SteJov

[Fantasie] De Coppi van de Vesuvius

188 posts in this topic

Geplaatste Afbeelding

(38)

De eerste hoogtemeters waren een feit. De lucht was gezuiverd van al het onheil door de regen, de temperatuur en de gure wind maakten van deze rit een overlevingstocht voor de échte venten. Als ik eens rondkeek, zag ik meteen wie vandaag een gooi zou doen naar de zege. Cunego zag er nog altijd scherp en fris uit, ondanks zijn gehavende knie. Scarponi leek meer de opdracht gekregen te hebben om Cunego tot het uiterste bij te staan. Maar Peter Sagan… Ik slikte. Sagan was dé perfecte allrounder, die zijn inspanningen perfect kon verzilveren met zijn genadeloze sprintsnelheid. Ik wist wat me te doen stond. Het zou niet te lang meer duren vooraleer ik zou anticiperen. Als de als herrezen Damiano zijn laatste cartouches opsoupeert, was het aan mij om een zesversnellingsaanval te placeren.

Elke vezelspanning van mijn concurrenten werden opgevangen en verwerkt door mijn hersenen. Ik zag het allemaal. Cunego die met Scarponi een kort babbeltje hield, ik hoorde alles. Sagan die even een schijnmanoeuvre op tafel gooide, ik ging er niet op in. Het bordje dat aangaf dat de laatste tien kilometer voor onze wielen werden geschoven, groeide de collectieve nervositeit. Voor het eerst zag ik Sagan ongemakkelijk op zijn zadel zitten, constant heupwiegend, wachtend tot wat komen ging. Terwijl ik Damiano zijn laatste krachten zag gebruiken om mij zo ver mogelijk af te zetten, schoot daar plots Domenico Pozzovivo weg. Onze rollen waren voor de start omgedraaid, ik kopman, hij meesterknecht, maar nu gooide hij zelf als eerste de knuppel in het hoenderhok. Tien meter werd twintig meter, twintig meter werd al snel weer tien meter na toedoen van Michele Scarponi. Pozzovivo overzag rustig de aangerichte schade, en die was buiten het lossen van enkele mindere goden niet bepaald royaal te noemen. Over een kilometer kwamen we bij het kleine stukje vals plat, daar was het gevaarlijk om op een counter te lopen van Sagan. Daarom stuurde in Domenico opnieuw naar voor. Deze keer vond Scarponi niet meteen een antwoord, en was het wachten op Sagan. Maar de jonge Slovaakse snaak bleef koelbloedig zitten. Iedereen staarde naar de nationale kampioen, maar hij bleef stoïcijns.

Pozzovivo’s voorsprong net na het korte stukje vlak parcours was dertien seconden. En dat voor nog een kleine zeven kilometer. Nog altijd bleef iedereen wachten op Sagan. Ook ik, tot plots Bruno begon te brullen als een beschoten beer: attacco! Blijkbaar was het niet de bedoeling van Domenico om vol voor de zege te gaan, maar de loper uit te rollen voor mij. Bruno bevestigde mijn theorie, en gaf mij de wijze raad nu even vol door te trekken tot ik in Pozzovivo’s wiel zou kleven. Ik zag Sagan even vertwijfeld naar mij staren, maar zijn weerwerk bleef niet lang uit. Meteen sloegen we een gat die rechtevenredig bleef met de vertwijfeling in het peloton. Cunego bleef de kaart Scarponi trekken, maar zelfs het kleinste kind zag dat Michele door zijn krachten heen zat. Maar Cunego interesseerde me allerminst. Peter Sagan, dat was mijn kwelgeest. Met nog vier kilometer te gaan kwamen we bij Domenico, die even de benen stil had gehouden om nu nog vol te kunnen beuken in de gure wind, met een stijgingspercentage van om en bij de zes procent. Het plan was simpel: Pozzovivo vergrootte de voorsprong met de rest, waarna ik de puntjes op de i zou zetten. Dikke pech, Sagan bleef de kwelgeest met dienst en sloeg onze theorie meteen aan diggelen. Met een snedige demarrage liet hij Pozzovivo meteen ter plekke. Ik had het al snel door, dit was mijn moment. Met de handen aan de onderkant van het stuur, net als Pantani, snelde ik in een hoog tempo naar Sagan toe. Cunego, die ondertussen een verwoede poging waagde om dichterbij te sluipen, bleef hangen. Het duel Sagan-Cutolo kon gaan beginnen.

Nog zo’n twee kilometer te gaan. Pozzovivo hing nog tussen ons en Cunego, en dat met een verschil van respectievelijk elf en vijftien seconden. Het hoogste schavotje, die was dus al zeker gereserveerd voor een jonge snaak. Of dat nu een Slovaak of een Italiaan zou worden, wisten we pas enkele minuten later. Het spelletje poker kon gaan beginnen. Ik had alleszins niets te verliezen. Mijn naam was nog niet gemaakt, de druk lag eerder bij Sagan. Al goed dat hij zinnigs was op mee tempo maken, zo kon niemand meer terugkeren. En zo stoomden we door naar de laatste hectometers. Sagan draaide rond op een hogere versnelling dan het mijne, maar het deerde niet. Ik was al lang blij dat ik hier nog mocht bikkelen voor de zege. En terwijl ik even wegdroomde, ja ik was een verstrooid iemand, rook Sagan zijn kans. Nog altijd op die grotere versnelling bollend vatte hij me bij de kraag met een gestaag groeiende aanval. Mijn respons liet lang op zich wachten, bijna té lang. Sagan blies alvast zegezeker wanend uit op zijn zadel op driehonderd meter van de eindstreep. Slecht ideetje, zo gaf hij me weer moed. De achterstand van een dikke twee seconden werd op die manier snel weer goed gemaakt, en op vijftig meter van het einde had ik definitief de achterstand goed gemaakt. Sagan zat piepedood, ik plantte mijn wiel nog net voor het zijne aan de streep. Ik maakte met mijn twee wijsvingers een zwijgend gebaar, en wees daarna met beiden naar de hemel, links en rechts. De ene voor al mijn miserie in het verleden, de ander voor Manuele. Mijn eerste profzege was een feit, en glunderend nam ik graag de microfoon ter hande van ongeduldige journalisten die me stonden op te wachten. Ik dacht aan Leona, die nu waarschijnlijk hysterisch de woonkamer rondliep, en aan Giuseppe. Zijn groen lachje moest kokhalzende vormen aangenomen hebben.

Een klein halfuurtje later vond Damiano mij goed weggestopt tussen het struikgewas terug. Ergens op een afgehakt boomstammetje. Ik huilde. Zonet ging ik van de hemel naar de hel met een straaljager ofzo, en die trip had mij helemaal gekraakt. Damiano nam mijn gsm af die nat was van al het oogvocht, en bekeek de ontvangen oproepen van de laatste minuten. Het laatste nummer herkende hij. Het was dokter Filippo Abrucco, de Napolitaanse dokter die Matteo opereerde na zijn sleutelbeenbreuk vorig jaar. En wanneer hij me opbelde was het niet om een babbeltje te slaan over de laatst opgenomen mensen die hij eigenhandig opengesneden had om hun leven te redden…

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(39)

De gedachte alleen al. Het deed me opnieuw huilen. Liters zijn er al gevloeid, telkens kwam Damiano me weer troosten en kalmeerde me even. Ik behaalde vandaag mijn eerste profzege, maar daarvan kon ik absoluut nog niet van profiteren. Leona bereiken was vergeefse moeite. Al goed dat Damiano zijn iPod meegenomen had naar Sardinië. Hij koos de “chill list†uit, een afspeellijst waar, ik dan toch, rustig van werd. Ambient. Post rock. Dat soort. Ik kon het nog altijd niet geloven. De gedachte alleen al deed me huiveren. Enkele scenario’s waren al door mijn hoofd gespookt. En wat zou dat in de toekomst worden?

Mijn gsm rinkelde. Het was twee uur ’s nachts. Ik had al beslist om morgen niet meer te starten in Sardinië. Ondanks mijn zege. Ondanks mijn leidersplaats. Damiano zou me bijstaan en me volgen terug richting Napels. Maar iemand die belde op dit tijdstip, nooit een goed teken. Damiano offerde zich op aangezien ik niet in staat was op te nemen. Dokter Abrucco had slecht nieuws. De situatie van Leona zat in een neerwaartse spiraal, en hij raadde me aan zo snel mogelijk naar Napels terug te keren. Damiano was nog zo snugger mij te laten slapen, de eerst volgende vlucht vanuit Cagliari was pas rond het middaguur, veel konden we niet doen. Damiano wist nog altijd niet wat er precies gebeurd was, enkel hoe ze er aan toe was, dat wist hij. Ik kon nog geen woord uitbrengen sinds het eerste telefoontje van de Napolitaanse dokter, vandaar.

"Kom binnen Matteo en Damiano". Abrucco behandelde ons zacht, met veel gevoel. Hij wist welke omvang dit drama had. Leona was nog niet in staat iets zinnigs te zeggen. Af en toe werd ze wakker, maar haar geheugen liet haar telkens in de steek. Het zou hartverscheurend geweest zijn moest me zelfs mij niet meer herkennen. Abrucco wist dit ook, en verbood me contact te zoeken de komende dagen, het zou mentaal zwaar komen te liggen. "Wat is er nu precies gebeurd gisteren namiddag", vroeg Damiano met een emotionele toon. Ik zweeg. Ik was volledig gebroken. Sinds we vertrokken waren richting Napels, de klok bleef quasi staan op het middaguur, had ik mijn mond nog niet opengedaan. Ik vond mijn toevlucht vooral in de muziek. Damiano steunde me, zonder ook maar een woord te zeggen. Onze vriendschap was onvoorwaardelijk, net als dat met Francesco en Michele was. "Wel. Het onderzoek heeft uitgewezen dat ze waarschijnlijk een ernstige epilepsieaanval kreeg tijdens de rit naar huis. Ze reed niet te snel, daarvoor was de schade aan de wagen te beperkt. Ze is los tegen een boom gereden, waarna een toevallige passant haar bewusteloos in de auto vond. De ambulance was snel ter plaatse, sindsdien is de toestand van Leona stabiel gebleven. Als ze herstelt is van haar kwetsuren, en die zijn talrijk, vooral rond de borststreek, begint het echte werk pas. Epilepsieaanvallen komen nooit alleen. Dit is het begin van een meedogenloze strijd. Leona zal nergens meer alleen mogen zijn. Ze zal je hard nodig hebben Matteo, geloof me."

Ik vluchtte het bureel uit. De woorden sneden mijn ratio helemaal af, raakten mijn hart frontaal als een scherp mes. Damiano bleef stoïcijns staan, naar buitenkijkend via het raam. Hij besefte al goed wat er gaande was, maar dit was nu eenmaal zijn eerste reactie. Ik liet mijn tranen de vrije loop, waarna Francesco en Michele door de naar verscheidene ontsmettingsmiddelen doordrenkte gang kwamen aangestiefeld. De sfeer was grimmig. Niemand bracht ook maar één enkele lettergreep uit, niemand leek ook maar even aanstalte te maken. Het was opnieuw de stilte die alles zei, net als bij Manuele. ‘God hebbe zijn ziel, maar blijf nog even van Leona’, bad ik, hoewel ik nooit christelijk werd opgevoed en ook nooit zou worden.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(40)

Het was vreselijk om haar daar doods te zien liggen. Ze bewoog niet, ze ademde bijzonder traag, zonder noemenswaardige bewegingen in de buik. ‘Dit is Leona niet’, siste ik naar Damiano. Het waren de eerste woorden van deze godverdomse dag. Mijn leven stortte helemaal in, er zou niets meer overblijven moest ze hier niet doorgeraken. Damiano pakte me opnieuw vast, en maakte zo duidelijk dat mijn tranen de vrije loop mochten gaan. Francesco en Michele volgden ons voorbeeld. Daar stonden we dan: vier dappere mannen. Vier harde koppen, met een karakter om u tegen te zeggen. Echte renners, die een episch weertje, gekruid met overvloedige regen en alleswegblazende rukwinden met plezier trotseren. Ja, ook echte mannen huilen.

