt en ik sla op hem in, zijn pistool valt en ik grijp het. ''Nu zijn de rollen omgedraaid.'' Ik trek het apparaat uit elkaar. Nog 20 seconden. Het lukt niet. Nog 15 seconden. Ik stap uit met de bom en iedereen kijkt verschrikt op. Winston heeft zijn pistool weer en schiet zonder aarzelen op mij. Hij raakt mij in mijn arm en ik voel pijn. Met dat ik naar de grond vlieg, trek ik een draadje los. De tijd stopt op 3 seconden. Net op tijd. Een medewerker bedankt mij en belt de ambulance. ''Wie ben jij eigenlijk?'' ''Lowanski, Pavel Lowanski. Aangenaam.''

Share this post


Link to post
Share on other sites

Weinig echte taalfouten, wel ergens een w bij jouw vergeten, koffertje naar iemand toewerpen vanop rechts ipv na vanuit (al ben ik van vanop ook niet geheel zeker), met/bij het naar de grond vliegen, verbaasd ipv verbaast ergens. Maar valt heel goed mee dus. 

 

 

Naar zinsconstructies toe is hier een interessant stuk: 

Opeens kijkt hij achterom, hij ziet mij en kijkt eerst verbaast, waarna hij verschrikt kijkt en opeens vol door sprint. Ik begin ook te rennen en we lopen richting Buckingham Palace. Het is een oneven datum en dus is er de wachtwisseling, een spektakel waarbij bobby's de wacht wisselen.

 

Persoonlijk kon ik wel lachen om je beschrijving van de wachtwisseling, maar volgens mij was het niet je bedoeling om daar wat humor in te leggen. Dergelijke herhalingen moet je voor oppassen, zeker in een korte tekst als deze waarin je al enorm veel informatie geeft in weinig woorden. Dan moet ieder woord ertoe doen en een aanvulling zijn. 

 

In dat opzicht denk ik ook dat er overal wel wat aanvulling in mag. Het gaat te snel om alle acties in je op te nemen. Je moet het nu in feite twee keer lezen om te snappen wat er gaande is. Je struikelt ook over je eigen voeten in al je haast, zoals het gebruik van "maar" en "want" in onderstaande zin illustreert. 

Ik ga hem weer achterna, maar ik heb nog een (redelijk) bruikbare auto. Helaas staan de mensen in de weg, want ik kom er niet langs met de auto. 

 

 

Inhoudelijk gezien is vijf minuten voor een atoombom ook twijfelachtig (tenzij winston zelfmoord wilde plegen). Het einde is niet slecht en zal wel liefhebbers hebben, maar persoonlijk zag ik ook nog een kans in het feit dat de omstaanders zouden denken dat Lowanski de gevaarlijke gek met de atoombom was. Dan zou hij na het verslaan van Winston, meteen een nieuwe vijand hebben. Maar goed, dat doet er weinig meer toe. 

 

 

 

Concrete tip/oefening: neem één alinea (5 en 6 lenen zich er wss het best toe) en herschrijf die tot je het dubbel aantal woorden hebt, zonder dat je extra acties toevoegt. Dus enkel met gedachten van je personage (die zich ook kan afvragen wat winston op dit moment aan het denken is), hoe de omgeving eruit ziet, uitgebreidere beschrijving van de acties op zich,...

Waarschijnlijk wordt het al heel wat duidelijker. Maar je zal ook meer tijd aan de extra 150 woorden moeten besteden dan aan je eerste 150. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het mag inderdaad wat uitgebreider. Maar na het einde toe wordt het altijd wat slechter. Weet niet hoe dat komt, of ik dan geen geduld heb, idk. Maar zal morgen eens iets veranderen, kijken of het beter wordt. Vanuit rechts is volgens mij goed Nederlands.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Ooit een idee voor een verhaal. Echter niet uitgekomen. 

