Sign in to follow this  
Tijn

Wielerlab: Tourbeklimmingen 2018

3 posts in this topic

T4nDQRt.jpg

Vorig jaar analyseerde ik de beklimmingen van de Tour de France 2017. Welke cols zijn het zwaarst? Welke côtes passeren de renners op het buitenblad? Monnikenwerk, maar wel erg leuk om te doen. Daarom deed ik het dit jaar opnieuw, met een ietwat aangepaste formule weliswaar. Zo kregen alle 53 Tourbeklimmingen van 2018 een mooi cijfertje achter hun vaak illustere namen. Hoe zwaar ze stuk voor stuk zijn? Voilà:

iYuUMd2.png
VkBVKxJ.png
J331FDT.png
ZM0U2ms.png

Formule: lengte in km · gem. stijgingspercentage + ((hoogte top in m + afgelegde hectometers in koers)/100)

Citaat

Zoals gezegd is de formule ietwat gewijzigd. Waar vorig jaar enkel de lengte van de klim en het gemiddelde stijgingspercentage meetelden, wordt de index dit jaar uitgebreid met de hoogte van de klim en het moment dat de col wordt aangedaan in de etappe. Een Alpe d’Huez met frisse benen voelt namelijk beduidend anders aan dan een Alpe d’Huez na 160 kilometer koers. En hoe hoger de top, hoe minder zuurstof om naar te happen bij zware inspanningen. Vandaar dat ik die twee factoren heb meegenomen in de uiteindelijke formule.  

Tadaa: opnieuw gaan de bloemen, podiumkussen en knuffelleeuwtjes naar de Col de la Croix-de-Fer! Ondanks de nieuwe formule verslaat deze monstercol alle andere 53 Tourcols. Het verschil tussen de Croix-de-Fer en de nummer 2 in de lijst, de Col de la Madeleine, is echter slechts anderhalve punt. De derde plek gaat naar de Col de Portet, een nieuwkomer in de Tour. En wat voor een. Maar daarover later meer.

CroixDeFerE.gif

Met de gouden en de zilveren beklimming in etappe 12, mag de laatste van drie Alpenritten zich ruimschoots de koninginnenrit noemen. Na de Col de la Madeleine en de Croix-de-Fer volgt namelijk nog de slotklim naar Alpe d’Huez, die nog net een vijfde stek meepakt in het colklassement. En tussen alle 2000’ers zit de prachtklim naar Montvernier nog verstopt in het etappeprofiel. Een etappe om voor thuis te blijven dus.

Die twaalfde rit is dus het derde luik van de Alpentrilogie. De Tourorganisatie heeft de passage door het grootste gebergte van Frankrijk dit jaar niet makkelijk gemaakt. Etappe 10 is ook een monster. Geen aankomst bergop, wel de lastige combinatie Romme-Colombière aan het eind. En die tweetrapsklim volgt na de Montée du plateau des Glières. Geen bekende naam, hoewel de klim al jaren fungeert als scherprechter in de Tour de Savoie-Mont Blanc. Na zes loeisteile kilometers (11,5% gemiddeld) volgt een onverhard boerenstrondpad van twee kilometer. Niet iets om naar uit te kijken, Tourcoureur zijnde.

GlieresE.gif
De Col des Glières met aansluitend gravelpad op het plateau. 

Etappe 11 is met 108,5 km niet lang, maar de helft daarvan zijn klimkilometers. Twee cols van buitencategorie moeten in de eerste helft van de koers beklommen worden. Vervolgens leidt de Cormet de Roselend de renners richting de lange slotklim naar La Rosière.

Na een zware Alpendriedaagse, volgt een eveneens pittige overgangsweek. Een vlakke rit naar Valence brengt de coureurs in het Centraal Massief, waar de cols kort maar onregelmatig zijn. Etappe 14 brengt de renners via drie van die typische Centraal Massief-beklimmingen naar Mende. Daar staat, hoog boven het stadje, de slotklim naar het vliegveld van Mende op het programma. De naam? Col de la Croix Neuve, maar in de volksmond wordt ie Montée Laurent Jalabert genoemd. De Fransman vertoefde tijdens de twaalfde etappe van de Tour van ’95 de hele dag in de kopgroep. Na 220 kilometer koers reed hij op merckxiaanse wijze weg van zijn medevluchters, om na een solo zegevierend over de landingsbaan te komen. Toen de Croix Neuve tien jaar later haar rentrée maakte in La Grande Boucle, herdoopte de organisatie de klim tot Montée Laurent Jalabert.

CroixNeuveN.gif

Ook etappe 15 is een interessante. Daar begint op zestig kilometer van het eind ineens de klim naar de Pic de Nore. Een vreemde eend in de bijt, want deze col krijgt ondanks de ligging in het Centraal Massief liefst 103,5 punten; 12,3 km aan 6,3%. Minstens zo zwaar als menig Alpenklim dus. Helaas is het op de top van de Nore nog veertig kilometer tot de finish, waardoor de impact van deze top niet groot zal zijn.