De zwarte, authentieke klok die aan de gepleisterde muur hing in de gang had niet veel zin veel te bewegen vandaag. Ik was al een eindje wakker, en voelde elke minuut zwaarder en zwaarder doorwegen. ‘Hier kan je niets meer doen Matteo, ga naar huis, neem een warm bad, slaap en ga een eindje fietsen met de andere drie. Het is de enige manier om dit enigszins te vergeten, al zal dat wel onbegonnen werk zijn. Put er nieuwe energie uit, Leona komt er wel door, vertrouw me maar.’ Dokter Abrucco had vroeger nog psychologie geleerd, vertelde hij me op een doordeweekse dag. Kwam nu bijzonder goed van pas uiteraard. Nog altijd zwaar van mijn melk verlieten we het hospitaal van Napels, en vertrokken met een grote stilte met de wagen richting huis.

Francesco had een fenomenale cd-collectie, en sinds twee weken stond die te pronken in een op maat gemaakte, matkleurige kast. Hij wist wat muziek kon teweegbrengen, en had als tip van dokter Abrucco meegekregen rustige muziek te draaien thuis tussen alle momenten door. Klassieke muziek en post-rock. Het werd Sigur Ros, waarvan Francesco drie albums had. Ik plofte me in de zetel, nog altijd in een onaangename- en in shockverkerende toestand, en sloot mijn ogen met op de achtergrond de hemelse Ijslandse melodieën. Francesco wist van aanpakken.

Tegen het uur met de spreidstand van de klok (zes uur voor de mensen die zich dit niet kunnen inbeelden) maakten we ons vieren klaar om te gaan trainen. Moreno en Flavio waren ondertussen ook al terug in Napels, en beslisten om ons te volgen met de wagen. Mijn tong had ik nog altijd niet teruggevonden, Damiano en Francesco pepten me op, of waagden toch een poging. Ik bleef zwaar onder de indruk van het ongeval van Leona. Hoe snel het kan gaan. Zielsgelukkig na mijn zege gisteren, somber en ellendig na Abbruco’s telefoontje. Het trainingsuitje deed meer dan deugd, al had ik blijkbaar Michele besmet met mijn melancholiek. Nog maar net vertrokken, en ik ving al snel op dat er iets niet klopte. Voor het eerst vandaag kon ik met een neutrale intonatie iets zeggen. Ik maande Michele aan om even te stoppen en zijn ziel bloot te leggen, Michele was natuurlijk genoeg gekend bij ons, ik wist meteen dat er iets niet juist zat. Ook Damiano en Francesco hadden iets in de mot. Flavio en Moreno waren in eerste instantie niet gediend met deze gang van zaken, maar uiteindelijk gelastten ze de training af om een bezinningsmomentje te nemen.

Wat Michele daarna allemaal vertelde, en vooral hoe… Zijn uiteenzetting was het equivalent van een woordelijke waterval waar de emoties overal te bespeuren waren. ‘Oorlog. Het kan mensen tekenen voor het leven, helemaal kraken en gezinnen diep verdriet aandoen.’ We snapten er geen jota van. Pas enkele tellen later, toen de zon stilaan zijn bed opzocht, verklaarde hij die zin. ‘Kanker is oorlog. Jouw witte soldaten beschermden je altijd met de grootste zorg, en slaagden er in om groene virussen en bacteriën te verslaan. Maar kanker is een strijd met jezelf. Witte soldaten tegenover zwarte soldaten. En die zijn met meer. Veel meer. Via chemo en allerhande medicijnen worden vele zwarte soldaten gedood, maar ook je eigen brigade wordt schade berokkend. Uiteindelijk wint er één partij van de twee. En op dit moment hebben de zwarte soldaten de bovenhand bij mijn mama.’ Het werd muisstil. Zijn moeder werd vannacht opgenomen in het ziekenhuis. Ze was amper twee dagen thuis, had al enkele maanden kanker, maar was zo achteruit gegaan dat haar weerstand helemaal gebroken was. Ze balanceerde inderdaad tussen leven en dood. Michele barstte in tranen uit, ik volgde zijn voorbeeld. Deze dag stond vanaf toen in mijn geheugen gegrift als “de meest emotionele dag van mijn leven.†’s Avonds babbelden we wat rustig bij in de zetel. Over een dikke week begon de Tirreno-Adriatico, waar we voor het eerst alle vier zouden participeren. Tegen dan moest de complete reiniging in onze hoofden een feit zijn. Een smsje van dokter Abrucco laat op de avond zorgde daar al gedeeltelijk toe. Leona’s bloeddruk was niet meer abnormaal hoog, haar ademhaling was perfect normaal, idem hartslag. De kans dat ik ze nog teder vast kon nemen werd zo in één klap groter dan de kans dat ik moest toekijken hoe ze in de grond werd gestoken.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(41)

Sasha glunderde. Zijn tanden helemaal ontbloot. Wat was het heerlijk om je kopman daar te zien, in het achterhoofd dat ik mijn job goed had gedaan. Modolo was nu topfavoriet voor de eindzege, dat stond buiten kijf. Sinds dit jaar werden alle bonificaties geschrapt in alle Worldtour-koersen, zodat na drie massasprints Sasha na twee zeges riant op kop stond volgens het puntenklassement. Het criterium in en rond Sabaudia werd volledig ontsiert door een massale valpartij, met desastreuze gevolgen voor Alessandro Petacchi. ‘Ale Jet’ wou in de laatste honderd meter via de linkerkant Modolo passeren, maar ging hard onderuit. De knal op de bekende uitstekende pootjes van de dranghekkens bracht een ongeziene dominoreactie met zich mee. Petacchi werd in de lucht gekatapulteerd, nam Danilo Hondo mee in zijn val, waarna de gehele weg werd opgestropt door renners die hun fiets niet meer onder controle hadden. Al een geluk dat Damiano en mijzelf Sasha al redelijk vroeg hadden afgezet, waarna hij als eerste de eindstreep temde. Slechts zes renners bleven overeind, niet toevallig die zes die net voor Petacchi reden. Gisteren maakte Petacchi bekend definitief met wielrennen te stoppen. Hij brak beide benen, zijn sleutelbeen en de val bezorgde hem daarbovenop nog even een klaplong.

De tweede etappe werd hij nipt door Peter Sagan verslagen op een licht hellende aankomststrook in Maddaloni, maar vandaag was het weer bingo. Deze keer draaiden in en Damiano de rollen om, en hadden zo een meer dan belangrijk aandeel in de revanche van Sasha. Modolo was nu leider, de champagne vloeide al rijkelijk, enkel lachende gezichten waren er waar te nemen in het hotel waar we overnachtten. Ook bij mij. De situatie rond Leona woog bijzonder zwaar door bij wijlen, maar na enkele dagen was ze alweer een trotse huisvrouw. Autorijden was vanaf nu taboe voor haar, en ze besloot om zo veel mogelijk met mij mee te reizen, om safe te zitten omwille haar gezondheidssituatie. Enkel had ik zo te doen met Michele. Hij vertoefde met zijn team Farnese-Vini in hetzelfde hotel als het onze, maar ik zag die avond enkel een bedrukt gezicht. Zijn moeder had vorige week de strijd tegen het vreselijk monster genaamd kanker verloren, waarna hij mentaal helemaal gebroken was. Zijn ploegleider Igor Poberyy nam hem juist daarom mee naar de Tirreno, om zijn zinnen te kunnen verzetten. Het ging Michele goed af op de tweewieler, dat zeker. Hij zat in de aanvangsetappe mee in de vroege ontsnapping, en hield als laatste stand. Knap staaltje van zijn uithoudingsvermogen, zoals we hem kennen. Moest het parcours nu nog eens geaccidenteerd geweest zijn, was het helemaal in orde… En Francesco? Ook hij reed rond in de ronde van de twee zeeën. Opvallen deed hij nog niet, maar was wel van plan om morgen eventueel te proberen in de vroege ontsnapping te zitten.

De parcoursdoorlichting met Roberto bracht aan het licht dat morgen, de rit van Isernia naar Paglieta, niet zozeer een massasprint als resultaat kon krijgen. Stevige heuvels vormden de kruiden van deze etappe, met als toetje de muur van Paglieta. Een einde waar mannen als Cunego en Sagan hun hart konden ophalen. Ik was er alleszins klaar voor. Mijn hoofd was volledig gezuiverd na alle ellendigheden en perikelen, mijn benen voelden goed aan en de motivatie was er in overvloed. Bij de gehele brigade trouwens, wat wil je, je had de leider in je rangen in een belangrijke koers als Tirreno-Adriatico. Na het bekijken van de weersvoorspellingen, schreef Roberto allerlei scenario’s neer op een klein briefje. Zijn manier van werken, een soort attribuut van Roberto. Hij pende twee mogelijkheden neer: ofwel jagen als beesten en het op een sprint met een grote groep laten uitdraaien, met het risico dat in de laatste hectometers enkele noemenswaardige gaatjes vielen, en dus ook seconden verloren gingen. Of we maakten de koers keihard. Met een strakke wind behoorde dit immers ook tot de mogelijkheden: waaiervorming. De weersprognose was ons alleszins goed gezind. Regen zou niet in het stuk voorkomen, de wind zou het spel gaan maken. Morgen zou onze dag gaan worden. Ik sms'te Michele nog even dat wij (Damiano, Francesco en ik) altijd klaarstonden voor hem in mijn hotelkamer, en viel in slaap op de tonen van Ufomammut, alweer. Psychedelische metal, ik had een vreemde muzieksmaak.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(42)

Deze morgen haalde Leona mij uit m’n nachtrust. Ze mag telkens mee van Roberto naar de koers, op voorwaarde dat we niet te samen zouden slapen. Wijze beslissing van onze ploegleider, al zeg ik het zelf. Kamergenoot Damiano vond het immer bijzonder aangenaam, haar aanwezigheid. Ik wist al lang dat hij een boontje had voor Leona, maar mijn vertrouwen in beide is eindeloos. Damiano zou ook nooit onze vriendschap op het spel zetten voor de liefde, daar was ik rats van overtuigd.

‘Ik wil mee in de vroege vlucht Matteo.’ Damiano’s mimiek was fenomenaal. Niet arrogant, maar zeker van zijn stuk. ‘Als ik op de sprint moet rekenen, halen we het niet. Sagan is in staat een gat te slaan, ik ben quasi zeker van zijn zege. We moeten de koers hard maken. Misschien met een grote groep weg, maar we moeten kost wat het kost Modolo een kans op de eindzege gunnen.’ Ik knikte. Meestal bevonden we ons qua koersinzichten niet op dezelfde golflengte, maar deze keer klonk zijn plan als muziek in de oren. Het was de bevestiging van wat gisterenavond werd gezegd en voorspeld: een harde koers. Alles en iedereen tegen Peter Sagan, want hij was de te kloppen man. RadioShack had nog Daniele Bennati om op te pokeren, en verder moest het komen van een Rojas, een Boasson Hagen en zelfs een Tom Boonen. Boasson Hagen had al Kuurne-Brussel-Kuurne op zijn naam staan, en leek in de flow te zitten om een kleine maand later op het vernieuwde parcours van de Ronde van Vlaanderen te schitteren. Ik had graag meegedaan, maar Colnago besliste nu eenmaal enkel in Italië te rijden dit jaar, wat als continentaal team niet onbegrijpelijk was.

Het was al aan de start duidelijk: hier zouden heuse verschillen tot stand gebracht worden. De nervositeit nam overal te bovenhand, de weergoden schakelden de wind in om ons nog meer te pijnigen. Door die nerveuze sfeer vielen er enkele opvallendheden te noteren. Matthew Lloyd, knecht bij Garmin-Cervélo, was volledig spoorloos tot vijf minuten voor de streep. Hij dacht dat het startschot een kwartier later gegeven werd en maakte zich nog wat lichter op de pot. Ook Francesco deed een duit in het zakje. Onze Montella was hét equivalent van luiheid, en kwam pas een halfuur later aan de ontbijttafel. Op zijn dooie gemakje verorberde hij enkele rijstkoeken (verslaving!) en genoot nog even na van zijn nachtrust. Zo erg zelfs dat hij prompt weer in slaap viel aan tafel. Hij kwam dan ook bijzonder laat aan de start. En zo waren wel nog meer lulligheden te noteren.