 

 

*Titel*

 

Het stond vast. Ik liep trots richting de uitgang. Deur open. Deur dicht. Buiten. Donker. Stil. Muisstil. Het gaf me een goed gevoel. Het drong tot me door. Mijn droom was uitgekomen: ik zou ploegleider worden van een grote wielerploeg. Lampre – Merida. Giuseppe Saronni – hij was de gerespecteerde baas van de ploeg – had vertrouwen in me. Dusdanig veel vertrouwen dat hij mij een contract aan had geboden met een enorm salaris en, misschien nog wel belangrijker; ik zou de eindverantwoordelijke op het gebied van het sportieve vlak worden. Ik mocht besluiten wie welke wedstrijden zou rijden. Wat de doelstellingen zouden worden. Van welke renners de contracten verlengd zouden worden, en van wie niet. En ga zo maar door. Ik vond het prachtig. Ik zou de touwtjes in handen mogen nemen. Toch vroeg ik mij af: vanwaar dat enorme vertrouwen in mij?

 

Ik was als wielrenner nooit groots geweest. Mijn tactisch inzicht bracht mij desondanks nog vrij ver. Evenals mijn drang om te winnen en om de beste te zijn. Ik stond bekend als rittenkaper in redelijk grote rondes. Ik was bergop niet goed genoeg om met de allerbeste mee te kunnen en mijn versnelling was niet krachtig genoeg om mee te kunnen doen met de grote sprinters. In de kleinere rondes was het anders. Dan kon ik altijd meedoen met de beste in koers. Bergop, in de sprint.. Mijn grootste overwinning was toch wel een prachtige rit in de ronde van Frankrijk van 2004. Die zal ik nooit meer vergeten. Het was de vijftiende rit. Een bergetappe, naar Saint-Lary-Soulan. Een vroege ontsnapping van zo'n acht, negen man. Het tempo lag hoog en al snel werd het mij duidelijk: ik had goede benen. Aan de voet van de beklimming besloot ik er in mijn ééntje van door te gaan. Nog ongeveer achttien kilometer te gaan en de voorsprong schommelde zo rond de twee minuten. Ik had al snel een gat. Het gat werd groter en groter. Ik reed in een goed tempo omhoog. Ik nam zo af en toe een flinke tuig uit mijn bidon. Het gaf mij kracht. Ik begon steeds harder op mijn trappers te stampen. Het voelde alsof ik woest was. Alsof er geen grens meer was. Ik zou de top bereiken. In mijn ééntje. Met de armen omhoog. En het lukte. Een minuut na mij kwam Lance Armstrong over de finish. Hij feliciteerde mij, maar ik zag aan hem dat hij liever zelf de rit gewonnen had. Het was prachtig. Het gevoel van een overwinning is onbeschrijfelijk. Ik was van plan om er in de toekomst nog velen te pakken.

 

Maar zo ging het echter niet. Een jaar na mijn etappe-overwinning in de ronde van Frankrijk veranderde mijn leven in een ware hel. Ik verloor zowel mijn vader als mijn zwangere vriendin in een tijdsbestek van twee maanden tijd. Het was ongetwijfeld de zwaarste periode uit mijn leven. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Ik kwam vaak dronken thuis. Soms met blauwe plekken en een aantal schaafwonden. En altijd alleen. Geen vriendin meer om me op te vangen na een zware dag op de club. Helemaal niks. Eenzaam. Altijd eenzaam.

 

Ook op de wielerclub ging het stukken minder. Op trainingen stelde ik keer op keer flink teleur. Ik had het gehad. En niet alleen met wielrennen. Met alles. Waar ik eerder genoot van het leven, had ik er nu een hekel aan. De onvermijdelijke vraag was dan ook; waarom? Ik heb nooit geloofd in een god. Ik vond dat de grootst mogelijke onzin die je je maar kon bedenken. En in die tijd was die gedachte alleen maar sterker geworden.

