(17) Eindelijk was het moment daar. Zware hunkering ging vooraf aan deze dag, 29 januari. Mijn wederopstanding, mijn revanche op vorig jaar. Dit seizoen zou alles anders gaan worden, hopelijk mocht ik me meteen laten gelden in de grootste koersen die de kalender kende. Vandaag was de opdracht duidelijk: op z’n minst meestrijden om de zege. Vlak voor de start, op de markt van Catanzaro, werden de laatste eventuele scenario’s nog eens bijgeschaafd. Ons plan was, indien het tot een massasprint zou komen, een blauwe trein op te zetten, met ik, Damiano en Sasha als bestuurders, in die volgorde. De finish was meer aan de zware kant: een colletje op acht kilometer van de streep zou er voor zorgen dat de rasechte sprinters hun krachten zouden voelen wegvloeien, en dat we met een razende vaart, over een riskante maar korte afdaling, de laatste twee kilometer van de etappe zouden aanvatten. Sasha tipte vandaag een puncheur met snelle benen als zegevierder, en dacht daarbij vooral aan een Visconti of een Duque. ‘Pietropolli! Daniele doet mee!’, riep Damiano me toe, al wijzend naar de duivel. Hij wist dat Pietropolli sinds de GP Beghilli niet bepaald een vriend was geworden. ‘Zolang hij maar niet wint, desnoods zorg ik daar hoogstpersoonlijk voor.’ De toon was meteen gezet. Ook Daniele had mijn aanwezigheid opgemerkt, maar gaf me geen langdurige blik. De spanning was goed voelbaar tussen ons. Aan een gezapig tempo maakten we de eerste handvolle kilometers vol. Een babbeltje met Simone Stortoni en Stefano Pirazzi kon er nog gemakkelijk van af. â€Communicatieâ€, het codewoord van Bruno. ‘Zonder communicatie is er geen team, en dus ook geen zege en geen roem. Enkel problemen en vetes’. Zijn aanpak beviel me wonderwel. Hoewel ik een harde kop kon hebben, zorgde zijn directe, duidelijke attitude voor grote motivatie. Maar mijn interessant gesprek met Stefano, over Filippo Pozatto en de blijkbaar schitterende provincie Calabrië, werd abrupt afgebroken door de zwaaiende rode vlag die de start symboliseerde. En wie zag ik daar meteen een stevig tempo opleggen? Juist ja, Francesco. Ik had hem nog niet gesproken vandaag, en hij had duidelijk geen zin om een babbeltje te slaan in het peloton vandaag met me. Enig nadeel van op dit tijdstip aan te vallen: hij was niet alleen. Omdat het van velen de eerste koers was, wilden de gemotiveerde coureurs meteen hun benen testen en zich bewijzen. Francesco zorgde zo voor chaos, want niet minder dan zeventien trachtten in zijn kielzog te blijven. Voor Colnago waren Paolo Locatelli en Stefano Pirazzi mee, maar Farnese-Vini had helemaal niemand mee. Probleem, Visconti weigerde zijn team voor de rest van de etappe het vuile werk te laten opknappen. Francesco’s poging werd dus nietig verklaard, het was even windstil. Op de eerste de beste klimmeters ging Diego Ulissi van Lampre op de trappers lopen. Met een hoekige stijl, zijn knieën naar buiten gedraaid, pakte hij meteen een bonus van enkele tientallen meters. Stephane Augé had meteen door dat dit de beslissing zou gaan worden, en sloop met een paar andere stervelingen mee met de nog jonge Diego. Ook Francesco was weer weggeglipt, en deze keer had hij het fortuin aan zijn zijde. De groep mocht wegblijven. De vlucht, bestaande uit zes man, mocht vooruitblikken op een helse dag in de koude, het kwik zou immers maar drie graden boven het nulpunt uitstijgen. Naast de al vernoemde aanvallers waren ook mee: Serguei Lagutin van Vacansoleil, Hubert Schwab van het kleine Vorarlberg en Mauro Finetto van Geox-TMC. En zoals altijd viel het scenario in een beslissende plooi. Enig noemenswaardige feit in deze 170 kilometer lange rit was dat Francesco de eerste twee bergsprints voor zijn rekening nam en toen al zeker was van de bergtrui moest hij op de laatste col, op acht kilometer van de streep dus, minstens een punt meegraaien. Het tijdsverschil tussen de kopgroep en het peloton werd nooit groter dan vier minuten, tot stand gebracht door drie collectieven: Lampre, Farnese-Vini en Cofidis. Wij zaten dus in een zetel, want Sasha, Damiano en ik hadden alle tijd om een babbeltje te slaan met de renners die in onze buurt zaten. Maar wanneer de kilometeraanwijzingen van de laatste twintig kilometer in beeld kwamen, groeide de nerveusiteit drastisch. Rondepunten werden meteen moeilijk neembare obstakels. Wel drie keer ging een klein groepje renners tegen het asfalt, telkens wisten wij ons recht te houden. Maar goed ook, we gingen iedereen nodig gehad hebben. Toen we de laatste tien kilometer in doken, waren we al een dikke kilometer aan het “klimmenâ€, het gemiddeld stijgingspercentage was immers maar drie procent. Doch, het was al genoeg om rappe mannen als Oscar Gatto, Elia Viviani en Marcel Sieberg het moeilijk te maken. Ondertussen sprongen Francesco en Lagutin weg uit de gedoemde kopgroep, waarna de Oezbeek het onderspit delfde in de bergsprint. Lagutin geloofde met de geringe voorsprong van tien seconden niet meer in een stunt, maar Francesco des te meer. Hij dook de afdaling in, op zoek naar een stunt. Spijtig genoeg primeerde voor mij het ploegverband, en ging ik achter Giovanni Visconti aan, die na de aanmoediging van een ploeggenoot ten aanval trok. Met ware doodsverachting zette ik me op kop in de afdaling, en zoefde ik werkelijk de twee ontsnapte vogels voorbij. Visconti was pissed, Francesco had het nogal benauwd toen ik met een razende vaart zijn avontuur ten einde bracht. Wat volgde was een heus spektakel richting Vibo Valentia. De afdaling zou nog een dikke twee kilometer gaan duren, de kant die we beklommen was immers korter dan de kant waar we de duik naar beneden pakten, en ik nam elke flauwe bocht alsof het een haarspeldbocht was: met de knieën die dienden als richtingsaanwijzer. Damiano reed net na de klim in mijn wiel, maar ik zag hem alle zeilen bijzetten om mij bij te benen. Geen nood: dat was het plan. In een houding waar zelfs Savoldelli een puntje aan kon zuigen kwam ik terecht in de laatste twee kilometer. Ik had in die afdaling een voorsprong van zo’n veertig meter verzamelde, maar liet Damiano met in zijn wiel Sasha terugkomen. De sprint ging spannend worden, want ook Visconti en Pietropolli hadden hun mannetjes naar voren gestuurd om ons het leven zuur te maken.