Tijd om te koersen! Na de neutralisatietijd werd de knuppel meteen in het hoenderhok gegooid. Pablo Lastras, die de voorbije dagen vooral uitblonk in het missen van de goeie vlucht, liet deze keer niets aan het toeval over en werd zo de grondlegger van een vier man sterke kopgroep: Francesco Montella, op de fiets allesbehalve vadsig, Nepomnyachshiy (uit het hoofd getypt!) en oudgediende Bert Grabsch. Lieten we natuurlijk bollen, zeker met Francesco voorin. Het was een ongeschreven wet dat onze vriendengroep elkaar nooit een strobreed in de weg zouden leggen als het niet nodig was. En zo tikten de wedstrijdminuten weg, tot op 80 kilometer van de streep plots de hel losbrak.

Een enkele val, die zo’n schok met zich meebracht dat de helft van het peloton erbij gingen liggen. Het gebeurde iets voorbij de pelotonsbuik. Ploegmaat Stortoni zwaaide bij een haarspeldbocht veel te ver uit, belandde in de nadars en veroorzaakte zo chaos op de weg. Als dominosteentjes smakten er velen op de grond. En net op dat moment waren mijn ploegmaats, vooral Gianluca Brambilla en Andrea Pasqualon, hard aan het beuken. Een klein detail: we bevonden ons juist op een open vlakte, waar de strakke wind ons in de linkerflank bijna omverblies… Waaiers! Zo’n negentig man werd gedwongen op een lint te rijden, waardoor enkel de sterksten straks konden zegevieren. Op vijftig kilometer van de streep bevond de oorspronkelijke kopgroep zich nog altijd drie minuten voor de grote groep, die nog maar uit een dikke zestig renners bestond. Wereldkampioen Mark Cavendish was mee, Sagan, Boasson Hagen, Cancellara, Boonen… De groten der aarde waren dus op post. Net als ik, net als Damiano, net als Michele. Ook Sasha, Andrea Piechele en Manuel Belletti hadden de boot niet gemist. Vijf man van Colnago mee met de eerste waaier, die ondertussen wel al een aanzienlijke kloof had geslagen met de rest, zo’n twee en een halve minuut.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(43)

28 renners. Zo weinig protagonisten waren er nog aanwezig in het peloton. Op vijftien kilometer van de eindstreep werden de vluchters ingegrepen, iedereen hielp mee het tempo hoog te houden tegenover een jagende achterhoede die de achterstand gereduceerd hadden tot twee minuten, maar zich nu wel goed had georganiseerd. Zoals gezegd, voorop werkte werkelijk iedereen mee om ons voorop te handhaven. Nochtans, twee minuten zou voldoende moeten zijn over vijftien kilometer, ware het niet dat de streep op een muur lag die zo’n drie kilometer lang was met een stijgingspercentage van om en bij de negen procent, en bergop kon het snel gaan. Volgens Roberto was dit de enige manier om de leiderstrui te behouden, de koers bijzonder hard maken. Dat lukte wonderwel. De grote namen waren wel present, een Cancellara en een Sagan, maar het zou man tegen man worden, een clash tussen titanen.

Pure wielerliefhebbers konden hun hartje ophalen in deze fase van de strijd. De voorbereiding op de binnenkomst in Paglieta liep volledig gesmeerd. Liquigas liet twee mannetjes helpen, Omega Pharma – Quick Step idem, en zo moordde de snelheid. Mijn benen voelden stijf aan. Rittenkoersen waren eigenlijk nog niet echt mijn ding. Ik recupereerde niet al te best na een zware etappe. Dat ik op de shortlist stond voor de Giro d’Italia verbaasde me daardoor des te meer, Robert wist dat daar mijn zwakke punt lag. Maar goed, mijn karakter en wil om tot het uiterste te gaan compenseerde al heel wat. Vandaag moest en zou ik Modolo veilig naar de streep leiden. Mezelf dichtte ik amper kans toe, gewoon omdat een Sagan of een Boasson Hagen beter zijn op dit soort aankomsten.

Een kleine drie kilometer voor de finishboog, daar begon het te klimmen. Damiano vroeg nog in de vlucht of hij mij nog met iets kon helpen. ‘Sleur op kop, het barst hier achteraan!’ Damiano trok meteen een sprintje naar voren. Cancellara dichtte het kleine gat die ontstond door het snelheidsverschil, waardoor alles nu op een lint werd getrokken. Ik zat veilig in zesde positie met Sasha in mijn wiel. Slechts twaalf renners konden Damiano’s raid volgen, met z’n dertienen kon de échte finale dus gaan beginnen. Liquigas maakte het hard met Nibali die in deze editie van de Tirreno geen klassementsambities kon ambiëren. Hij leek het pad te effenen voor Peter Sagan, die zich in zijn wiel bevond. Iedereen liep nu op de trappers, en iedereen zat ook stikkapot. Het leek op een doodnormale sprint af te stevenen, maar wel met een stijgingspercentage van acht procenten. Met nog een kilometer te gaan kon er natuurlijk nog veel gebeuren.

‘Matteo! Laat mij maar achter. Ik ben niet meer bij machte te volgen. Ga voor eigen succes, neem mijn leiderstrui over!’ Ik schrok van Sasha’s reactie. Het rook naar een opgave, en normaliter stond opgeven niet bepaald in zijn vocabulaire. Maar ik had weldegelijk een kans. Zeven renners dongen nog mee: Nibali, die nog altijd in dienst van Sagan iedereen kastijdde, Sagan zelf, Cancellara, Boasson Hagen, Damiano (!), Cunego en ikzelf. Ik zag de verontwaardiging van de anderen in hun ogen dat wij nog mee waren. Cancellara maakte Sagan zelfs aandachtig op onze aanwezigheid. Damiano voelde dat er iets in zat en nam me mee in zijn slipstream. Op driehonderd meter van het einde kwamen wij op de kop. Met een verbeten trek gooide Damiano zich helemaal in de strijd om mij als eerste over de meet te zien bollen. We speelden alles of niets, dat was duidelijk. Sagan spande al zijn spierbundels samen om in mijn wiel te blijven, met succes. Nadat ik losgelaten werd door Damiano, konden mijn benen geen versnelling meer er uit persen. Sagan overrulede me en triomfeerde. Zelfs Damiano kon ik niet meer remonteren, waardoor we met twee Colnago’ers op het podium stonden. Cancellara werd vierde, Sasha kwam zes seconden later binnen op de achtste plaats. Hij moest nog Cunego, Boasson Hagen en Nibali voor zich dulden. De nieuwe pikorde in het algemeen klassement staat zo ook vast: Sagan op één, gevolgd door Damiano en mij. Drie jongeren op het podium van de Tirreno, het wielrennen zou dit seizoen wel eens een machtswisseling kunnen te zien krijgen. De oudjes worden eruit gebonjourd, de nieuwe gasten nemen het roer over. Na aankomst voelde ik me alles behalve lekker. Ik kotste bijna Roberto’s blinkende schoenen onder, waarna ik vijf minuten de grond begon te knuffelen. Ik zat helemaal kapot, terwijl ik Sagan zag triomferen als een montere zestigplusser. Mijn god, hoe fris zag hij er wel niet uit!

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(44)

Je verwacht toch na zo’n glansrijke prestatie dat blijdschap het grootste element vormde van deze mooie lenteavond, mooi niet. Althans niet bij Damiano. Zijn gezicht stond op onweren. Ik was in de wolken met mijn derde plaats. Na de vele felicitaties voelde ik me weer op en top renner, maar Damiano’s gemoed maakte me ongerust. ‘Damiano, trek je bek open!’ Ik werd wrevelig van zijn voorkomen. Hij negeerde me na mijn bevel zoals Mario Balotelli dat bij zijn coach zou doen. Pas toen onze dagelijkse gezamenlijke nachtrust kwam aankloppen, deed hij een boekje open over zijn gemoedstoestand. Na een anoniem telefoontje was hij helemaal dichtgeklapt. ‘Dreiging Matteo. We worden met de dood bedreigd.’ Ik kon mijn oren niet geloven. Hij haalde daarna een brief tevoorschijn, die in, ook al een anoniem exemplaar, een enveloppe stak. Nu kon ik mijn ogen niet geloven. Dit was surrealistisch. ‘Roberto gaf me de brief een kwartier geleden. Net toen ik de enveloppe wilde openmaken, belde een onbekend nummer me op. ‘Volgende week woensdag 20.000 euro of ik zal je vriendjes plus Leona hoogstpersoonlijk helpen hun eeuwig geluk te vinden.’

Roberto omschreef de man als een robuuste kerel, groot en bijzonder pezig. Sportief ogend en met een blik die te vergelijken is met die van een moordenaar, moordend dus. We waren ons er allebei van bewust dat de afperser ons persoonlijk kende. Anders haalde hij Leona’s naam niet aan. ‘Je geeft dat geld toch niet hé?’ opperde Damiano. ‘Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Moet ik het leven van mijn familie, want ja dat zijn jullie, op het spel zetten omdat ik geen 20.000 euro wil geven? Wat kunnen we doen, volgende week woensdag hem eigenhandig in elkaar meppen? Politie is ook zelfmoord, die kerel is geen rookie in dit soort werk vrees ik, al ben ik wel eens benieuwd wie dat de afperser is’. Nadat ook Leona, Francesco en Michele werden verwittigd, spraken we af om, wanneer we allemaal terug in Napels waren, een plan te bedenken. Dit konden we niet zomaar laten gebeuren.

s’ Avonds was de sfeer bedrukt. Ondertussen wist de gehele ploeg het al, en ook enkele collega’s uit andere teams. Onder andere Damiano Cunego en Peter Sagan gaven hun steun. Wielrenners zijn één grote familie als het er op aan komt, enkele rottende Lampre-appels zouden daar geen verandering in kunnen brengen. Quasi het gehele peloton verbleef deze avond in hetzelfde hotel. Een reusachtig luxeresort, volledig ingepalmd door mannen met strakke kuitspieren en iets minder flaterende ploegleiders, want die laten het op hun beloop na de sportieve carrière. Roberto liet het allemaal lekker hangen. Op zijn leeftijd mocht dat wel zeker. Plots haalde Damiano een anekdote naar boven van vroeger, van bij de provinciale wielerclub.

‘Weet je het nog Matteo? Het was de verjaardag van Angelo Briatore. Irritant ventje, altijd geweest hé. Het was ook die idioot die jou beschuldigde met Nieuwjaar van het zat te laten drinken van Marcelo Dall’Antonia. Toen we hem verrasten voor zijn verjaardag met een stukje spacecake werd hij helemaal razend. Zijn opschepperig gedrag de week voordien bracht ons op het idee een spacecake te bakken en te zien of hij de kneepjes van het hoge vak snapte. De grap viel niet echt in goeie aarde, zeker niet omdat wij eigenlijk hem wel vaker de duvel aandeden. Maar dat moment toen hij naar zijn keukenmes greep om de taart aan te snijden… Dat vergeet ik nooit meer. Hij wees met het vlijmscherpe lemmet onze richting uit, en dreigde er tot drie keer toe mee ons van kant te maken. Die kerel was gestoord in zijn kop, en bedacht daarna allerlei slinkse manieren om ons te jennen.’ ‘Was hij niet groot, robuust en bezat hij geen moordende mimiek?’ verhelderde ik onrechtstreeks deze zaak.

Snel daarna beslisten we deze zaak tijdelijk aan de kant te schuiven. Niets mocht onze prestaties uit de weg staan in deze Tirreno-Adriatico, doch zochten wij met ongeruste gedachten dromenland op.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(45)

Het bulkte uit van de concentratie in het peloton. Die laatste rit kan toch nog zo bepalend zijn… Dat wist ik ook, dat wist Sagan ook. De nummers één en twee in het klassement. Damiano reed gisteren lek op vijf kilometer van de finish en kon zich niet meer handhaven voorin, weg klassement. Ook voor Cancellara was het over en uit. Hij kwam hard in aanraking met het asfalt van de Abruzzen twee dagen hiervoor, en moest de strijd staken. Situatie op dit moment: Sagan op het hoogste schavotje, ik volgde op nul seconden door de bonificaties dier er niet zijn. Duidelijk. Aanvallen, daar leende het parcours zich voor. De laatste twintig kilometer waren glooiend, perfect dus om nog iets te kunnen forceren me dunkt… Roberto maakte me er wel op attent dat een sprint geen optie was. Het verschil in het puntenklassement was 22 punten, teveel om goed te maken in een sprint. ‘Aanvallen Matteo, dat kan je goed. Maak ons trots, toon dat wij, Colnago, de trots van Italië worden.’