 

Na een jaar van drama en thuiszitten – ik was inmiddels nog maar 27 – wou ik graag weer met wielrennen beginnen. Ik had weer de wind mee in mijn leven en vond dat het wel weer tijd was om zo ook mijn grote ambitie weer op te pakken: wielrennen. Het ging me echter niet gemakkelijk af. Profploegen durfden het niet met me aan. Het was een te groot risico, zeiden ze. Ik moest eerst maar weer bewijzen dat ik terug op niveau kon komen. Natuurlijk wist ik dat het lastig zou worden. Een jaar lang had ik mijn fiets niet eens aangeraakt. Ik was inmiddels zo'n acht kilo aangekomen. En ze moesten er allemaal weer af. En ook het wedstrijdritme moest er weer in komen. Uiteindelijk kon ik bij een kleine wielerploeg van de streek weer aansluiten. De eerste maanden verliepen moeizaam. Na een kleine negen maanden kwam er echter verbetering in. Verbetering, maar niet veel. Langzamerhand werd het duidelijk: het zou reuze moeilijk worden om weer terug op niveau te komen. Mijn hart was lichtelijk aangetast door het velen nuttigen van alcohol, mijn longen waren pikzwart door het roken, mijn lichaam herstelde erg moeizaam na gedane inspanningen.. Het zou 'm niet worden. Ik gaf de hoop op. Toch wou ik terug het wielerwereldje in. Ik besloot voor mezelf dat ik ploegleider zou worden. Als nog vrij jonge ex-wielrenner die pas geleden totaal de weg kwijt was geraakt was dat echter moeilijk, héél moeilijk. Ik schreef columns op de sportpagina van de plaatselijke krant. En ik had een bijrol bij de plaatselijke wielerclub als stagair-ploegleider. Maar dat was nog niks, wist ik. Toch ging het allemaal vrij snel. Ik werd ploegleider en, geloof het of niet, het ging aantoonbaar beter. Er werden zelfs wedstrijden gewonnen. Ook de plaatselijke krant schreef erover. Na twee jaar mochten we – nog altijd onder mijn leiding – uitkomen op Continentaal niveau. We waren hard op weg om een échte wielerploeg te worden. En niet alleen de plaatselijke, maar ook de grotere, landelijke kranten kregen het door. Grote stukken die over mij gingen. Van voormalig etappe-winnaar in de ronde van Frankrijk, tot losgeslagen alcoholist en nu succesvol ploegleider van een klein wielerploegje, die langzaam groter begon te worden. Het was een opmerkelijk maar mooi verhaal, zo schreven ze.

 

Het was een leuk en aardig leven, maar mijn ambitie was nog altijd om ploegleider te worden van een grote wielerploeg, op het hoogste niveau. En geheel onverwachts kreeg ik vorige week een uitnodiging van de grote Giuseppe Saronni. Hij zag mij als dé nieuwe man voor Lampre – Merida. Met mij erbij zou de ploeg een nieuwe weg kunnen inslaan en weer een gezicht krijgen, zo zei hij. Ik was onder de indruk. Hoe kon hij nu kiezen voor een verdwaalde wielrenner die pas een paar jaar lang ploegleider van een klein wielerploegje was? Hij zei dat hij regelmatig verhalen over mij te horen kreeg en dat hij onder de indruk was van wat hij hoorde. 'Je bent een man met passie en een frisse, scherpe blik', waren zijn laatste woorden voordat hij het contract onder mijn neus schoof. Ik twijfelde geen moment. Tekenen en wegwezen, wist ik. Nadat we gezamenlijk, met allebei een glas champagne in de hand, poseerde voor de foto, had hij mij nog wat te zeggen. Iets belangrijks. 'Fabrice', begon hij, 'je zal een belangrijke man worden hier. Ik heb vertrouwen in je, maar weet wel: je zal onze vertrouwen wel moeten uitbetalen. Je zal er alles voor over moeten hebben. En je zal er ook moeten staan als het wat minder gaat.' Het prikkelde mij des te meer. Ik had er zin. Enorm veel.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Zeer mooi stuk, bewijst maar weer eens dat je zeer goed kan schrijven :)

