(20) ‘Al goed dat je niet hebt meegereden met Coppi in je bed, anders was je nu invalide voor heel je leven’, schaterde Damiano met een cynisch lachje. Ik hoopte dat achter deze droom geen boodschap achter zat, anders was ik duidelijk gejost. Hoe dan ook, het was maar een droom. Al was het wel frappant dat mijn fascinatie voor Fausto Coppi zo’n grote vormen aannam dat ik er zelfs in mijn diepste slaapkringen mee bezig was. Maar ik negeerde het verder, er moest vandaag gekoerst worden. De rit was heel wat rustiger dan gisteren. Slechts één vluchter vandaag: Gorik Gardeyn. Het zonnetje in huis op deze drijfnatte winterdag. Doordat het wegdek al gauw veranderde in een spiegel, vergde deze rit toch enige concentratie. Als bij wonder werden er geen valpartijen gesignaleerd tot aan de finale. Gardeyn had op een vijftiental kilometer van het einde nog een voorsprong van een kleine minuut vergaard. Cofidis en Lampre voerden opnieuw het tempo aan, wij konden ons nog even afzijdig houden. ‘Ik ben goed Matteo, zorg dat je Damiano als eerste van het peloton af zet, dan zijn we zegezeker.’ Sasha wist dat Damiano minder snel is, en al goed dat hijzelf dat ook wist. Damiano was voor de lastige finales, geen pure sprinter. Echt een type Hushovd of zelfs Oscar Freire. Op kracht. Ik wist dus wat me te doen stond. De opdracht leek duidelijk, tot een massale valpartij overal voor paniek zorgde. Van Colnago stonden Stefano Pirazzi, Gianluca Brambilla en Paolo Locatelli stil op de weg. Ze waren niet betrokken in de valpartij, maar Gianluca had wel met lede ogen moeten toezien hoe leider Leonardo Duque bij een wegversmalling het paaltje aan de linkerkant vol raakte. Na een tuimelperte vlogen vervolgens nog enkele renners als dummypoppen door de lucht. Duque tastte meteen naar het sleutelbeen, een heikel punt voor de wielrenner. Leonardo moest, totaal ontredderd, het toneel verlaten. Het meest toegetakelde slachtoffer was Diego Ulissi. De aanstoker van de vlucht gisteren viel recht op zijn gezicht, net op de stoeprand. Zijn gezicht was door al het bloed en de kneuzingen onherkenbaar bewerkt. Hem wachtte een lange, eenzame revalidatie en een vooral pijnlijke operatie. Een valpartij zorgt altijd wel voor wat paniek in de hoofden van de renners, maar een coureur wordt wel gekenmerkt door een ijzeren mentale kracht, dus gaan ze gewoon door met wat ze bezig waren. Gardeyn werd ingerekend op vier kilometer van het einde door kopwerk van vooral Simone Stortoni, die zo de belangrijkste schakel werd in het laatste deel van de achtervolging. Daarna nam Lampre over, en kwam ook Liquigas opzetten met hun sprinter Elia Viviani. Op een dikke kilometer van de streep had Elia nog vier man voor zich. Als ik nu niet ingreep, was het verloren. Ik maande Damiano aan om zeer geconcentreerd mijn wiel zo dicht mogelijk te volgen, waarna Damiano ook de boodschap aan Sasha overmaakte. In een flauwe bocht naar rechts nam ik met veel bravoure de binnenkant, en had zo de eerste Liquigas-man al in het vizier. Nog één bocht en dan kon ik vol over die groene brigade denderen. Die bocht kwam iedereen zonder kleerscheuren door, zodat we een duel tussen Viviani en Modolo gingen krijgen. Veel zou afhangen van mij. Op zeshonderd meter van de streep gaf ik nu plankgas en ging net de man van Liquigas vooraf. We hadden hen schaakmat gezet, want wanneer Damiano doorging, kon Fabio Sabatini niet meteen riposteren. Zo ging Sasha voor de laatste tweehonderd meter vol door, en won hij met een fiets voorsprong op de zwaar ontgoochelde Viviani. Oscar Gatto vervolledigde het podium, van Visconti en Pietropolli was er vandaag geen spoor voorin. Na de finish vloog Sasha in mijn armen en bedankte me voor het voor hem sublieme werk. Ook Damiano mocht beleven dat Sasha een bijzonder tactvolle persoon was. Bruno was in zijn nopjes toen ik hem spotte met een microfoon aan zijn lippen. De kranten waren gisteren al vol lof over mij, nu mochten ze echt gaan vieren met deze mooie zege. Al moest gezegd worden: buiten Duque waren er hier amper niet-Italiaanse favorieten. Maar laat de Italiaanse pers maar even genieten. Het was tenslotte nog maar januari, wat zou dat worden in de Giro?