Rustig peddelend door het glooiend groene landschap die Italië kenmerken merkte ik op dat we ons op amper 25 kilometer van de eindstreep bevonden. Damiano maakte me er daarnet attent op dat, als ik nog iets wil uit de brand slepen, dit het absolute moment was. Peter Sagan was op zijn hoede en hield mij vanuit een ooghoek permanent in de gaten, met behulp van zijn ploegmaats alias de gasmannetjes. Aangezien er geen oortjes meer aanwezig waren in het peloton, voorgoed verbannen uit het wielermilieu, voelde ik me genoodzaakt om puur op het gevoel aan te vallen. Bergop leek mij de beste keuze, om dan de risico’s niet te mijden in de afdaling. Als voorbode gaf ik Simone (Stortoni) het commando alles op een lint te trekken, en dat met een enkele knipoog. Tot mijn grote verbazing schoven twee renners van andere teams mee. Inderdaad ja, Francesco en Michele. Woorden waren overbodig om te weten dat zij voor mij zouden werken vandaag, bondgenoten buiten je eigen equipe waren allesbehalve een luxe uiteraard.

De hobbel kende een stijgend verloop die nooit boven de vijf procent uitkwam. Ideaal om een aanval op poten te zetten dus. Terwijl Michele amok maakte op zijn tweewieler door flink tekeer te gaan, bracht ik mezelf in stelling in vijfde positie. Ik zat in goed gezelschap. Boasson Hagen was present bijvoorbeeld. Ook Sylvain Chavanel, winnaar van de Tour Down Under, wou op de laatste dag nog een duid in het zakje doen. De spanning liep evenredig op, tot de climax werd bereikt, op een kleine vijfhonderd meter van de top. Michele stak discreet zijn rechterduim de hoogte in om aan te geven dat dit mijn moment was. Ik wurmde mij langs de rechterkant voorbij mijn collega’s en schoot zo mijn eerste stevige cartouche af. Sagan volgde mij, zoals verwacht, als mijn schaduw, al ging dat niet van harte. Met enkele stevige tegenprestaties hees hij zichzelf naast mij, waardoor we bovengekomen met z’n tweeën voorop zaten. In schuifjes werd ons groepje door drie metgezellen verrijkt: Sylvain Chavanel, Sergui Ivanov (zijn pensioen wacht) en de Franse Ier Nicolas Roche.

De Italiaanse commentatoren haden allerlei lyrische woorden over voor hun twee chouchous: ikzelf en Sagan. Ze waren het er unaniem over eens dat ik de nieuwe Italiaanse hoop was, en Sagan beschouwden ze als een halve Italiaan. Maar er bond ons nog meer. Conversaties werden de laatste tijd meermaals gevormd tussen ons beide. Wederzijds respect was de sleutel voor onze groeiend band. Onze mentaliteit was dezelfde, onze kwaliteiten idem. Klimmende sprinters, gastjes die een allesverschroeiende sprint in de benen hebben en die ook bergop kunnen gebruiken. Sinds we op de Monte Ortobene in Sardinië enkele kilometers op kop reden voelden we allebei dat we in de toekomst mekaar nog vaak zouden ontmoeten. Het leek wel of er vele duels Sagan-Cutolo in de maak waren. Dat terzijde, het draaide niet enkel om ons. We werden uit ons echocentrisch denken gehaald, want ja, we hadden kennelijk hetzelfde in onze gedachten. Er was immers nog dertien kilometer te overbruggen en Sylvain maande ons al gauw aan om onze hardrijderscapaciteiten aan te spreken. Team Sky wou nog voor de laatste keer regenboog Cavendish in stelling brengen, maar zolang wij als vijftal de voorsprong van om en bij de twintig seconden konden behouden, zag “The Manx Express†zich een nieuwe zege door zijn neus geboord. Irritant mannetje, ik zou graag eens een sprint à deux met hem aangaan. Ik trok ze simpel aan, de tergende mannetjes met hun echo die zo groot is als hun geslacht zo klein is.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(46)

“Geen sprake van een late uitval. Nooit!†Peter en Nicolas bekeken me als een Japanner die net de Eifeltoren voor het eerst in zijn leven gezien heeft. “Die snotaap met zijn grote bek alweer, tijd om jou eens een toontje lager te laten zingenâ€, prevelde onze Franse vriend Sylvain Chavanel. Ik maakte me allesbehalve populair met mijn haantjesgedrag in de wielerwereld. Het zij zo. Zolang ze respect voor me opbrachten kon niemand mij uit mijn lood slaan. Maar best dat dit klein conflictje geen gevolgen had voor onze sportieve prestaties van het moment zelf. Nog een kleine drie kilometer scheidden ons van de eindbestemming van deze Tirreno-Adriatico en onze voorsprong bereikte ondertussen een geruststellende afstand op het peloton. Ivanov en Chavanel pokerden bijzonder graag kennelijk. Ostentatief namen ze elk geen beurt meer voor hun rekening, wachtend op een uitval van iemand anders. Zo ontstonden er toch twee clans: Sagan, Roche en mij tegenover de ervaren rotten in het vak Ivanov en Chavanel.

De boog die de laatste twee kilometer aangaf werkte als een rode lap op een uitgekookte stier voor Chavanel. Hij trok al zijn spiervezels samen om tot één ultieme krachtsontplooiing te komen. Roche liet zich niet kennen, bracht Sagan en mij terug en liet Ivanov verbouwereerd achter. Hoeveel roebels je ook in de strijd kan en wil werpen, tegen pijnlijke krampen in de kuitspieren valt helemaal niets te beginnen. Een flauw bochtje naar rechts bezegelde enkele tellen later het lot van onze Fransoos. Totaal verkeerde inschatting en weg kansen voor Lefevre’s soldaat. Zo draaiden en bolden we met z’n drieën rond, wetende dat we alle drie een snedige sprint in de benen hadden en alle drie als eerste de streep konden bereiken. Voor mij was dit een vergemakkelijking van de zaken. Sagan was de leider en kon nu in geen enkele normale situatie zijn leiding verliezen aan mij. Ik stond op gelijke hoogte met de Slowaak, maar hij had meet punten bijeengesprokkeld in de afgelopen dagen voor het puntenklassement. Zelfs mits een riante zege vandaag zou ik nog ruimschoots te kort schieten. Puur voor de zege dus.

Al goed dat we alle drie nog uit volle pont gaven om de minimale voorsprong die we hadden op een bruusk achtervolgende Chavanel te handhaven. Dit zou een strijd gaan worden tussen drie gladiatoren die elk met eigen kracht en wapens ten strijde trokken. Op zoek naar de overwinning, de eer en de roem. Al schreeuwend pompte Roberto permanent vertrouwen in mijn tengere lijfje en hervond ik telkens de spierkracht die ik enkele momenten daarvoor had kwijtgespeeld door rond te draaien op kop. Na het opdraaien van de aankomstallee, zo’n achthonderd meter lang, wisten we alle drie dat Chavanel definitief van de kaart verdwenen was. Qua moraal kunnen dit soort zaken écht wel tellen. Ik voelde me op dat moment als een marathonloper die eindelijk die opgespannen lint op zijn netvlies ziet blinken. Bijna had ik geen oog voor de schijnbeweging van Sagan, die daar toch maar nerveus zat te wezen. Roche bleef nu het kopwerk doen op vijfhonderd meter, maar slim en ervaren als hij is haalde hij stapsgewijs het tempo er uit. Het was nu ieder voor zich. Man tegen man.

Nicolas draaide vaak zijn nek naar achteren om de boel onder controle te houden en staarde met zijn glinsterende ogen naar mijn lijf. Een lijf die klaar was om zich voor de laatste keer helemaal op te spannen. We hadden enkel oog voor elkaar, en dan lag er een plausibel scenario op tafel in het voordeel van Sagan. De Slowaak keek de kat uit de boom in laatste positie en merkte onze tête à tête uiteraard op. Zijn ervaring die hij nog niet genoeg had deed hem uiteindelijk wel de das om. Deze situatie op 250 meter van de eindstreep was ideaal om aan te vallen. Dat deed hij niet. Speculeren op zijn sprint, dat deed hij. En plots ontplofte de boel helemaal. Roche reageerde op een schijnbeweging van mij en trok alle registers open aan de rechterkant van de baan. Net op datzelfde moment vond ook Sagan dat de aanvalstijd gekomen was. Ik perste me tussen Roche en Sagan in en placeerde op 150 meter van het einde mijn definitieve sprint. Met de wind pal op de kop kwam ik tussen Roche en Sagan terecht. Roche, alles gevend langs mijn rechterflank, verzwakte exponentieel en kon naar de zege fluiten. Sagan daarentegen trok resoluut de kaart van de overwinning en sprintte een half wiel voor me uit. Met nog een kleine honderd meter te gaan leek de zege de ver-weg-van-mijn-bed-show te zijn.

Met honderden Italianen in koor applaudisserend achter de nadars werden we allebei vooruit gestuwd. Peter had zijn sprint dan toch goed ingedeeld en bleef maar net voor mij uitrijden. Hoe ik hier nog altijd helder over kan nadenken… Dit was een sprint van dode vogeltjes. In de laatste vijftig meter slingerde ik als een bezopen man van links naar rechts, een verwoede poging om Sagan nog koud af te maken. Niets lukte meer. Uiteindelijk won de Slowaak met amper een fietsband verschil op de streep, hij verzwakte nog redelijk op het eind. Het bleek niet genoeg. Ondanks mijn puike tweede plaats was de ontgoocheling de overheersende emotie aan de finish. Sagan feliciteerde me met mijn verrichtingen en liet enkele superlatieven voor mij bestemd over zijn tong rollen. Na de gehele podiumceremonie kwam ook de gehele ploeg mij gelukwensen. Damiano won uiteindelijk de pelotonsprint en was zo fier als een gieter om opnieuw in die top tien beland te zijn. “Matteo. Volgende week is het Milaan-Sanremo. Je bent in een supervorm. Houd die vast, maak dat je scherp aan de start in Milaan komt, en wij zullen alles op jou zetten. Je kan hoog eindigen Matteo. Je zal hoog eindigen. Ik reken op je.â€

Het besef dat ik hier werd geroemd als Italiaans supertalent deed me huiveren. Een simpele jongen uit Napels die, na een keiharde jeugd waar liefde en affectie onbekende begrippen waren, een afspraak had met de geschiedenis en de toekomst. De vreugdevolle tranen rolden als cascades naar mijn mondhoeken. Matteo Cutolo, Napolitaan en profrenner, had de wielerwereld verbaasd. Milaan-Sanremo zou een ijkpunt in mijn prille carrière worden.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(47)

De heuse scheldtirade had me mentaal volledig gekraakt. De wrede woorden deden me zwijgen, deden me huilen en deden me twijfelen aan mezelf. Hun scherpte was het equivalent van een groot broodmes. Sindsdien liet ik mijn mondspieren met rust. Beeld zonder klank, de gehele dag. Damiano, Francesco en Michele trokken partij voor mij maar veel konden ze niet uitrichten. Zelfs de eeuwige droge humor van Flavio en de vulgaire grollen van Moreno brachten niets teweeg. Niets was alles wat ik zei. Mijn hoofd was leeg. Mijn huid voelde kil aan. In deze situatie kon ik morgen geen potten breken. Dat wist ik. Toch, iéts hield me tegen om tegen mijn gemoed te vechten. Het mes der woorden raakte mijn gevoelige plaatsen frontaal.

Het was negen uur ’s avonds. De duisternis had zijn intrede al gedaan op het Napolitaanse land. Alles voelde koud aan. De sfeer, de temperatuur. Volgens mij had ik mijn reservoir aan tranen volledig opgesoupeerd, huilen was het laatste wat ik überhaupt nog kon doen. Ik lag al een goede twee uur op de donkerbruine sofa in de living. Vlak voor de haard, vanavond gekenmerkt door zijn onfunctioneel karakter. Geen haardvuur vandaag. Het totaalplaatje klopte. Alles, werkelijk alles, was koud en kil. Zelfs de muziek die door de luidsprekers galmde. Nochtans, de shuffle-modus zou normaliter een beetje variatie moeten brengen. Forget it. Depressieve en donkere gezangen en noten vulden de gehele ruimte. Ik staarde al enkele momenten naar hetzelfde punt op het plafond. Een zwart vlekje. Zo fascinerend allemaal. Als je niets te doen hebt en niets wil doen, wordt alles plots interessant.