Share this post


Link to post
Share on other sites

Enjoy hopelijk van deze drie stukjes, ik heb graag dat iemand comments of tips geeft ;)

(Melvin Rafinha is een verzonnen naam)

1 Augustus 2014-

Ik ben Melvin Rafinha, 19 jaar oud, en profwielrenner bij Jo Piels. Ik ben een Nederlander met Amerikaanse roots, mijn vader is Amerikaans. Mijn specialiteit is klimmen, maar naast klimmen kan ik ook redelijk over de heuvels, alleen het tijdrijden ligt me niet. Ik won onder andere de Volta Limburg Classic, en reed talloze ereplaatsen bij elkaar, waaronder een vijfde plek in de Olympia's Tour. Ik was volop in training voor mijn volgende koersen: Arnhem-Veenendaal Classic en een meerdaagse wedstrijd in Noorwegen. Vooral de eerste koers is belangrijk voor de sponsor, ze willen dat er een top vijf notering komt, die onze sprinter moet behalen. Maar gisteren keek ik zoals zo vaak de laatste tijd in mijn mailbox, en naast de line-up voor die koersen zag ik het volgende mailtje:

Hallo Melvin,

Wij van Trek Factory Racing willen je de kans geven bij onze ploeg. We hebben je goed zijn rijden in koersen waar wij ook aan de start stonden, en daarom krijg je deze kans aangeboden.

Je bent bij ons stagair van 1 augustus tot 18 oktober, na deze periode beslissen we of je bij het team mag blijven. Hopelijk accepteer je ons aanbod, hieronder kun je de koersen zien die je mag rijden.

Veel plezier en succes de komende tijd.

Met vriendelijke groeten,

Dirk Demol.

Rijtje koersen:

Tour of Utah

Arnhem-Veenendaal Classic.

Tour of Britain

Paris-Tours.

Ik benatwoorde direct de mail met een duidelijke ja, want nu kan ik in Amerika koersen bij een Amerikaanse ploeg, en mijn vader kan zo weer terug naar zijn land. Al mijn teamgenoten wisten al van deze stap, ze wensten me veel succes, al waren ze ook jaloers. Maar dat valt te begrijpen.

Ondertussen besloot ik me om te kleden voor een trainingsritje, op de fietsen van Trek. Ik had er twee gekregen, en was er superblij mee. Mijn trainingsritje ging goed: Ik reed een aardig tempo, perste op het einde nog een sprintje eruit, en mijn gemiddelde was 41 km per uur. Daar was ik blij mee, en het belangrijkste was, dat de fietsen lekker reden. Het eten stond gelijk klaar toen ik thuis kwam, mijn ouders hadden gekookt. Het waren lekkere aardappelen met boontjes en een hamburger.

Na het avondeten besloot ik lekker tv te gaan kijken op de bank en met mijn ouders te praten over deze stap. Ze waren blij, maar ook trots. Ik ging vroeg naar bed, want morgen staat er een lange vliegreis te wachten. Overmorgen ga ik het Trek team ontmoeten in Amerika, maar niet iedereen, sommige renners van de ploeg zijn in Polen. Ik ging slapen en droomde dat ik de Tour won.

