(22) Francesco trapte goed door. Het parcours was biljartvlak, bochten waren er amper te bespeuren. Enkel die haarspeldbocht in het midden om terug te keren richting Reggia Calabria kon voor dreiging zorgen, maar aangezien het droog bleef, was er weinig risico aan die bocht verbonden. Om toch zeker de finish van Francesco te zien, maakten Damiano, Michele en ik ons breed om aan de andere rijstrook te gaan staan, daar kwamen de renners immers aan. Net toen zagen we de finish van Adriano Malori, die met veel bravoure de eerste positie overnam van Lieuwe Westra, waar we toch meer van verwacht hadden. Hoe dan ook, Francesco was halfweg, en klokte de derde tijd op vier seconden van Malori. Het zat dus goed. Sasha en Bruno hadden via de wedstrijdradio opgevangen dat Francesco goed bezig was en zocht mij in het publiek, dat gelukkig niet al te dik bezaaid was. Bruno was onder de indruk van de Itera-Katusha-renner, zijn stijl was wonderbaarlijk zei hij. Platte rug, grote versnelling en quasi onbeweeglijk op die positie. ‘Hij won veel prologen en korte tijdritten in de jeugd, op precies dezelfde manier: als underdog. Ik zie in hem de nieuwe Chris Boardman.’ Bruno knikte, ik kon wel eens gelijk krijgen. Ondertussen zag ik Francesco de laatste rechte lijn aanvatten. De klok, bevestigt aan de aankomstboog, tikte genadeloos verder. Maar als ik de richttijd bekeek, zat die eerste plaats er nog altijd in. Francesco stond voor het eerst in deze tijdrit op de trappers en gaf alles wat hij maar kon. De tijd stopte net twee seconden boven die van Malori. De bergkoning was zeer tevreden over het resultaat en wees naar boven, naar Manuele. Voor hem was dit een overwinning, dit was immers zijn eerste profkoers. We snelden naar Francesco toe, met Bruno en Sasha zelfs mee, en feliciteerden hem met deze uitstekende race tegen de klok. Het was een grappig zicht: Francesco die in de tent waar de voorlopige top drie geduldig wachtte op het eindverdict, grappend en grollend bezig was met Italiaans kampioen tijdrijden Adriano Malori. Daarbij de stille Fries Lieuwe Westra. Hij zat daar nogal bevreesd. Hij wou vandaag de leiding overnemen, nu zou hij al meer dan tevreden mogen zijn met een top drieplaats. ‘Kom Matteo, opnieuw op de rollen jullie!’ Bruno’s harde hand kwam weer naar boven, maar het was wel terecht. Zonder hem stond ik onopgewarmd op het startblok. De volgende van ons team die ging starten was ik, Matteo Cutolo. De andere vijf (Brambilla, Pirazzi, Locatelli, Canuti en Stortoni) reden eerder onopvallende uitslagen, maar deze tijdrit deed er ook niet echt toe voor hun. Ze waren het er roerend over eens: deze tijdrit werd door die felle, gure wind, een marteling. Enkel de sterke beren konden hier een puike tijd neerzetten. Malori één, Francesco twee, Westra drie. De natuurelementen hadden op deze drie kanjers niet al te veel vat. Die top tien zou lastig gaan worden, maar behoorde zeker tot de mogelijkheden. Na informatie verstrekt gekregen van mijn teammaats en vooral van Francesco was het duidelijk: snel starten, daar waar de wind op kop blies, en na de haarspeldbocht à bloc richting de finish gaan, met de wind mee in de rug. Al hadden ze het alleen maar over die gure wind, die flink in het nadeel blies. Nochtans blies die enkel in het gezicht in de eerste dikke zeven kilometer. ‘Wacht maar af’, zei Gianluca Brambilla. Ik zou nog gaan verschieten kennelijk.