Damiano kende mij door en door en wist goed genoeg hoe hij dit moest aanpakken. Hij nam Francesco, Michele, Flavio en Moreno uit eten en liet mij alleen. Alleen. Helemaal alleen. Niets rondom me. Enkel de rillingen die door mijn lijf liepen zorgden voor een enig teken van leven. Leven. Tja, wat is het leven. De put der ellende bleef zich maar profileren als “belangrijkâ€. De belangrijkste factor uit mijn leven. Maar nu leefde ik niet, dus telt dat dan mee? Ik was veeleer een zombie. En wanneer ik in die levensvorm transformeerde had mijn lichaam geen nood meer aan eten en drank, affectie en sociaal contact. Gewoon niets doen. Met een streepje muziek.

Toen ik eindelijk de moed had hervonden om uit de sofa te kruipen, belde Damiano me op. Geen zin in sociaal contact. Dan maar eten. Vreetbuien. Vroeger was ik daar bijzonder sterk in. Als iets tegenzat, greep ik al te snel naar de chocolade of chips. “Matteo, je bent een wielerprof. Ieder grammetje vet in je lijf is een grammetje teveel.†Al snel liet ik het vreetidee varen. Ik drukte op de aantoets van mijn spiksplinternieuwe Loewe en zag hoe Rai Sport een documentaire op het scherm gooide over Milaan-Sanremo. Het programma was pas vijf minuten begonnen, ik had dus nog niets gemist. De openingstune was beladen met nostalgische zwartwitbeelden en vrolijke Italiaanse deuntjes op de achtergrond. Coppi werd meteen op een troon gezet. De allerbeste renner ooit. De allergrootste ooit, Merckx, werd amper genoemd. Italiaans chauvinisme heet men dat.

Coppi en co. brachten mij terug wat kleur. Ik kon alweer lachen, maar telkens ik weer aan Leona dacht… Het stopte niet. Ik stortte weer helemaal in. De tranen vloeiden weer rijkelijk. Deze keer was het een schrijnend zicht. Ik voelde alle opgedane energie na de documentaire weer helemaal wegvloeien, op mijn huid vormde zich kippenvel en met ware waangedachten lag ik daar als een klein kind te snikken op het witte tapijt die de living een warmere toets zou moeten geven. De pijn van haar woorden waren nog altijd voelbaar. Na enkele minuten vond ik de kracht terug om recht te staan. Het eerste wat ik deed was een ander nummer opleggen. Niet zomaar één, een nummer die ik koesterde.

I hurt myself today

To see if I still feel

I focus on the pain

the only thing that's real

The needle tears a hole

the old familiar sting

Try to kill it all away

but I remember everything

What have I become?

My sweetest friend

Everyone I know

goes away in the end

You could have it all

My empire of dirt

I will let you down

I will make you hurt

(Nine Inch Nails – Hurt)

Liefde en haat, zoals het cliché dat betaamt liggen ze naast elkaar in bed. Ik kon Leona op die momenten echt kapot maken, net zoals zij dat bij mij deed. Mentaal dan. Maar ik hield nog altijd van haar. Alleen was dat besef ver te zoeken. Mijn hoofd wist niet meer in welke richting te kijken. Bijzonder bedroefd om de krenkende woorden die ze naar me toegooide eerder op deze dag, maar ook enorme haatgevoelens. Ik was Matteo Cutolo, een jonge Napolitaan die het in zich had de wereld te veroveren met zijn wielerkunsten. Niemand zou mij stoppen, zelfs mijn geliefde niet. Ik dacht enkele tellen diep na over waar ze zou kunnen zijn en kwam tot de conclusie dat ze ofwel in haar stamcafé zit op de Piazza Municipio, ofwel bij haar boezemvriendin Laura. Ik knoopte mijn schoenen, nam de autosleutels ter hande, haalde mijn warme mantel van de kapstok aan de voordeur en weg was ik. Kokend van woede op zoek naar Leona, mijn geliefde. Dit zou een belangrijk punt blijken in mijn carrière en leven tout court.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(48)

De lucht kleurde grauw, de koude lucht die circuleerde was vergelijkbaar met twee dagen geleden. Voor het eerst kreeg ik geen kus of sms van Leona voor de start. Misschien nooit meer. Ik werd er allesbehalve gelukkiger van. Damiano en Francesco hadden me al talloze malen proberen op te peppen, maar niets hielp op deze godvergeten dagen. Vandaag zou Milaan-Sanremo plaatsvinden, mijn eerste Primavera en ik was tevens een outsider, maar de motivatie was ver te zoeken. Totaal ongeconcentreerd. Mijn eetgedrag liep gisteren volledig uit de hand, ik voelde bijna letterlijk de kilo’s erbij komen. Roberto waarschuwde me gisterenavond nog dat ik zo scherp mogelijk aan de start moest staan. Mentaal en fysiek. Het mocht niet zijn. Deze Matteo Cutolo was een gebroken man. Een renner die zijn bestaan wellicht iets anders had voorgesteld. Het liefst van allemaal zou ik nu willen verdwijnen. Naar een land waar de koeien nog de beste maatjes zijn van de plaatselijke inwoners en waar rust primeert. De plaats waar ik mij nu bevond stelde me dan ook diep teleur, de Piazza Sforzesco in hartje Milaan. Modehoofdstad. Mode en Leona waren twee handen op één buik. Matteo en Leona niet meer.

Collega-renners vonden het al merkwaardig dat ik mijn mond in het eerste wedstrijduur nog niet eens open had getrokken. Thor Hushovd kwam mij hoogstpersoonlijk vragen wat er scheelde. “Nienteâ€, antwoordde ik bot. De Noor schrok duidelijk van mijn reactie en verliet me met een norse blik. Even later kwam ook Greg van Avermaet mij storen, waarna ik hem met hetzelfde woordje de mond snoerde. Ik herkende mezelf niet meer. Ik trapte gewoon wat rond en zag wel wat er gebeurde. Viel ik in een afdaling, so be it. Het scheelde me allemaal geen moer meer. En dat was duidelijk merkbaar. Mijn botte uitspraken gingen al snel de ronde in het peloton. Als resultaat kwam iedereen dan ook uit: “Cutolo heeft een mindere dag en staat mentaal bijzonder kwetsbaar. Op hem hoeven we niet te rekenen.†Roberto twijfelde vanmorgen nog om me wel te laten meedoen door mijn gedrag die te wensen overliet, Flavio overhaalde de man om me toch als kopman te laten rijden. Zelfs een simpel bedankje kon er niet van af. Het enige wat ik wou was Leona, maar Leona was vreemdgegaan met die lul van een Danielo, de vriend van haar beste vriendin Laura notabene… Ik kon daar niet bij met mijn gedachten. Alle herinneringen die we samen hadden werden zo door één pot zwarte verf overgoten, zodat er geen enkele vezel echt overeind bleef. Alles wat me aan Leona deed denken was slecht. En toch wou ik haar terug. Liefde kan een raar beestje zijn. Zeg maar gerust beest. Een moordzuchtig beest. Ik wist zelfs niet meer of ik nu nog een relatie had met haar. Sinds eergisteren, toen ik haar gezocht had, heb ik ze niet meer gehoord. Maar best dat ik Leona die avond niet gezien heb overigens, enkel gehoord via de telefoon.

Laura wist me te vertellen dat ze haar hart was komen luchten bij haar, en ondertussen biechtte ze ook alles op over Danielo. De feiten dateerden van de voorbije week. Laura voelde zich genoodzaakt het meteen af te maken met Danielo, en zo zochten we steun bij elkaar, Laura en ik. Tekeningen zijn wellicht niet nodig… Daarna heb ik mij dus ook schuldig gemaakt aan overspel, maar ik mocht dat aangezien Leona begon. Toch? De man in kwestie, Danielo, was een gayachtige verkoper in de Zara in het centrum van Napels. Zijn snobistisch brilletje toonde meteen aan dat hij niet meteen van het zuiverste heterowater was. Zijn haren lagen strak naar achter, zijn hemdje kleurde nogal flashy roze. Alsof dat nog niet genoeg was vormde zijn piepstemmetje de kers op de taart. Het totaalpakket van een homofiele hetero, met andere woorden een biseksueel. Hij wist het zelf nog niet vrees ik.

Hoe dan ook, Leona was met de vriend van haar hartsvriendin gaan lopen en zij heeft mij gebruikt als troost, en daar was ik in die situatie niet rouwig om. En toch voelde ik me bijzonder schuldig. Ik wist niet wat Leona op dit eigenste moment uitspookte en dat maakte het extra lastig. Was ze bij Danilo? Was het allemaal misschien gewoon een accident de parcours? Hadden we wel nog een relatie? Het hielp niet echt dat ik mijn mond niet meer opendeed. Zowel Damiano, Francesco als Michele, alle drie aanwezig in het peloton, wisten niets van de nieuwe elementen rond de verwijfde Danilo en Laura.

Al goed dat mijn koersbril mijn gevoelens een beetje camoufleerde, want het was weer tijd voor Matteo’s watervallen. Snikken deed ik er bij. Snikken als een klein kind dat net had ontdekt dat Sinterklaas niet écht bestond, althans, dat was toch bij mij het geval. Maar de koers wachtte niet, op niemand. Het pelotonsvuur werd voor het eerst aangewakkerd op de Passo Turchino, en ik begaf me in de buik van het peloton. Bijna tweehonderd collega’s en vrienden letterlijk rondom me, maar ik voelde me eenzaam. De enige persoon op moeder aarde. Hoe paradoxaal kon het leven zijn…

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(49)

Regen. Joepie, het kon niet meer op. Het liet me volledig koud eigenlijk. Hoe meer ik eenzaam zat te wezen op mijn stalen ros, hoe liever ik gewoon wou afstappen en verdwijnen in de Italiaanse wildernis. Ik liet me uitzakken en vroeg aan Roberto een bidon. Roberto was allesbehalve opgezet met mijn gedrag, maar kon niet anders dan de bidon te geven. Zonder ook maar één woord te zeggen verdween ik weer in het grote pak.

De weg werd meer en meer een soort van ijspiste. Het water die met bakken uit de hemel viel had geen enkele mogelijkheid om te verdampen, dus bleef het maar liggen. Het tempo lag bijzonder laag, maar de troepen van Team Sky trokken prompt alle registers open na een massale valpartij in de buik van het peloton. Het lot spaarde me dan toch nog, de tuimelperte vond net achter mij plaats. Ik was dus mee. Boeiend. Echt, op dit moment was ik in staat me gewoon te laten vallen. Niemand begreep wat er met mij scheelde in het peloton. Dat moest niemand ook weten. Enkel Damiano heb ik een tipje van de sluier gegeven, hij was de enige die wist over Danilo. Geen details, gewoon in grote lijnen. Tot meer was ik niet in staat, ondanks vele aantijgingen van Damiano om mijn hart te luchten. De enige die mij nu nog kon redden was Leona zelf, maar stilaan moest ik haar als “verleden tijd†catalogeren. Het gevecht tussen tegenwoordig en verleden, die was nu aan de gang in mijn kopje. De onzekerheid botvierde.

“Attenzione!†Roberto vormde met één woord de gehele situatie. De natgeregende afdaling van Le Manie behoefde de nodige aandacht. Nu, tijd om uit te blazen in die afdaling kregen we niet. De blauwe luchtmacht voerde de forcing bergop, en liet Welshman Geraint Thomas als een losgeslagen stier te keer gaan in de afdaling. Enkele renners bezweken onder de gigantische druk om toch maar te blijven volgen, maar als bij wonder bleef ik gewoon overeind. Het vat der concentratie was quasi inhoudsloos. Met een behoorlijke afscheiding, slechts een dikke veertig man kon zich handhaven in de voorste gelederen, stormden we op de finale af. Ik had nog twee ploegmaats bij me: Damiano en Domenico Pozzovivo. Tot mijn grote verbazing kon ik ook alweer de aanwezigheid vaststellen van Francesco en Michele. Onze clan stond er helemaal. Zowel sportief als mentaal. Enkel viel ik nu even uit de boot, maar ik voelde me er stilaan doorkomen.