Stukje 2

We zaten op onze vlucht te wachten. Het was zeven uur s' ochtends. Ik was best wel zenuwachtig voor de ontmoeting, maar mijn ouders stelden me gerust. Na het inchecken wat snel ging, liepen we naar een Starbucks tentje. Ik nam een kop koffie met een chocolade muffin, mijn ouders namen koffie met een saucijzenbroodje. Nadat alles opgesmikkeld was, gingen we rustig naar de gate, we waren ruimschoots op tijd. Na een half uur wachten, konden we aan boord van het vliegtuig. Ik ging bij het raam zitten. De eerste minuten in het vliegtuig waren spannend, omdat het toch best wel snel de lucht inschoot, maar alles verliep goed. Ik besloot een kussen en een dekentje te vragen, want we moesten nog lang vliegen. Ik deed mijn ogen dicht, en viel in een diepe slaap, denkend aan een geweldige overwinning.

Toen ik wakker werd, lag mijn vader nog te slapen, maar mijn moeder was wel wakker. Ze zei dat we over een uurtje gingen landen. Het resterende uur, dat volgde, deed ik met mijn moeder een spelletje. We deden zeeslag. Ik won en mijn moeder feliciteerde mij. De landing verliep goed, we stapten tevreden uit het vliegtuig, maar het was ondertussen al tien uur s'avonds Amerikaanse tijd. We pakten onze bagage en werden naar ons hotel gebracht.

De reis naar het hotel toe verliep moeizaam, want ik dommelde de hele tijd in slaap. Toen we echter na een uur in de bus, arriveerden bij ons hotel, was ik ineens veel minder moe. We checkten in bij de receptie, en kregen de sleutel van de kamer. Ons kamernummer was 235. We pakten onze koffers uit, maar halverwege besloten we toch te stoppen, we waren moe, en over vier dagen rijd ik al mijn eerste koers: De Tour of Utah.

Maar eerst had ik morgen een ontmoeting met de renners van het team. Ik droomde vroeger om ooit de hand van Fabian Cancellara te mogen schudden, morgen ging het dan echt gebeuren. Ik ben ook neo-prof geworden, iets waar ik vroeger ook alleen maar over droomde. Uiteindelijk toen het laatste licht uit ging, viel ik in een diepe slaap.

Stukje 3

Vandaag is de ontmoeting met de overige Trek renners. Ik werd pas laat wakker, eigenlijk werd ik niet eens wakker, want mijn ouders moesten mij wekken. Aardig suf liep ik naar beneden met mijn ouders, voor het ontbijt. Hier in Amerika hebben ze veel keus als ontbijt, ik nam drie broodjes met worst, en ik besloot wat jus d' orange te drinken. Nadat we waren uitgegeten, liep ik nog even langs de fruitmand, om een stukje fruit mee te nemen. Het werd uiteindelijk een banaan, en we gingen terug naar onze hotelkamer.

In de kamer gingen we ons nog wat opfrissen en omkleden, zo trok ik nog even gauw een trainingspak aan.

Om half twaalf kwam een taxi voorrijden, die voor ons bestemd was. Die taxi bracht ons naar Utah. We hadden afgesproken met Dirk Demol om daar elkaar te ontmoeten, omdat ik over drie dagen daar mijn eerste wedstrijd moet rijden. Dit was best wel handig, want nu hoefde ik straks niet meer te reizen, en kon ik me hier in alle rust voorbereiden. Mijn ouders vertelden in de taxi dat ze na de Tour Of Utah weer naar huis gingen, ik zou een dag later weer terug naar Nederland reizen.

Na een reis van drie kwartier kwamen we aan op de afgesproken plaats. Ik werd hartelijk begroet, mijn ouders niet, want zij gingen naar ons 'nieuwe' hotel, om alle spullen weer uit te pakken. Ik had veel plezier, en het mooiste moment vond ik toch dat ik de hand van Cancellara mocht schudden. Voor de rest kletste ik met iedereen wat, behalve een zevental: Kristof(Vandewalle), Yaroslav (Popovych), Stijn (Devolder), Fabio (Silvestre), Eugenio (Alafaci), Gregory (Rast) en Fabio (Felline). Zij reden een WT koers in Polen, de Tour of Pologne. Trek heeft de WT punten hard nodig, want het gaat niet zo goed dit seizoen. In het WT klassement staan we pas twaalfde helaas.

