(87) Op zondag kan je goed slapen. Zeker als er geen koers op het programma stond. Normaliter werd ik vandaag in Gent verwacht om samen met een kleine tweehonderd collega’s naar Wevelgem te bollen, maar gezien ik vermist was, heeft Roberto het zekere voor het onzekere genomen en mij laten vallen. Gelukkig maar. Ik kronkelde stilaan wakker, gesitueerd rond het middaguur. Mijn rechterarm was onbruikbaar geworden, geheel in verband verweven. Maar de dokter in Berlijn wist me te vertellen dat dit vooral ochtendstijfheid betrof, en dat de rechterarm na een uur opnieuw bruikbaar zou zijn. Van Victoria Prezzoni was geen spoor meer, maar ik gokte dat ze zich in de woonkamer bevond. De geur van verse havermoutpap bereikte namelijk mijn neus. Ik had haar weten te vertellen dat ik het liefst havermout verorberde in de ochtend. Victoria voegde meteen de daad bij het woord. Enkele minuten later, het moment waarop ik volledig uit mijn vaste slaap ontwaak, stroomden de problemen die mij te wachten stonden mondjesmaat mijn gemoed binnen. Dit zou een harde dag worden. Op dagen zoals deze besefte ik pas in welke carrousel ik terecht ben gekomen. Een geheel wielerweb. De wielerwereld was nog altijd relatief klein, en iedereen kende elkaar. Mijn gsm stond dan ook roodgloeiend wellicht. Maar daar had ik nog niet meteen oren naar. Ik zette me even aan de rand van het bed, met het hoofd in de handen, en zorgde ervoor dat mijn zwarte haren lekker in de war stonden. Ik stond iets te snel recht, mijn gezichtsveld werd immers eventjes opgevuld door zwarte vlekken, en schuifelde naar beneden, de havermoutgeur volgend. “Aha, ons slaapkopje is ontwaakt uit zijn winterslaap! Goedemorgen dwergje!” Victoria hield van geplaag, dat was een vaststaand feit. Ze was immers een dikke decimeter groter dan mij, en dat deukte geregeld mijn ego in. “Ik zou maar snel eens kijken naar de samenvatting van de E3-Prijs gisteren Matteo.” Enigszins verrast keek ik haar aan alsof ze plots een groen monster was geworden. Victoria had het niet eens voor wielrennen. Vertelde ze me toch. Ik kon nog altijd geen hoogte van haar krijgen. Soms kwam er dusdanig veel larie uit haar mond dat je niets meer zou geloven van wat ze zei. En bij wijlen kwam ze vreselijk intellectueel over. Met enkele seconden vertraging nam ik mijn laptop die op de hoek van de eettafel lag te luieren, en zocht meteen naar een samenvatting van de E3. De grote kop op de voorpagina van de site van de roze krant, La Gazzetta dello Sport, gaf me meteen een klap in het gezicht. “Valerio Prezzoni, principe dei ciottoli!” Valerio Prezzoni, een 23-jarige waar ik in de verte wel al van gehoord had, wist de E3-Prijs te winnen in een sprint-à-trois met Rick Zabel, laureaat in 2016 en jong veulen én ploeggenoot Paulo Quarticciolo. Paulo was amper negentien jaar, een fenomenale prestatie. Al moest ik meteen na de samenvatting die een dikke vijf minuten duurde een nuancering plaatsen. Prezzoni en Quarticciolo maakten immers deel uit van een zeskoppige vluchtgroep, die op vijftig kilometer van de streep een voorsprong van zes minuten had. Liebherr controleerde de wedstrijd voor Ciolek, maar hun eigenste Rick Zabel, die een beetje gepasseerd werd binnen de eigen alliantie, merkte dat de voorsprong niet snel genoeg zou dalen en ging samen met Jurgen Roelandts op zoek naar de kop van de koers. Alleen reed Jurgen na twee kilometer aanval meteen lek, waarna Zabel het alleen diende te redden. De voorsprong van de koplopers slonk zienderogen, en op tien kilometer van de streep had Zabel een gat van zes minuten gedicht. Al kwam het peloton plots ook op anderhalve minuut van de kop. Hoe dan ook, Zabel trok meteen stevig door. Enkel Prezzoni en Quarticciolo konden volgen en bleven voorop. Zabel waande zich zegezeker, maar Prezzoni verschalkte Zabel en Quarticciolo door op vijfhonderd meter van de streep een verrassingsaanval te plaatsen, nadat Valerio de korte zijde van een rondpunt had genomen. Ik keek Victoria met een scheef gezicht aan, waarna zij een grote glimlach op haar gezicht plaatste. “Knap staaltje kunde zou ik zo zeggen”. Victoria wist meer van de koers dan dat ik ooit had gedacht. “Je wist dus al meteen wie ik werkelijk was, Vicky”? Victoria knikte. De volgende uren werden opgevuld met telefoontjes, sms’en mails. Verzenden, versturen, gefrustreerd vervloeken en opgelucht een glimlach geven. Op het einde van de dag, rond middernacht, kroop ik in bed. Alleen, Victoria wilde uit principe niet bij mij in één bed slapen. De conclusies die ik kon trekken op het eind van de dag luidden als volgt: Roberto vertrouwde me niet meer en zou er persoonlijk op toe zien dat ik niet weer zo’n soort escapade zou organiseren voor mezelf; mijn Ierse ploegmaat Felix English won Gent-Wevelgem in een massasprint en ik werd dan toch geselecteerd voor de Ronde van Vlaanderen volgende week. Ondanks mijn kuren. Ondanks mijn arm. Maar fietsen lukte wel. Niet standvastig langs de rechterflank, maar het ging. Overigens zou Victoria ook mee gaan naar Vlaanderen, als morele steun. Ze stond daar op. De volgende nacht werd ik badend in het zweet wakker.