Enkele kilometers voor de Capo Mele, het begin van de resem heuvels die de finale wellicht zouden kleuren, nam ik polshoogte bij Damiano hoe het zat met de benen. Damiano schrok zichtbaar en beantwoorde met een lach mijn vraag. Stilaan was ik klaar om er voor te vechten. Mijn hersenen hadden Leona even op de achtergrond verdrongen en de negatieve energie omgezet in beenkracht. Ik vloog zonder vleugels als het ware. Als ultieme eindresultaat kwam een zachte glimlach naar boven. Treiterend vatte ik even later post voorin, naast arrogante zak en wereldkampioen Mark Cavendish. Zijn blik sprak werkelijk boekdelen. Voor aanvang mij afschilderen als een fragiele persoonlijkheid, nu zich afvragend van welke planeet ik plots vandaan kwam. Het feest werd helemaal compleet toen Michele aanzette op de eerste klimmeters van de Cipressa. De zon kwam er ook nog eens helemaal door, plots klopte het totaalplaatje wel. Ik was klaar om dit pleit in mijn voordeel te beslechten.

Michele zorgde eigenhandig voor scheuren in het pantser van Team Sky. Michele werd het beginpunt van een lange sliert renners, waarna ik even aanzette op de top van de Cipressa om met een voorsprong de afdaling in te gaan. Michele liet het gat vallen, acht renners lieten zo de motor gezamenlijk aanslaan om het gat van ongeveer twintig meter te dichten. Ik voelde me werkelijk super, niets kon me gebeuren, niemand kon me vandaag kloppen. Beneden gekomen liet ik me wijselijk inlopen door de acht grote namen: Sagan, Van Avermaet, Cancellara, Gilbert, Goss, Boasson Hagen, Hoogerland en de verrassende Michele Scanti. Wie had dit ooit durven dromen. In ons eerste profjaar meteen vooraan in de finale van La Primavera. In het achtergebleven peloton hielden Damiano, Domenico en Francesco gezamenlijk een surplace vooraan. De zege lag vooraan voor het rapen.

Sagan merkte de metamorfose sinds vanmorgen op en vroeg hoe het nu ging met me. Uiteraard antwoordde ik positief. Leona kon me nu even gestolen worden, Matteo Cutolo zette zich niet zomaar aan de kant. Al was voorzichtigheid, voornamelijk in de afdalingen, toch wel geboden. De weg lag er spekglad bij, en met de haarspeldbochten die de Poggio kruidden kon hoogmoed mij fataal worden. Ik vroeg aan de voet van de Poggio Michele om nog eens stevig door te trekken indien mogelijk. Dat deed hij. Gewoon het tempo hoog houden. Iedereen kon eenvoudig volgen, maar voor Sagan ging het alweer niet snel genoeg. De Slowaak profileerde zich meer en meer als mijn sportieve aartsvijand en die gedachte was ook omgekeerd het geval. Ik was de enige die toch tot enkele meters achter hem kon volgen, maar vlak voor de eerste bocht die de afdaling inluidde nam hij bijzonder veel risico om het gat groter te maken. Achter me hield iedereen zich in, waardoor het ik tegen Sagan zou gaan worden. Met veel gevoel sneed ik verder door de bochten.

Zoals het zo moest zijn begon het plots weer te motregenen. De zon was in geen velden meer te bespeuren, de weg werd alweer gladder en gladder. Het deerde niet. Met volledige overgave trachtte ik Sagan te grazen te nemen, wat geen evidentie was. Nog drie bochten scheidde ons van het laatste vlakke deel voor de eindstreep. Links, rechts en links. Linke bochten alle drie, vooral de eerste twee in de rij. Sagan zwaaide breed uit met zijn linkerbeen en reed gebalanceerd de eerste bocht uit. Met de identieke beweging temde ook ik de bocht. Ook de tweede bocht bevatte geen problemen voor de Slowaak, dus probeerde ik opnieuw hetzelfde te doen. Om de rechtse bocht goed aan te vatten draaide ik het stuur even naar links, maar toen liep het fout. Mijn achterwiel begon te slippen door de stevige rempoging, en aangezien ik me op een nat wegdek begaf was ik de volledige controle over het stuur kwijt. Sagan keek juist achter zich en zag mijn schuiver live voor zijn ogen gebeuren. Het zou traumatische gevolgen hebben, zou later blijken.

Ik schoof gewoon naar beneden, en bad nog snel tot de wielergoden voor een goeie afloop. Enkele milliseconden later botste ik frontaal met mijn gezicht tegen een pootje van de balustrade. Ik bleef hangen met mijn hals en werd zo door de harde klap tot stilstand gebracht.

Ademloos. Hulpeloos. Verlamd. Ik bleef voor dood liggen. Het lot sloeg uiteindelijk toch toe. Na de afschuwelijke val kwam de zon er weer door. De goden hadden hun werk gedaan. De klap bracht me een licht gevoel in mijn hoofd. De hoofdkleur was zwart, mijn zintuigen namen niets meer waar. Even later profileerde het befaamde wit licht zich, en verpulverde al het zwart voor mijn ogen. Het kwaad was geschied.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(50)

De wind produceerde rillingen over mijn tengere lijf door zijn guur karakter. Ik sleepte met mijn voeten de bladeren van het pad aan de kant. Sloffend genoot ik van het vogeltjesgezang, die het totale volume qua geluid voor hun rekening namen. De zon weigerde door de wolken heen te schijnen, de donkere regenwolken hielden zich koest. Mijn huid voelde kil aan, ondanks de warme induffeling. Dit was een idyllische plaats voor me. Het kleine maar gezellige bos, omgeven door een bevroren beekje in hartje winter. De mist hing laag over de grond, er was geen menselijk leven te bespeuren. Ik was alleen op deze planeet, mijn wereld.

Ik nestelde me op een hoop blaadjes aan de rand van de beek, en staarde naar het oneindige. Recht voor me uit. De Italiaanse weilanden met hun bergachtig karakter vormden het decor voor deze kille ochtend. Het enige wat qua gedachtegang in me opkwam, was Leona. Mijn allerliefste. Ze balanceerde op dit eigenste moment tussen leven en dood. Totaal onverwacht. En ik, ik zat hier alleen te wezen. Steun kon ik haar niet geven, haar comateuze toestand liet dit niet toe. Maar best dat haar ouders Massimo hebben meegenomen, ik zou niet in staat geweest zijn om voor onze kleine spruit te zorgen. Het was ondenkbaar, Massimo die zonder natuurlijke moeder zou opgroeien.

Mijn ogen maakten zich gereed om zich als watervallen te profileren. Niemand zou me storen op deze koude winterochtend. Mijn gsm lag thuis te wezen op de keukentafel. Geen sociaal contact. De laatste keer dat ik sprak was drie dagen geleden, op oudjaar. Vermakelijk was het allerminst. De rillerige sfeer viel als een zak cement op ons gemoed. Ik zweeg tijdens het ontvangst bij Francesco thuis, ik zweeg tijdens de rijkelijke maaltijd en ik zweeg in de discotheek. Damiano trachtte de trieste stemming te doen omslaan, maar telkens zonder succes. Michele was meer met zijn eigen vriendin bezig dan met wat anders, zodat de gehele avond een avond om snel te vergeten was. Een Franse journalist belde me daarna op nieuwjaarsdag op, hij draaide een reportage over hoe (ex-) wielrenners de feestdagen vierden. Ik wimpelde hem met veel plezier af. Sinds mijn grote doorbraak drie jaar geleden moest ik echt de persmensen die me wilden interviewen selecteren. Veeleer afwimpelen. Ik was immers nooit een echte prater. Ik liet mijn kop derhalve amper zien in de mediawereld.

Toen de gedachten van twee jaar terug aan de oppervlakte kwamen, passeerde er een vluchtig lachje mijn gezichtsuitdrukking, die de momenten voorheen vooral gekenmerkt werd door somberheid. Mijn topjaar was het. Samen met Peter Sagan, Michele, Damiano en Francesco in één team. We wonnen alles wat we wilden winnen. De sfeer was opperbest. Ik reconstrueerde meteen de momentopname die me het meest was bijgebleven. Op de tweede rustdag van de Tour van dat jaar, 2015 dus, waar ik op kop stond vonden Damiano en Francesco er niets beters op dan me op te sluiten in de wc in de hal van het hotel voor een uur. Leona zat mee in het complot en communiceerde om me te treiteren het gehele uur via mij aan de andere kant van de deur. Het deed me ook beseffen dat ik dit soort momenten, vooral met de protagonisten die meespelen, moest koesteren. De relatie tussen mij en Michele, de flamboyante klimmer die in de voorbije vijf jaar twee keer de Bolletjestrui wist te winnen plus elk een keer het bergklassement in de Giro en de Vuelta, was immers flink bekoeld geraakt na openlijk geflirt met Leona en andere playermaniertjes. Sinds enkele maanden had hij, naar eigen zeggen, een vaste vriendin. We hebben het op oudjaar allemaal mooi mogen aanschouwen, zijn gelebber. Als het enkel van mij afhing was Michele er niet bij, maar zowel Damiano als Francesco stonden er op dat hij er bij zou zijn.

Als uit het niet kwam het in me op dat ik Leona al een dikke week niet had gesproken noch in levende lijve heb mogen aanschouwen. Haar glanzende, bruine haren die in de wind nog dat tikkeltje extra kregen, die fonkelende ogen met hun bruin karakter waar de grote pupillen zorgden voor diepgang, haar volle lippen die vroegen om gekust te worden, haar slank silhouet die iedere weldenkende man tot kijken begaf en haar strak kontje waar enkel ik eens goed in mocht knijpen. Ik kon niemand beter krijgen, dat wist ik. Maar heel mijn leven lag overhoop. Leona verzeilde elke seconde meer en meer naar de voltooid verleden tijd en Damiano was de enige persoon waarmee ik mijn band van enkele jaren geleden had kunnen behouden. Flavio pleegde zelfmoord drie jaar geleden na de vechtscheiding van zijn vrouw waar hij zijn hoederecht over de twee dochters verloor, en Moreno zei alles wat met wielrennen te maken had vaarwel, dus ook mij. Ik verloor mensen alsof het niets was, alsof het de normaalste zaak van de wereld en een belangrijk kenmerk van mijn armzalig leven was. Enkel Damiano was overgebleven. Zelfs met Francesco liep het verkeerd na een braspartijtje in centrum Napels. Reden: jaloezie op de wereldtitel in Ponferrada, drie jaar geleden ondertussen, van Damiano. Door hun vete, die ondertussen al lang was opgelost, ontdekte ik de zwarte kant van Francesco. Sindsdien is er langs beide kanten iets gebroken. Ondertussen weet ik dat vriendschapsbanden, en banden in het algemeen, de fragiliteit hebben van porselein. Enkel die met Damiano was een uitzondering, maar hij was dan ook mijn enige échte vriend die ik heb gekend en dat ook altijd is gebleven. Ik hoopte dat Leona zich ook bij dat rijtje zou kunnen scharen, maar veel zou afhangen van haar telkens veranderende situatie de komende dagen. Ik was dan ook zielsgelukkig na de geboorte van Massimo Cutolo. Hij zou als klein mannetje als buffer kunnen dienen om het eventuele verlies van Leona toch enigszins op te vangen, al was zij onvervangbaar.