Morgen heb ik een training, enkel met de renners waarmee ik de Tour of Utah rijd. Dat zijn: Matthew (Busche), Frank (Schleck), Calvin (Watson), Jens (Voigt), Riccardo (Zoidl), Robert (Kiserlovski) en een renner uit de opeldingsploeg: Alex Kirsch.

Ik kijk er al naar uit, over drie dagen is dus de eerste etappe. We hebben een best wel sterke selectie, waarmee we voor een ritzege gaan. Ook willen de ploegleiders graag een top tien in het algemeen klassement, iets wat moeilijk wordt, maar we gaan ervoor. De andere helft vertrekt naar Europa voor de Eneco Tour en de Vuelta onder andere. Ik krijg morgen ook mijn rol te horen voor de Tour Of Utah, ik ben benieuwd.

Na afscheid te hebben genomen, vertrek ik met de taxi naar het hotel, waar mijn ouders me opwachten. Ze vroegen hoe het ging, en we gingen vol trots naar onze hotelkamer, waar we gingen uitrusten voor de dag van morgen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Dit is een stukje dat ik al enkele maanden geleden schreef, misschien zit er in de toekomst een echt verhaal in. Opmerkingen / tips zijn welkom. :) 

 

#1

5 oktober 2013

 

Het is nog vroeg wanneer de haan van de buren het nodig vindt om het hele dorp te wekken, maar goed anders had ik waarschijnlijk de hele dag in mijn bed gelegen. Ik slenter van de trap en kom zo in de eetkamer terecht waar mijn ouders aan het discussiëren zijn, ik hoor de namen Bart De Wever en Kris Peeters vallen, politiek dus niets voor mij… Ik eet vlug twee boterhammen en maak me dan uit de voeten.

 

Laat ik me eerst even voorstellen, mijn naam is Lars Peeters. Ik ben net 18 geworden en  heb één grote passie: wielrennen. Ik beoefen deze sport ook al enkele jaren bij een club hier uit de buurt “ Koninklijke Brugse Velosport”. Mijn trainers zeggen dat ik veel talent heb, de sportdokter zei me ooit dat ik het postuur heb om de ronde van Frankrijk te winnen, daar moest ik eens goed om lachen. Veel winnen doe ik niet, maar dat komt doordat wedstrijden hier meestal eindigen op een massaspurt en ik heb het heel moeilijk met wringen in het peloton. Vorig jaar kon ik dan toch eens een wedstrijd winnen, een tweedaagse dan nog wel (een ronde in en rond Durbuy). Hiermee bewees ik dat er een klimmer, of toch iets dat er op lijkt, in mij schuilt.

 

Ik zat rustig in mijn kamer het nieuws wat te overlopen tot plots mijn vader riep: “hier ligt post voor je”! Waarschijnlijk weer een brief die me vertelt dat mijn boek uit de bibliotheek al drie weken ingediend moest zijn. Ik besloot toch om eens te gaan kijken. Het was een brief van ene  Christophe Sercu. Die naam kende ik van ergens, maar ik kon het niet meteen plaatsen. Toen ik de brief opende zag ik het ook meteen. Christophe Sercu is algemeen manager van Topsport – Vlaanderen Baloise. In de brief staat dat hij mij uitnodigt voor een gesprek, veel meer dan de plaats en het tijdstip staat er niet in. Ik ben alvast benieuwd wat meneer Sercu met mij wil bespreken…

 

 

 

19 oktober 2013

 

Voor een zaterdag ben ik abnormaal vroeg uit de veren, logisch ook al twee weken kijk ik uit naar deze dag. Vanmiddag hebben ik en mijn vader een gesprek met Christophe Sercu, algemeen manager van Topsport – Vlaanderen Baloise. Ik had mijn trainer en enkele ploegmaats al op de hoogte gebracht, ze vonden het allemaal even spannend als ik. Om even te ontspannen besloot ik even te gaan trainen, maar dat ging niet zo vlot. Steeds spookte dezelfde vraag door mijn hoofd: over wat zal het gesprek gaan?

