(52) Het was klokslag zes uur. Geen kerkgeluid of een slagklok, nee, gewoon afgelezen van de televisie. Zes uur betekende het eerste nieuwsbulletin van de avond, dus zapte ik naar de Rai. De gehele middag had ik gevuld met muziek, voedsel en slaap. Ik kwam energie te kort om iets nuttigs te doen. Naar buiten gaan bijvoorbeeld, of een fietstochtje te maken. “Hoe lang zou het al geleden zijn dat ik nog gefietst hebâ€, vroeg ik mezelf af. Zeker vier maanden. Mijn conditie ging dan wel niet achteruit, ik voelde dat ik de kracht, de panache die een wielrenner kenmerkt, niet meer bezat. Maar als ex-renner was die beenkracht niet relevant natuurlijk. Ik ontdekte het echte leven, met vallen en opstaan. Dat Damiano, Francesco en Michele nooit hebben gesnapt waarom ik mijn fiets op zo’n jonge leeftijd aan de wilgen hing interesseerde me niet, het was immers mijn leven. En uiteindelijk had ik enkel nog met Damiano veel contact. Net op dat moment realiseerde ik me weer dat Damiano zou langskomen deze avond. Na het nieuws, die gekruid werd door een ijskoude winter in Noord-Italië, raapte ik al mijn moed bijeen en sprong ik de sofa uit. De koffie zette ik al klaar, ik legde een streepje muziek op en liet de beschikbare lichtbronnen in de living hun werk doen. “Toch een beetje sfeer brengenâ€, mompelde ik in mezelf. De bel moet verheugd geweest zijn nog eens zijn werk te mogen doen na vier werkloze dagen. Ik liet Damiano binnen en merkte meteen zijn nieuw kapsel op. De eeuwige krullenbol nam de uitdaging aan en heeft zichzelf een modieuze coupe aangemeten, met de piekjes naar links. “Matteo, long time no see. Hoe gaat het ondertussen met je, al nieuws over Leona?†Hij gaf me meteen een stevige knuffel. Ik bevestigde het eerste deel, waarna ik licht geëmotioneerd moest vaststellen dat Leona nog altijd in een comateuze toestand lag te slapen in het ziekenhuis. Nadat Damiano zich in de sofa nestelde, bediende ik hem met een stuk taart en een koffie. De sfeer zat er verbazend snel in. Het deed deugd om weer van het sociale contact te proeven en dat merkte Damiano meteen. “Ik zie dat je stilaan jezelf terugvindt? Maar goed ook, ik heb er immers goeie hoop op dat Leona dit overleefd. Vanmiddag bracht ik haar een bezoekje, de dokters wisten me te vertellen dat ze haar op dit moment tachtig procent kans geven om het te overleven.†Ik wist van niets, zelfs niet wat ze precies had opgelopen van breuken en dergelijke. Na de vraag gesteld te hebben aan Damiano, kreeg ik een gesofisticeerd antwoord. Het kwam er op neer dat drie ribben gebroken waren en in haar onderliggende organen zijn beland, een gescheurde milt en talloze breuken in de ledematen met een zware hersenschudding als toetje van dit alles. Zwaar verdict, maar nog volgens Damiano zou alles weer perfect kunnen genezen. “Ik mag er niet aan denken dat ze hier niet doorkomt. Je moet weten dat we net ruzie hadden gemaakt toen ze vertrok naar het stad met de fiets om daar te gaan shoppen, maar vooral haar hoofd leeg te maken. Als ze dit niet heeft overleefd zit ik met een serieus schuldgevoel opgezadeld. Je weet dat ik mentaal niet de sterkste, ik sta al versteld van mezelf dat ik je onder ogen kan komen in deze loodzware periode.†Damiano kon zich altijd perfect in de situatie inleven, en verzekerde me dat hij er altijd zou zijn voor mij, wat er ook gebeurde. Het licht die de zon permanent produceerde daalde weer neer over Napels. Geen wolken in de buurt op deze fraaie ochtend. Na gisterenavond steeg mijn geluksgevoelmetertje weer wat, wat als resultaat had dat ik mijn lach maar moeilijk kon inhouden. Vandaag zou ik Leona bezoeken, vandaag zou ik alle verloren tijd inhalen. Te beginnen met een fietstochtje door de Napolitaanse bossen. Na een energierijk ontbijt kleedde ik me naar de weersomstandigheden en nam ik mijn koersfiets. Speciaal uitgerust met dikke banden. Veldrijden had ik altijd graag gedaan, lekker door de modder ploeteren. Enkel werd veldrijden in Italië bekeken als de babyversie van de echte wielersport op de weg. Het bood me geenszins toekomstperspectieven, zodoende dat ik me rond mijn achttiende enkel en alleen op de weg focuste. Ik schakelde mijn iPod in op de shufflemodus, te beginnen met een stevige metalsound die mijn trommelvliezen toch zwaar deden trillen. Tijdens het rijden ademde ik de frisse lucht met veel gestes en genot in. Ik voelde me één met de natuur. Toen ik in het bos terechtkwam waar ik gisterenochtend in een totaal andere toestand vertoefde, hield ik even halt aan het beekje. Het leek wel een betoverde plek want alweer droomde ik weg. Dromen over de toekomst. Wat moest ik immers doen om de kost te verdienen? Ik kon niet blijven teren op het prijzengeld uit de zeges in de drie grote rondes plus die in de grote klassiekers. Je mocht dan nog drie jaar de wielerwereld als God hebben geheerst, van wielrennen werd je nu eenmaal niet stinkend rijk. Soms vroeg ik me af waarom ik geen voetballer was geworden, een tweede passie. Toen Napoli vorig jaar zich tot kampioen kroonde, heb ik de gehele nacht feest gevierd, zonder alcohol, maar wel een week voor de start van de Giro d’Italia. Riskant maar ik had het er wel voor over. Na een dikke vijf minuten in volledige harmonie met de natuur vertoeft te hebben, zette ik mijn fietstochtje weer verder. Enkele meters later zette ik weer voet aan de grond, de vader van Leona belde immers. Ik durfde het niet hardop te zeggen, maar stiekem dacht ik dat hij zou zeggen dat Leona ontwaakt was uit haar coma. Ik nam de gsm zelfverzekerd op, klaar om een gat in de lucht te springen. Maar stel je nu eens voor dat het omgekeerde waar zou zijn…