(89) Natuurlijk was ik geheel van slag geraakt, en natuurlijk kon het zandmannetje niet meer optornen tegen mijn ritme. Klaarwakker om vier uur ’s nachts. Het was wel vaker anders. Een nachtdier was ik allerminst, maar dit toonde nog maar eens aan dat op adrenaline werkelijk àlles kan. Ik opende prompt mijn laptop en een Word-document, getiteld: “stappenplan Behr-kwestie”. Stap één was eenvoudig: wie is de broer van Robert Behr. Mensen zoeken in dit modern tijdperk was een koud kunstje dat kon worden verwezenlijkt door een kind van drie jaar. Het deed me plots denken aan Massimo. De arme Massimo. Hij heeft nu al enkele dagen zijn vader niet gezien, en onze relatie is al zo broos op dat vlak. Al goed dat mijn ex-schoonouders, wat klonk dat toch nog altijd zo raar, zo vrijwillig op nog altijd hun kleinkind wilden zorgen. Maar goed. Het vinden van broeder Behr was simpel. Ik maakte speciaal voor deze zaak een Facebook-account aan, met de meest idiote naam ooit: “Foud le Fou”. Franse ingeving van het moment. Ik zocht en vond ook meteen het profiel van Robert Behr, die toegankelijk was voor iedereen. Robert stond bekend als een naïef en eigenlijk ook dom persoon, wat hij hier nogmaals bevestigde door zijn gehele hebben en houden te publiceren op het net. De broer van Behr heette blijkbaar Martin. Martin en Robert Behr. Stante pede aartsvijanden. Maar nu zat ik meteen muurvast. Ik kon wel naar de politie stappen en vertellen wie de man was die ik had herkend, maar aangezien dat de broer van de bekende wielrenner Robert Behr, zou ik mezelf ook in een mediastorm plaatsen. Commotie en consternatie waren twee woorden die ik nu echt wel kon missen als kiespijn. Nee, dit moest en zou anders opgelost worden. Het kon ook niet anders zijn dat er andere uitwegen zouden zijn. Een dik uur maakte ik overpeinzingen, om tot de conclusie te komen dat de zaak tijd nodig had om te rijpen. Misschien moest ik zelf wel zorgen voor bewijsmateriaal. De tijd zou me misschien nog meer opportuniteiten schenken. Misschien… Het was het enige wat me nog restte. Ik liet al snel de Behr-affaire varen, omdat ik het nodig achtte om me te concentreren op de koers. Volgende week kwam de Ronde van Vlaanderen er al aan, en daar moest ik echt goed zijn. Ik vertelde ook niets aan Victoria, ze zou enkel ongerust worden. Maar het laatste woord was daar nog niet over gezegd alleszins… Het moet gezegd, ik zou ‘Vlaanderens Mooiste’ editie 2018 afhaspelen op pure adrenalinestoten. De voorgaande dagen kon ik nimmer de slaap goed vatten door de affaire-Behr. Het feit dat ik het voor mezelf hield knaagde, maar ik had geen keus. Ik wilde dit individueel afhandelen, met zo min mogelijk hulp van buitenaf. Al een geluk dat Robert niets te zoeken had in de Vlaamse klassiekers. En toch voelde ik me geschaduwd, net zoals iedere minuut van de afgelopen week. Het was dan ook logisch dat ik plots achter alles en iedereen iets begon te zien. In iedere auto kon een gevoelloos wezen zitten die niets beters te doen zou hebben dan mij 24 uur op 24 te volgen en alle informatie door te spelen naar Robert Behr of zijn broer. Maar van een iets was ik quasi zeker: ik ving die week een stuk of acht keer een glimp op van een man in een zwarte, stoffen jas met een zwarte bolhoed en een zonnebril. Niets bijzonders en intrigerend op het eerste zicht, ware het niet dat de zon niet bepaald van de partij was en een zonnebril in principe onbruikbaar was geworden. Ik zag de geheimzinnige figuur twee keer passeren langs straat, een keer bij een training, drie keer bij het zoeken van een cafeetje in de Napolitaanse binnenstad en een keer bij de carwash. Vooral die laatste keer, de dag vooraleer ik het vliegtuig zou nemen naar België, deed me huiveren. De carwash van Pietro Montavino, een