(86) Victoria en Magali ijsbeerden doorheen de gang van het bekende ex-DDR ziekenhuis Charité. Vlak nadat ik werd gestoken met een mes in mijn rechterbovenarm, belden ze zo spoedig mogelijk de hulpdiensten. Enkel het kunstmatige witte licht zorgde voor wat zichtbaarheid bij de twee dames. Iedere keer dat er een arts voorbij wandelde, vroegen ze een laatste update over mijn situatie. Nu, veel dokters passeerden er niet op dit vroege uur (of late, zoals je het zelf ervaart). Het was immers iets over vijf in de ochtend, en de gangen die vooral uitblonken door hun doodse witte kleuren waren nu niet bepaald de ideale plaats om te zitten wachten. Maar Victoria en Magali bleven zitten, wachtend op goed nieuws. Waar Lisbeth was gebleven wisten ze niet. Op een of andere manier was ze niet teruggekeerd bij de achtervolging van die twee bonken. Maar ze kon haar plan trekken, daar overtuigde Victoria Magali herhaalde keren van. En zo bleven ze nog een kleine twee uur wachten op het verlossende zinnetje van een arts. Althans, zo is het gelopen volgens mijzelf, want wat er werkelijk gebeurd is, wist ik niet. Jammer genoeg praten muren nog steeds niet. Het was zwaar wakker worden. Het weinige licht die doorheen de lichtbruine gordijnen kwam deed mijn ogen weinig goed. Nog groggy van de vele pijnstillers die ik blijkbaar kreeg toegediend trachtte ik me te rechten. Het lukte niet. Ondanks de pijnwerende middelen voelde ik nog altijd steken in mijn rechterarm. Herinneren wat er die nacht gebeurd was, was werkelijk onbegonnen werk. Om wat meer duidelijkheid te scheppen in mijn hoofd, drukte ik op het knopje, vragend om hulp. Een oudere verpleegster van rond de vijftig schatte ik kwam binnen met een kar met een karaf water, brood en nog enkele medicijnen. Het was nog morgen, gezien het brood. Nadat de verpleegster, blijkbaar Sylvia genaamd, haar mond opendeed om even de situatie uit te klaren, stormden Victoria en Magali met duidelijke blijdschap binnen. Hun luid stemgeluid deden mijn hoofd nogal tintelen, maar ze waren welgekomen. De volgende minuten werd er nagekaart over wat er die avond was gebeurd. Wat bleek: ik had een man herkend die werd gedekt door twee bonken, waarna volgens de bloedanalyse hier in het hospitaal werd vastgesteld. Prognose: restanten slaapmiddel. Waarna mijn conclusie luidde: iemand deed wat in mijn drank, waarna die persoon mij ook twee keer neerstak met een mes, één keer in mijn rechterbovenarm en één keer in mijn schouder. Dus was het nu zaak om de persoon die ik herkende te kunnen plaatsen. Victoria en Magali wisten alleszins niet op wie ik doelde. Een dag later kon ik, na het gesprekje met een rechercheur van de Berlijnse politie, mijn bagage gaan halen in het hotel en inpakken. De vlucht stond gepland om rond vier uur in de middag. Victoria vergezelde me tot aan de luchthaven, waarna ik veronderstelde dat ze afscheid zou nemen van me. “Dat was het dan. Wat ik hier allemaal beleefd heb is onovertroffen. Gelukkig heb ik nog interessante persoonlijkheden kunnen ontmoeten, met jou natuurlijk op kop”, deelde ik Victoria zonder verpinken mee. Maar Victoria kwam met een totaal onverwachte respons. “Matteo, ik laat je niet zomaar alleen achter in Napels. Ik ga voor enkele weken mee, terug naar Italië. Mijn studies kunnen wachten. En ik kan daarna even doorreizen naar mijn familie in Reggio Emilia. Jij moet terug de draad oppikken, en dat gaat beter met iemand aan je zij die je kan vertrouwen.” Zo vertrok ik totaal onverwacht in het gezelschap van Victoria richting Napels. Terug naar het dagdagelijkse wielerleven. Er stonden 160 berichten op mij te wachten in mijn smartphone die nog altijd op de tafel in de living lag te wachten. Er stonden drukke dagen op me te wachten. Dagen waarbij ik alle rommel die ik had veroorzaakt diende op te ruimen, en dagen waarbij ik de opdracht had gekregen van mezelf om naar de Tour de France toe te werken. Maar volgende week stond al een eerste test op het programma: de Ronde van Vlaanderen. Wevelgem voor morgen was onbegonnen werk. Die zondag zou voornamelijk in het teken staan van brokken lijmen. Roberto zou immers not amused zijn met mijn uitje naar de Duitse hoofdstad.