Na een welverdiende rustdag in Carcassonne doemen de Pyreneeën op. De eerste rit door dit gebergte valt echter nog mee, met vijf cols van verschillende moeilijkheidsgraden. De laatste, Col du Portillon, is een echte grenscol. De Tour beklimt de Spaanse kant, vandaar dat ie eigenlijk Coll de Portilló genoemd moet worden. Via de Franse kant bereiken de coureurs finishplaats Bagnères-de-Luchon. De Portilló is een atypische Pyreneeënklim. Niet te lang, weinig steil en zéker niet onregelmatig. Dat terwijl de Pyreneeëncols vaak grillig van karakter zijn.

Die grillige Pyreneeëncols komen wel in de volgende dag. Etappe 17. 65 kilometer. 3300 hoogtemeters. Eerst rijden de renners de Peyresourde op, met het inmiddels wel bekende uitlopertje naar het vliegveld van Peyragudes. Vervolgens krijgen de coureurs de Val Louron-Azet voor de kiezen. Die is niet zo moeilijk, ‘slechts’ 81 punten. Toch is deze col door de Tourorganisatie benoemd tot categorie 1.

Een col die duidelijk niet tot de eerste categorie behoort, is de Col de Portet. Dit Pyreneeënmonster eindigt met 167,9 punten op de derde plek overall, en sluit de kortste Touretappe in dertig jaar in stijl af. 16 kilometer, 8,7%. Oorspronkelijk ligt deze col bezaaid met gravelstroken. Het lijkt er echter op dat de weg volledig geasfalteerd is voor de komst van de Tour. Jammer, maar ondanks het gebrek aan onverhard is de Portet met 16 kilometer aan liefst 8,7% nog steeds een prachtige klim om deze eveneens prachtige etappe mee af te sluiten.

Portet.gif
De Col de Portet. Alle dikke, grijze stroken op de flank van het profiel zijn (voormalig?) onverharde stroken. 

De negentiende etappe kiest meer voor het traditionele pad. De Tourmalet, Aspin, Aubisque… we kennen ze wel. Op de Tourmalet wordt als vanouds de Souvenir Jacques Goddet uitgereikt.

In de slottijdrit in Frans Baskenland vinden we dan nog een aardig klimmetje. Op zo’n vier kilometer van de aankomst in Espelette krijgen de tijdrijders de Col de Pinodieta voor de kiezen. De organisatie spreekt over 900 meter aan 10,2% met uitschieters tot 20%, maar in werkelijkheid gaat het om een klimmetje van een kilometer aan 6,5% met hooguit 14%. Lekker in een tijdritje, maar de Tourorganisatie vindt hem niet zwaar genoeg om er ook bergpunten voor te geven. En met 13,7 punten in mijn index, behoort de Pinodieta ook tot de ‘makkelijkste’ beklimmingen van deze Tour.

e9ba8J1.png

Net als vorig jaar sluiten we deze lap tekst af met de Loden Leeuw onder de bergawards: de makkelijkste klim van de Tour de France 2018. Dat is de Côte de Pouzauges, vernoemd naar het dorpje dat op deze heuvel gelegen is. Al na 28 kilometer in etappe 2 komen de renners hem tegen, dat schijnt zo rond 14:00 ’s middags te zijn. De details? 1000 meter aan 3,9% gemiddeld. De moeite. Het stadje Pouzauges schijnt dankzij een pittoresk kasteeltje echter wel het bezoeken waard te zijn.

 

Citaat

Mijn formule staat nog altijd in de kinderschoenen. Ik heb overwogen de berekening van Klimgeiten.nl te gebruiken, maar die vond ik te ingewikkeld en te vergezocht. Fiets hanteert een soortgelijke formule. Volgend jaar wil ik punten uitdelen aan de hand van de formule van de website Cyclingcols.com. Maar misschien heeft hier iemand - met meer wiskundige kennis dan ik - wel een leuke berekening?

 

Edited by Tijn

Share this post


Link to post
Share on other sites

Interessant! Heb daar eigenlijk nog nooit over nagedacht, het lijkt me dat je op één of andere manier zoveel mogelijk de steilheid moet laten doorslaan (een stuk van 2 kilometer vlak haalt het gem percentage ferm naar beneden bvb) , maar dan zou je de klim manueel moeten kunnen onderverdelen in verschillende partities ofzo, dus ik weet niet echt of dit praktisch is.

Som(Lengte stuk *  Gem percentage vh stuk²) + Hoogteeffect + Afgelegde afstand parameters

Dat laat steilere stukken een stuk meer doorwegen dan vlakke delen in een klim, maar voor een 'perfecte' formule komen daar waarschijnlijk nog veel meer parameters bij kijken.

Edit:

Gewoon kwadrateren zal een erg groot effect hebben op de huidige formule, en rekening houdend dat gemiddelde percentages ongeveer tussen 5 en 15 liggen zou ik dat nog delen door pakweg 8 ofzo, moeilijk te zeggen denk ik zonder het effectief te testen.

Edit 2:

Heb hier net wat teststuff uitgerekend en het erbij optellen van het totale gemiddelde percentage leek mij uit het hoofd wel semi goed geschaalde resultaten te geven

Som((Lengte stuk * Gem percentage vh stuk²)/8) + Gem percentage klim + rest

Maar verder ga ik er niet over nadenken, betwijfel ook dat je zin hebt om dat voor verschillende stukken per beklimming te berekenen :D, toch, als je voor een goeie formule gaat is dat wel the way to go denk ik.

Edited by Jonas

Share this post


Link to post
Share on other sites

Pieter Zwart gespot.

Nee, wel chill stuk eigenlijk.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this