(61) Roberto Reverberi stond bekend om zijn ordentelijke manier van werken. Toen we dan ook de gealfabetiseerde kast der dossiers aantroffen in zijn bureau, was het simpel het mapje van Angelo Briatore uit de reeks te halen en grondig te doorzoeken. Een bundeltje contracten waarin niets verdachts in stond troffen we aan. We lazen de contracten wel drie keer vluchtig door. Maar er moest wel iets zijn. Roberto wist van de bedenkelijke reputatie van Briatore, op en naast de koers. Tijd zat, dus openden we alle lades, kastjes en doorzochten we de vuilnisbak. Je wist maar nooit. De oplossing van het vraagstuk zochten we uiteindelijk veel te ver. “Matteo, de rand van de kaft is doorgesnedenâ€, ritselde Matteo met een bedenkelijke stem. Door met een briefopener aan de onderkant van de kaft in de opening te gaan, voelde ik dat daar wat zat. Het document bevatte enkele doodsbedreigingen zowaar. In zinnen die krioelden van de grammatica –en spellingsfouten, typisch Angelo overigens, verklaarde hij dat hij koste wat het kost bij Lete moest en zou rijden, ongeacht zijn kwaliteiten. Een soort sollicitatiebrief dus, alleen was Angelo ziek in zijn kop. Altijd al geweest overigens. Zijn ouders waren stinkend rijk en Angelo was dan ook opgegroeid met de gedachte dat je met geld alles kan bewerkstelligen. Op het contract stond er dat hij zelfs bereid was om 20.000 euro te storten op Roberto’s bankrekening om toch maar deel te kunnen uitmaken van de sterrenploeg. Indien hij weigerde, wachtte hem een onaangename verrassing. “Maar waarom in godsnaam wil Angelo per se bij ons komen rijden?†Damiano wist daar wel raad mee. “Hij heeft nog een rekening te vereffenen tegenover ons. Nieuwjaar 2009… Jullie vete zorgde ervoor dat de ploeg splitste.†We lieten de toch wel vreemde situatie even varen, repten hier met geen woord over tegen anderen en concentreerden ons alweer op de koers. Ooit zouden we Angelo wel eens bevragen over de abnormale gang van zaken. Ooit… In de breed uitgesmeerde aanloop naar de Giro d’Italia profileerde ik me al meteen tot dé heerser van 2015. Mijn zege in Gent-Wevelgem deed al het beste vermoeden, maar dat ik Francesco mocht opvolgen als overwinnaar in Roubaix en Gilbert na enkele jaren van de troon stootte in Luik… Geheel Italië bejubelde me. Kranten verspeelden ettelijke liters inkt aan mijn zegeroes. Tegelijkertijd bleef de jaloezie bij mijn rechtstreekse concurrenten, en die groeide gestaag. Niet toevallig ontving ik voornamelijk dreigbrieven van een anonieme renner. Ik kon uiteraard al raden wie de afzender zou kunnen zijn, en ik vroeg Roberto dan ook vriendelijk om Angelo thuis te laten. Maar ja, geld… Zo trokken Damiano, Francesco, Angelo en ik samen met vijf andere knechten naar Berlijn, waar de Giro 2015 van start zou gaan. Het werd al snel duidelijk dat Angelo een bijzonder gesofisticeerd plannetje voorbereidde. Nooit was hij aanwezig bij ploegbesprekingen, zowel mentaal als fysiek. Nooit at hij samen met ons, en de enige keer dat het mirakel geschiedde, trachtte hij een spierverslappend middel in mijn cola te gieten. Alleen had Damiano dat subtiel opgemerkt zodat ik meteen kon ingelicht worden. Zolang het daarbij bleef… Och ja. Vele problemen had ik er nog niet mee, omdat er genoeg sociale controle heerste over dit soort praktijken binnen de ploeg. Maar mijn gedacht veranderde al snel bij de ploegentijdrit op de vijfde dag, rond het Gardameer. De voorbije dagen verliepen bijzonder vlotjes. Damiano wist als wereldkampioen al twee etappes te winnen en de andere twee keren eindigde hij respectievelijk derde en tweede. Als logische leider in de Roze Trui hielp hij de gehele ploeg door er zo voor te zorgen dat wij in de ploegentijdrit als laatste mocht van start gaan. Ik was gebrand op de eindzege in Italië en was er van overtuigd dat de 35 kilometer lange ploegentijdrit als eerste scherprechter zou fungeren. Zelfs Angelo gaf te kennen zich voor 110 procent te geven vandaag, wat me enigszins verraste. Nu ja, des te beter dacht ik dan maar. Het plan was duidelijk: ik zou nooit de kop moeten trekken buiten de laatste vijf kilometer. Bij de start mocht ik dan ook enkele kilometers achteraan de deur dicht houden. Angelo wist dat. Hij wist dat verdomd goed. Maar niemand had kunnen inzien met welke zieke geest Angelo te kampen had, en dat zou vandaag geheel tot uiting komen.