De volle sneeuwvlokjes die dwarrelend de lucht vulden en zich naar beneden begaven deden me er weer aan denken dat ik leefde. Ja, life goes on, wat er ook gebeurd. De tijd bleef onverbiddelijk verder tikken, hoe gestaag de last die elke seconde telkens weer meer met zich meebracht ook was.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(51)

Ik leek wel op een soort van cruisecontrole terug naar huis te wandelen. Eerst via het ijzige padje die het bos naar de asfaltweg bracht, dan tergend traag een kleine twee kilometer stappen richting mijn thuis. Ik had heimwee naar vroeger. Toen was alles goed, toen verliep alles naar wens. Zowel persoonlijk als sportief. Nadat ik Leona’s slippertje met Danilo, de homofiele kledingverkoper, vergeven had, piekte onze relatie enkele weken later naar een absoluut hoogtepunt, die nog enkele maanden, tot zelfs jaren, werd behouden. Enkel het lot kon ons scheidden van mekaar, en dat was bij deze ook gelukt. Gezondheidsproblemen hadden haar niet gespaard. Haar epilepsieaanvallen kwamen vaker en vaker voor en steeds namen ze grotere proporties aan. Een week geleden liep het dus volledig fout. Ze fietste richting centrum Napels om te gaan shoppen. Ze zou nooit de winkels afschuimen en leegplunderen. Ze kreeg immers een epilepsieaanval op de fiets, waarna een autobestuurder haar niet meer kon ontwijken. De oudere man van zestig jaar was danig onder de indruk van de situatie dat hij na het opbellen van de ambulance zelfs van zijn sus draaide. Leona werd toen in leven gehouden door de toegepaste hartmassage van een toevallige passant. Luca was zijn naam, een 25-jarige student afkomstig uit Lecce. De eeuwige student wel te verstaan. Na zijn reddingsdaad nodigde ik hem uit om zijn verhaal te doen. Zijn eerste indruk die hij me naliet was veeleer die van een snobistische nerd. De haartjes in de gel en glad naar achtergekamd, de visbokalen die fungeerden als bril, zijn gezichtje die getekend was door de puisten met de daarbij horende littekens, kennelijk was hij een fervent puistjesuitduwer en zijn stinkende adem zorgde ervoor dat ik hem enkel water aanbood en hem een muntje aanbood. Kwestie van subtiel te zijn.

Van zodra ik het ongeval van Leona opving, snelde ik met mijn rode Fiat Punto, met Massimo op de achterbank, richting het hospitaal. Een twee uur durende spoedoperatie zorgde voor klamme handen en vooral heel veel schrik om mijn dierbaarste schat te verliezen. Toen ik de aanwezigheid van haar ouders waarnam in het ziekenhuis viel een soort last van mijn schouders. De zwaar geshockeerde en geëmotioneerde moeder van Leona, Mathilda, vreesde voor het verlies van hun tweede en laatste dochter. Leona verloor immers haar zus toen ze dertien was. Silvia, haar zus dus, overleed aan de gevolgen van een vreemd virus die ze opliep in het buitenland. De vader, Simone, kon al snel de situatie in de mate van het mogelijke relativeren, al had hij het logischerwijs ook vaak genoeg lastig toen Leona in comateuze toestand naar haar kamer werd gebracht. Een dik uur vonden wij steun bij elkaar zonder ook maar één woord te zeggen. Niets was opnieuw alles wat we zeiden. Woorden konden nog geen duizendste vertellen van wat voor soort pijn we voelden. Toen ons gevraagd werd te beschikken, zo wreed kan het ziekenhuiswezen de dag van vandaag zijn, stelde Silvia voor om Massimo bij hun te laten verblijven tot de tijd dat Leona zou ontwaken uit haar coma en aan de beter hand zou zijn. Als dat er tenminste kwam…

De deur schuurde open. Ik stapte naar binnen, hing mijn winterjas aan de kapstok en nestelde me in de sofa. Het was kil in huis, de verwarming kreeg immers geen opdracht om zijn werk te doen van mijn kant. Via de afstandsbediening liet ik een plaatje van Andrea Bocelli afspelen. De laatste dagen vormde Bocelli mijn muzikale steun en toeverlaat. Ik moest me immers aan iets kunnen optrekken. Wenen deed ik niet meer, het vat der traanvocht was tijdelijk uitgeput. Ik sloot mijn ogen en verzonk helemaal in mijn gedachten. Opnieuw. De laatste tijd ging het vanzelf. Mijn concentratie op aardse dingen was quasi nihil, mijn gedachtegang zorgde voor alle spanning. Zo had ik nooit het zoemend toontje van mijn smartphone waargenomen. Toen ik een klein kwartiertje later de keuken opzocht om een verse koffie te nuttigen, zag ik de foto van Damiano opflikkeren op het scherm. Nadat ik alweer niets van me liet horen, liet hij een kort berichtje achter. “Matteo, als beste vriend voel ik me genoodzaakt je te steunen in deze harde tijden. Als het goed is kom ik vanavond even langs. Tot straks.†Damiano was de eerste persoon die me aandacht schonk, buiten Leona’s ouders logischerwijs, sinds oudjaar. De meest onverwachte berichtjes doen meestal nog het vaakst deugd. Ik bevestigde Damiano en nam, met een kop warme koffie, weer plaats in de sofa. Ik opende de tv en koos via digitale tv een filmpje uit. Zo doodde ik twee uur lang de tijd. Hoe minder ik nadacht doorheen de dag, hoe beter.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(52)

Het was klokslag zes uur. Geen kerkgeluid of een slagklok, nee, gewoon afgelezen van de televisie. Zes uur betekende het eerste nieuwsbulletin van de avond, dus zapte ik naar de Rai. De gehele middag had ik gevuld met muziek, voedsel en slaap. Ik kwam energie te kort om iets nuttigs te doen. Naar buiten gaan bijvoorbeeld, of een fietstochtje te maken. “Hoe lang zou het al geleden zijn dat ik nog gefietst hebâ€, vroeg ik mezelf af. Zeker vier maanden. Mijn conditie ging dan wel niet achteruit, ik voelde dat ik de kracht, de panache die een wielrenner kenmerkt, niet meer bezat. Maar als ex-renner was die beenkracht niet relevant natuurlijk. Ik ontdekte het echte leven, met vallen en opstaan. Dat Damiano, Francesco en Michele nooit hebben gesnapt waarom ik mijn fiets op zo’n jonge leeftijd aan de wilgen hing interesseerde me niet, het was immers mijn leven. En uiteindelijk had ik enkel nog met Damiano veel contact. Net op dat moment realiseerde ik me weer dat Damiano zou langskomen deze avond. Na het nieuws, die gekruid werd door een ijskoude winter in Noord-Italië, raapte ik al mijn moed bijeen en sprong ik de sofa uit. De koffie zette ik al klaar, ik legde een streepje muziek op en liet de beschikbare lichtbronnen in de living hun werk doen. “Toch een beetje sfeer brengenâ€, mompelde ik in mezelf.

De bel moet verheugd geweest zijn nog eens zijn werk te mogen doen na vier werkloze dagen. Ik liet Damiano binnen en merkte meteen zijn nieuw kapsel op. De eeuwige krullenbol nam de uitdaging aan en heeft zichzelf een modieuze coupe aangemeten, met de piekjes naar links. “Matteo, long time no see. Hoe gaat het ondertussen met je, al nieuws over Leona?†Hij gaf me meteen een stevige knuffel. Ik bevestigde het eerste deel, waarna ik licht geëmotioneerd moest vaststellen dat Leona nog altijd in een comateuze toestand lag te slapen in het ziekenhuis. Nadat Damiano zich in de sofa nestelde, bediende ik hem met een stuk taart en een koffie. De sfeer zat er verbazend snel in. Het deed deugd om weer van het sociale contact te proeven en dat merkte Damiano meteen. “Ik zie dat je stilaan jezelf terugvindt? Maar goed ook, ik heb er immers goeie hoop op dat Leona dit overleefd. Vanmiddag bracht ik haar een bezoekje, de dokters wisten me te vertellen dat ze haar op dit moment tachtig procent kans geven om het te overleven.†Ik wist van niets, zelfs niet wat ze precies had opgelopen van breuken en dergelijke. Na de vraag gesteld te hebben aan Damiano, kreeg ik een gesofisticeerd antwoord. Het kwam er op neer dat drie ribben gebroken waren en in haar onderliggende organen zijn beland, een gescheurde milt en talloze breuken in de ledematen met een zware hersenschudding als toetje van dit alles. Zwaar verdict, maar nog volgens Damiano zou alles weer perfect kunnen genezen. “Ik mag er niet aan denken dat ze hier niet doorkomt. Je moet weten dat we net ruzie hadden gemaakt toen ze vertrok naar het stad met de fiets om daar te gaan shoppen, maar vooral haar hoofd leeg te maken. Als ze dit niet heeft overleefd zit ik met een serieus schuldgevoel opgezadeld. Je weet dat ik mentaal niet de sterkste, ik sta al versteld van mezelf dat ik je onder ogen kan komen in deze loodzware periode.†Damiano kon zich altijd perfect in de situatie inleven, en verzekerde me dat hij er altijd zou zijn voor mij, wat er ook gebeurde.

Het licht die de zon permanent produceerde daalde weer neer over Napels. Geen wolken in de buurt op deze fraaie ochtend. Na gisterenavond steeg mijn geluksgevoelmetertje weer wat, wat als resultaat had dat ik mijn lach maar moeilijk kon inhouden. Vandaag zou ik Leona bezoeken, vandaag zou ik alle verloren tijd inhalen. Te beginnen met een fietstochtje door de Napolitaanse bossen. Na een energierijk ontbijt kleedde ik me naar de weersomstandigheden en nam ik mijn koersfiets. Speciaal uitgerust met dikke banden. Veldrijden had ik altijd graag gedaan, lekker door de modder ploeteren. Enkel werd veldrijden in Italië bekeken als de babyversie van de echte wielersport op de weg. Het bood me geenszins toekomstperspectieven, zodoende dat ik me rond mijn achttiende enkel en alleen op de weg focuste. Ik schakelde mijn iPod in op de shufflemodus, te beginnen met een stevige metalsound die mijn trommelvliezen toch zwaar deden trillen. Tijdens het rijden ademde ik de frisse lucht met veel gestes en genot in. Ik voelde me één met de natuur. Toen ik in het bos terechtkwam waar ik gisterenochtend in een totaal andere toestand vertoefde, hield ik even halt aan het beekje. Het leek wel een betoverde plek want alweer droomde ik weg. Dromen over de toekomst. Wat moest ik immers doen om de kost te verdienen? Ik kon niet blijven teren op het prijzengeld uit de zeges in de drie grote rondes plus die in de grote klassiekers. Je mocht dan nog drie jaar de wielerwereld als God hebben geheerst, van wielrennen werd je nu eenmaal niet stinkend rijk. Soms vroeg ik me af waarom ik geen voetballer was geworden, een tweede passie. Toen Napoli vorig jaar zich tot kampioen kroonde, heb ik de gehele nacht feest gevierd, zonder alcohol, maar wel een week voor de start van de Giro d’Italia. Riskant maar ik had het er wel voor over. Na een dikke vijf minuten in volledige harmonie met de natuur vertoeft te hebben, zette ik mijn fietstochtje weer verder. Enkele meters later zette ik weer voet aan de grond, de vader van Leona belde immers. Ik durfde het niet hardop te zeggen, maar stiekem dacht ik dat hij zou zeggen dat Leona ontwaakt was uit haar coma. Ik nam de gsm zelfverzekerd op, klaar om een gat in de lucht te springen. Maar stel je nu eens voor dat het omgekeerde waar zou zijn…

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(53)

Het ziekenhuis was ongeveer tien kilometer verwijderd van waar ik me nu bevond. Ik zette mijn helm die ik net had afgedaan weer op en snelde uit het bos. Het nieuws van Simone, de vader van Leona, schokte me. Haar toestand verslechterde vannacht zienderogen, en op dit moment lag de dood dichter om de hoek dan wat anders. Tijdens mijn ritje merkte ik dat ik het intrinsieke talent der wielrenners nog niet verloren was. Mijn snelheid lag ver boven de andere fietsers op de weg, maar het mentale aspect zal daar nu ook wel wat mee te maken hebben gehad. Simone en Mathilda, met Massimo in de buggy, wachtten mij al op aan de ingang van het ziekenhuis. Ik vloog in hun armen en gingen zo terug richting de kamer van Leona.

Normaal gezien was het op dit tijdstip van de dag, het was immers maar elf uur, onmogelijk om op de intensieve afdeling te geraken, maar ik kon gebruik maken van mijn sterrenstatus als ex-renner en mocht zo via een sympathieke en vooral ethische verpleegster de deur naar de intensieve zorgen openen. Vijf minuten na ons kwam ook Damiano zijn steun betuigen. Ik had hem meteen ook verwittigd aangezien hij toch behoord onze familie. Italianen zijn nu eenmaal gesteld op vriendschap en liefde. Alle vier stonden we daar als Lam Gods geslagen. Bijzonder geëmotioneerd nam Mathilda opnieuw toevlucht naar buiten. Ze kon het feit dat haar laatst overgebleven dochter de dood in de ogen keek. Leona zo aan de ademhalingsmachine zien was een vreselijk beeld. Het zou in de vorm van een trauma op mijn netvlies gebrand worden.