sympathieke vijftiger die al sinds jaar en dag de Napolitaanse vehikels schoonhield, was omgeven door een rijke variatie aan vegetatie: veel bomen en struiken dus. In de paar seconden dat ik recht tegenover het bospadje, die leidt naar Pietro’s huis, stond, zwoor ik dat ik een grote cameralens met de desbetreffende man aantrof tussen het struikgewas. Gelukkig was Victoria niet meegegaan naar de plaatselijke autowasserij, ze zou zich vragen kunnen stellen bij mijn schrikwekkende mimiek. Ik maakte een lijstje aan op de computer van personen die ikzelf aanstipte als mogelijke achtervolgers. Victoria kwam als eerste in mij op. Maar zou ze speciaal daarvoor bij mij blijven? Eerlijk gezegd groeiden we meer en meer naar elkaar toe. Maar langs andere kant weer niet. Officieel hadden we geen relatie, maar de kenmerken van een innige band kwamen toch meer en meer naar boven. Een vrijpartij was er nog niet van gekomen, maar ik gokte dat dit niet zolang zou duren. En toch, verliefdheid zat er niet in het spel. Alsof Victoria een tussendoortje was naar meer, en dat voelde zij kennelijk ook zo aan. Nochtans liep ze in Berlijn achter Jonas de architect aan, maar nu was ze bij mij, en dat veranderde drastisch haar leven op korte termijn. Al was ze van plan om binnen twee weken terug te keren naar de Duitse hoofdstad, om haar studies nieuw leven in te blazen. Maar allereerst zou ze na Parijs-Roubaix mee gaan met haar broer terug naar het ouderlijke huis in Reggio Emilia om daar een kleine week te overnachten. Hoe dan ook, zij leek mij onschuldig. En trouwens, als het wel zo zou zijn dat ze me schaduwde in opdracht van en dat alles een fantastisch stukje ouderwetse ‘commedia dell’arte’, dan zou ze toch wel heel veel op het spel moeten zetten? Ik achtte Victoria daartoe niet in staat. De volgende mensen op mijn lijstje waren verwaarloosbaar in feite. Damiano hoorde ik niet meer buiten de koers, laat staan ontmoette. Niet dat er een haar in de boter zat, maar als je steeds minder en minder van elkaar afweet, dan merk je dat je stilaan uit elkaar groeit. Zo is het ook gegaan met de boomlange Francesco. Geen schermutselingen tussen ons, maar wat gebeurd is, is gebeurd. Gewoon ploegmaats, niet meer, niet minder. En Michele, tja… Hij promoveerde zich eerder tot vijand dan vriend. En dat zou ook niet meer verbeteren. Hij had zijn leven, ik het mijne. Onze doelen, levensvisie en interesses bevonden zich niet meer op een lijn, en dan houdt het op. Maar zelf Michele achtte ik niet in staat te werken voor Behr. Ten eerste is en blijft Michele een ijdel man. Respect droeg hij hoog in het vaandel, je kon hem nooit betrappen op iets onethisch of dergelijke. En ten tweede: Behr was een regelrechte concurrent. Ook voor Michele. In de Waalse klassiekers bijvoorbeeld zouden ze elkaar zwaar gaan bekampen. Daar zou ik enkel een toeschouwer van zijn. De Ronde van Vlaanderen zou de enige klassieker zijn die ik nog zou rijden, naast wellicht Lombardije op het einde van het wielerjaar. Verder dacht ik aan de ouders van de volledig verdwenen Leona, Silvia en Simone. Maar met hen had ik te weinig contact. De enige link zou Massimo zijn. Cutolo junior verbleef al een dikke twee weken bij hen. Het werd dan ook eens tijd dat ik ze eens opzocht. De komende week had ik nog Victoria aan mijn zij, dus Massimo zou geen problemen krijgen met gezelschap. Even dacht ik aan Alessia. Het meisje met wie ik het bed deelde een jaar terug bij het uitgaan, en die ik nooit meer terugzag. Maar ook die mogelijkheid was echt wel onmogelijk geworden. Als je wou dat iemand je gaat schaduwen, moest je geen jaar wachten om een persoon die dicht bij mij stond te contacteren. En zo schrapte ik evenveel namen als ik er typte. Het mysterie deinde zich verder en verder uit.