(51) Ik leek wel op een soort van cruisecontrole terug naar huis te wandelen. Eerst via het ijzige padje die het bos naar de asfaltweg bracht, dan tergend traag een kleine twee kilometer stappen richting mijn thuis. Ik had heimwee naar vroeger. Toen was alles goed, toen verliep alles naar wens. Zowel persoonlijk als sportief. Nadat ik Leona’s slippertje met Danilo, de homofiele kledingverkoper, vergeven had, piekte onze relatie enkele weken later naar een absoluut hoogtepunt, die nog enkele maanden, tot zelfs jaren, werd behouden. Enkel het lot kon ons scheidden van mekaar, en dat was bij deze ook gelukt. Gezondheidsproblemen hadden haar niet gespaard. Haar epilepsieaanvallen kwamen vaker en vaker voor en steeds namen ze grotere proporties aan. Een week geleden liep het dus volledig fout. Ze fietste richting centrum Napels om te gaan shoppen. Ze zou nooit de winkels afschuimen en leegplunderen. Ze kreeg immers een epilepsieaanval op de fiets, waarna een autobestuurder haar niet meer kon ontwijken. De oudere man van zestig jaar was danig onder de indruk van de situatie dat hij na het opbellen van de ambulance zelfs van zijn sus draaide. Leona werd toen in leven gehouden door de toegepaste hartmassage van een toevallige passant. Luca was zijn naam, een 25-jarige student afkomstig uit Lecce. De eeuwige student wel te verstaan. Na zijn reddingsdaad nodigde ik hem uit om zijn verhaal te doen. Zijn eerste indruk die hij me naliet was veeleer die van een snobistische nerd. De haartjes in de gel en glad naar achtergekamd, de visbokalen die fungeerden als bril, zijn gezichtje die getekend was door de puisten met de daarbij horende littekens, kennelijk was hij een fervent puistjesuitduwer en zijn stinkende adem zorgde ervoor dat ik hem enkel water aanbood en hem een muntje aanbood. Kwestie van subtiel te zijn. Van zodra ik het ongeval van Leona opving, snelde ik met mijn rode Fiat Punto, met Massimo op de achterbank, richting het hospitaal. Een twee uur durende spoedoperatie zorgde voor klamme handen en vooral heel veel schrik om mijn dierbaarste schat te verliezen. Toen ik de aanwezigheid van haar ouders waarnam in het ziekenhuis viel een soort last van mijn schouders. De zwaar geshockeerde en geëmotioneerde moeder van Leona, Mathilda, vreesde voor het verlies van hun tweede en laatste dochter. Leona verloor immers haar zus toen ze dertien was. Silvia, haar zus dus, overleed aan de gevolgen van een vreemd virus die ze opliep in het buitenland. De vader, Simone, kon al snel de situatie in de mate van het mogelijke relativeren, al had hij het logischerwijs ook vaak genoeg lastig toen Leona in comateuze toestand naar haar kamer werd gebracht. Een dik uur vonden wij steun bij elkaar zonder ook maar één woord te zeggen. Niets was opnieuw alles wat we zeiden. Woorden konden nog geen duizendste vertellen van wat voor soort pijn we voelden. Toen ons gevraagd werd te beschikken, zo wreed kan het ziekenhuiswezen de dag van vandaag zijn, stelde Silvia voor om Massimo bij hun te laten verblijven tot de tijd dat Leona zou ontwaken uit haar coma en aan de beter hand zou zijn. Als dat er tenminste kwam… De deur schuurde open. Ik stapte naar binnen, hing mijn winterjas aan de kapstok en nestelde me in de sofa. Het was kil in huis, de verwarming kreeg immers geen opdracht om zijn werk te doen van mijn kant. Via de afstandsbediening liet ik een plaatje van Andrea Bocelli afspelen. De laatste dagen vormde Bocelli mijn muzikale steun en toeverlaat. Ik moest me immers aan iets kunnen optrekken. Wenen deed ik niet meer, het vat der traanvocht was tijdelijk uitgeput. Ik sloot mijn ogen en verzonk helemaal in mijn gedachten. Opnieuw. De laatste tijd ging het vanzelf. Mijn concentratie op aardse dingen was quasi nihil, mijn gedachtegang zorgde voor alle spanning. Zo had ik nooit het zoemend toontje van mijn smartphone waargenomen. Toen ik een klein kwartiertje later de keuken opzocht om een verse koffie te nuttigen, zag ik de foto van Damiano opflikkeren op het scherm. Nadat ik alweer niets van me liet horen, liet hij een kort berichtje achter. “Matteo, als beste vriend voel ik me genoodzaakt je te steunen in deze harde tijden. Als het goed is kom ik vanavond even langs. Tot straks.†Damiano was de eerste persoon die me aandacht schonk, buiten Leona’s ouders logischerwijs, sinds oudjaar. De meest onverwachte berichtjes doen meestal nog het vaakst deugd. Ik bevestigde Damiano en nam, met een kop warme koffie, weer plaats in de sofa. Ik opende de tv en koos via digitale tv een filmpje uit. Zo doodde ik twee uur lang de tijd. Hoe minder ik nadacht doorheen de dag, hoe beter.