 

Om twee uur stipt stonden ik en mijn vader in Waregem, daar hadden we afgesproken. Op het eerste zich was er niemand te zien, maar opeens tikte een man op mijn schouder: “ Bent u Lars Peeters?”. Ietwat geschrokken antwoordde ik “ja”. De man bleek Christophe Sercu te zijn, hij stelde voor om naar zijn huis te gaan. Een vriendelijke man, dat zeker… Toen we in zijn woonkamer zaten besloot hij meteen ter zake te komen: “ Lars, ik heb je al enkele keren aan het werk gezien, wat zou je er van vinden om stage te komen lopen bij Topsport – Vlaanderen Baloise ?” Daar stond ik dan met mijn mond vol tanden, ook mijn vader geloofde zijn oren niet. Christophe opende een lade en haalde een contract en een pen uit, legde het voor me en zei; “als je hier tekent dan rijd je vanaf 1 januari voor Topsport – Vlaanderen Baloise. Ik keek mijn vader aan, die knikte instemmend. Ook ik moest geen moment twijfelen en zette een mooie krabbel onder het contract. Nadien hadden we het nog over enkele praktische zaken zoals verzekeringen enz… Omstreeks vijf uur namen we afscheid van Christophe Sercu. Op de terugweg heb ik toch eens goed in mijn wangen moeten knijpen, “ heb ik nu echt een contract getekend bij Topsport – Vlaanderen?”

 

Dit moet zo ongeveer de mooiste dag uit mijn leven zijn, alsof ik ieder moment kan ontwaken uit een droom. Op 9 november zal in voor de eerste keer kennismaken met mijn nieuwe ploegmakkers, dan vertrekken we op stage naar de Spaanse zon.

Share this post


Link to post
Share on other sites

ZOU

 

 

@Erik

Bedankt.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Deze man brengt wielrennen en seks dichter bij elkaar dan ooit. Het hakkelende Engels, de onsubtiele kneep in het achterste van de rondemiss na aankomst van De Ronde, de wheelie in Wevelgem, het ongelooflijk stijlvol hangen op het kader van zijn koersfiets, het groen gespoten baardje, het ontblootte bovenlichaam op Instagram, het pretenderen Wolverine of de Incredible Hulk te zijn. Het is de perfecte combinatie tussen kinderlijke aandoenlijkheid en epische, testosteronrijke prestaties die je seksuele geaardheid doet twijfelen. Onbeschrijfelijk is het, hoeveel charisma één persoon met zich mee kan dragen. Een hommage aan de meest flamboyante wielrenner aller tijden is dan ook onmogelijk; de man is een verpersoonlijking van zichzelf.

Op het vlak van wielrennen duiken er langzamerhand echter kritieken op, hij lost namelijk de belofte die hij twee, drie jaar geleden met zich meebracht vooralsnog niet in. ‘’Hij koerst te gretig, heeft te weinig koersinzicht, te zwakke ploeg, laat zich leiden door jeugdige overmoed, als hij wil winnen zal hij het slimmer moeten spelen.’’ De criticasters hebben gelijk, als hij zo blijft koersen zal hij nooit zijn belofte inlossen. Een échte wielerliefhebber zal de schoonheid hier echter van inzien, de Slowaak past niet in het Angelsaksische plaatje van het wielrennen post-doping, en dat is nou juist wat hem siert. Peter Sagan brengt de romantische en lichtelijk erotische essentie van het wielrennen terug bij de kijker. Peter Sagan koerst, anders dan de overgrote meerderheid van het hedendaagse peloton, niet om te winnen. Peter Sagan koerst om te behagen, te beminnen en te bevruchten. En doet dat met verve.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this