Na een dik kwartier op intensieve vertoefd te hebben, wat uiterst uitzonderlijk was, namen we plaats op een lang, zwart bankje in de gang. Naast ons zat een verweesde vader van een tweeling, die wellicht net had vernomen dat één van zijn zonen het niet had gehaald. De bebaarde man, een lookalike van kapitein Haddock uit Kuifje, staarde voor zich uit. Op zoek naar geluk wellicht. Ook wij waren op zoek naar geluk. Mathilda kwam al snel tot rust, Simone bleef zijn kalmte bewaren en Damiano bleef zich toespitsen op een bruin vlekje tegen de muur recht over zich. Het bankje werd een broeigaard van gedachten, van emoties. Een ongekend rationeel vermogen steeg op. Ik verzeilde in een soort van trance waaruit niemand me zou uit kunnen halen. Een soort visioen hoopte ik. Ik zag Leona koken. Een fris pastatje werd door de sublieme handen van Leona bereid om door mijn met veel genot verorberd te worden. Ondertussen opende ik de rode wijn, een wereldbekende Chateauneuf du pape, en schonk met veel feeling de glazen in. Een ideaalbeeld die op dit moment geen realisme bevatte. Een pijnlijke vaststelling. Wat moest er gaan worden van Massimo?

Damiano haalde me met een schouderklop abrupt uit mijn trance. “Nu we hier toch zijn, ik wou gisteren wat aan je voorstellen maar kreeg de kans niet.†Het was alom bekend dat Damiano absoluut geen gevoel voor dit soort gevoelige zaken had. Hij zou over koeien beginnen terwijl er een begrafenis aan de gang was. Sentimentaliteit, dat lag geenszins in zijn aard. Recht voor de raap, zeggend was hij op dit eigenste moment dacht. “Zeg maar Damiano, het klinkt serieusâ€, zei ik met stembanden die schor en doordrenkt waren door droevige emoties. “Napels 2018â€, haalde Damiano aan. Bijna verloor ik mijn zelfbeheersing door hem een fikse slag te verkopen, maar ik hield me in. “Damiano, de koers interesseert me niet meer, zeker niet op deze momenten waar mijn vriendin op sterven ligt. Het WK mag nog in een dorp van een indianenstam in Zuid-Guyana plaatsvinden, het boeit me helemaal niet meer, geen reet zeg ik je!†Licht teleurgesteld deinsde Damiano terug, flink geschrokken ook van mijn stevige ripostering. Na onze korte woordenwisseling maakte Simone me er op attent dat de dokter die Leona behandelde onze richting aangelopen kwam. Dokters lopen niet vaak, maar als ze het wel doen…

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(54)

God was in de buurt. Ik wist het zeker. Het gehele epische plaatje werd gevormd door het weer. De cohesie van donkere wolken die zich een uur geleden voltrokken werd gebroken door een krachtige zonneschijn. Het leek wel of het weer de weerspiegeling was van mijn gemoedstoestand. Het was niet de eerste dat dit me opviel. Ik maakte er natuurlijk van wat ik zelf wou, doch het was markant. Als bij wonder ontwaakte Leona uit haar coma, na een week helemaal van de wereld geweest te zijn. Ze kon nog niets uitbrengen, dat zou nog een paar dagen duren volgens de dokter. Het kon me niet al te veel schelen dat ze nog niet kon communiceren, het belangrijkste was dat haar leven gered was. De revalidatie zou zwaar worden maar dat had ik er wel voor over.

Ik nam Massimo terug mee naar huis. Mijn gelukzalige toestand zorgde ervoor dat ik alles aankon. Ook een baby van twee maanden waarvan zijn favoriete bezigheid schreien was. Hij was mijn engel, een relikwie. Ik zou hem vertellen over alles wat ik op de fiets en in mijn jeugd in het algemeen had meegemaakt. Ik zou hem vertellen hoe ik Peter Sagan klopte in Luik-Bastenaken-Luik en in de Ronde van Lombardije twee jaar terug. Mijn boerenjaar, want in datzelfde seizoen eindigde ik als eerste in de Giro en de Tour, stond ik mee op het podium in de Ronde van Vlaanderen en mocht ik Francesco flankeren in Roubaix, en eindigde ik als tweede in Richmond achter Tosh Van Der Sande, die tot ieders verbazing mij klopte in de sprint- à-deux. Goeie tijden, maar het wielrennen was verleden tijd. Na dat wereldkampioenschap maakte ik bekend dat ik er mee zou ophouden. De gehele wielerwereld stond op zijn kop. Ik nam dus afscheid, op amper 26-jarige leeftijd, van het wielrennen door in Lombardije voor de tweede opeenvolgende keer solo over de streep te bollen. Het leven lachte me daarna enkel maar toe. Het échte leven welteverstaan. Enkel het wereldkampioenschap ontbrak op mijn rijkgevulde erelijst maar dat was slechts een voetnoot in mijn levensverhaal.

Thuisgekomen, de dag profileerde zich als een zonnige middag, stopte ik Massimo meteen in zijn hemelbedje die in de salonkamer stond. Massimo werd door Simone en Mathilda naar hier gevoerd, waarna ze even wachtten tot ik aankwam met mijn koersfiets. Toen ze hem loslieten kon ik eindelijk echt proeven van het vaderschap. De kleine Cutolo hield zich opvallend stil. Doodmoe was het ventje. Ik maakte er op mijn eentje een gezellige middag van. Een tasje koffie met een stukje heerlijke chocoladetaart van de patisserie om de hoek, een streepje muziek die vooral Italiaanse ballades bevatte, de zon die de gehele ruimte verlichtte door de grote ramen… Zo’n idyllisch beeld was het. Ik nam er ‘Il Mattino’ bij en zag hoe Napoli gisteren AC Milan van kant maakte met 5-1. Sinds vorig jaar werd er ook in Italië, naar het Engels model, gekerstvoetbald. Het verslag kwam van de hand van Luigi Demora, de broer van Flavio… Luigi kende ik niet echt, had hem enkel ontmoet op Flavio’s begrafenis drie jaar terug. Zijn zelfgeschreven tekst raakte ieders hart. Zijn woorden werden gevormd door fluwelen emotionele toetsen, nergens werd de waarheid verbloemd. Flavio was een levensgenieter die soms iets teveel van de vrouwtjes hield, maar hij hield oprecht van Natascha, een Russische die op haar tiende met haar vader verhuisde naar Napels. Toen zij hem de rug toekeerde door met een andere man te gaan, ging Flavio er zichtbaar op achteruit. Hij stopte permanent met het managerschap van ons vier en we geraakten stilaan het contact kwijt. Nu, hij had zijn dochters nog. Maar toen ook het hoederecht over zijn dochters hem werden afgenomen doordat Natascha’s vader bijzonder veel geld op tafel kon leggen voor advocaten en de gehele procedure, was het gedaan met Flavio. De dag daarop hing hij zichzelf op in de keuken, mét een afscheidsbriefje. Enkel zijn broer Luigi, zijn dochters en wij kwamen daar goed uit. Het leek meer op een scheldtirade voor alle “schuldigen†van zijn dood. Luigi behandelde het briefje sinds die dag als een relikwie. Hij kaderde het in en sprak hardop het stuk voor waar Flavio beschreef wat voor tedere man zijn broer was, wist hij me te vertellen.

“Ja lapâ€, Massimo was wakker geworden. De rustige tijd verdween als sneeuw voor de zon, het was tijd om Massimo aandacht te schenken. Het arme mannetje had dringend een verse luier nodig, merkte mijn sterk reukorgaan op. Massimo werd geboren op 23 november en zorgde voor een nieuwe mijlpaal in mijn geschiedenis. De Italiaanse pers wist hier helemaal niets van, maar goed ook. Nu, sindsdien ging de gezondheid van Leona er wel exponentieel op achteruit. Drie weken nadat ze uit het ziekenhuis werd ontslagen na haar bevalling, belandde ze er dus weer. Maar ook dat zou in orde komen. Mijn gezin zou binnen de kortste keren, hoogstens een maand wist de dokter te vertellen, weer compleet zijn. Tot grote vreugde bij de ganse familie natuurlijk. Na het verversen van de luier van Massimo, man zijn kak stonk echt voor tien, keek ik met mijn kleine spruit televisie. Zijn duim was zijn beschermengel, al sinds de geboorte. Hij viel weer in slaap op mijn schoot. Intens geluk was het, met mijn kleine spruit op de schoot. Ooit moest Massimo in mijn voetsporen treden. Zelf had ik een hekel gekregen van wielrennen, maar toch zag ik Massimo net als ik alles heersen op de fiets.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(55)

Het leven ging verder, ook in de voorbije drie weken. De tijd stond in het teken van de terugkeer van Leona naar haar warme thuis, waar Massimo beetje bij beetje de stapjes richting het leven zoals het is zette.

Alles kwam terug op zijn plooi. Het was een mooie winterdag, vol met zonneschijn en azuurblauwe hemelkleuren. De koude nam ik er graag bij, gezien het miraculeuze van deze momenten. “Schat, wil je me even een warme tas koffie komen brengen?†De dienaar van dienst plaatste de pats in het koffieapparaat en liet de tas vollopen. Leona zou nog enkele maanden immobiel zijn, verklaarde de dokter. Tot dan toe moest ik noodgedwongen haar slaafje spelen, met alle plezier. Liefde kon immers alles overwinnen, vertelde het cliché. En dat was ook zo. Ik was alleszins overtuigd. Leona en Massimo fungeerden als het levenspuzzelstukje die ik voornamelijk in mijn jeugd miste. Het plaatje was zo compleet als iets. We hadden genoeg kapitaal om nog jaren rond te komen, voornamelijk door mijn prestaties op mijn nog altijd dierbare stalen ros. De fiets waarmee ik in de Gele Trui door de straten van Parijs reed, voornamelijk op de Champs-Elysées, stond gestald in mijn garage als een relikwie. Vrij van alle tuinmaterialen die daar nog stonden gestald. Deze fiets was en bleef heilig, ondanks mijn groeiende afgunst van het moderne wielrennen. Alles draaide, nog meer dan in het verleden, rond geld, geld en nog meer geld. Slechts enkelingen ontsnapten in mijn ogen uit deze materialistische hypocrisie in het profwielrennen: Peter Sagan, Damiano Cranello en Tosh Van Der Sande. Niet toevallig de crème de la crème van de wielersport. Peter werd wereldkampioen in Valkenburg en Firenze, Damiano in Ponferrada en Tosh in Richmond. Een faire sprint was het in Richmond, Tosh klopte me écht op mijn waarde. Een sprint-à-deux uit het boekje.

De koffie smaakte als vanouds, wist Leona me te vertellen. Sinds gisteren stond ons gezellig huis weer in lichterlaaie door haar natuurlijke warmte die ze zoals altijd uitstraalde, ook al was ze tijdelijk invalide. Het bracht ons opnieuw dichter bij elkaar. Enkele jaren geleden stond onze relatie op springen, maar stilaan geraakte ik er van overtuigt dat de koers daar voor een groot deel tussen zat. Sinds men mij geen renner kon noemen, verliep mijn relatie met Leona zoetjes. Geen strubbelingen meer, geen ellenlange trainingen… Maar geloof mij, het mag ook een mirakel heten dat Leona en ik nog altijd samen waren. Een mirakelkoppel. Ik stopte net op tijd met wielrennen, en Leona overleefde als bij wonder haar zwaar ongeval eind december.

De laatste dagen leefde ik, al zeg ik het zelf, onder een steen. De televisie kon zich gedurende een dikke week niet profileren na mijn toedoen, de krant bleef links liggen (al werd er zo wel een stapeltje gevormd). Aangezien we een abonnement hadden voor iets, besloot ik ‘Il Mattino’ open te slaan. Quasi letterlijk viel ik van mijn stoel. Leona vreesde even voor een soort van hartaanval of een verstikking na het eten van een koekje, maar ik stelde haar al snel gerust. Ik wees met mijn wijsvinger naar de tweede bladzijde en toonde aan dat gisteren één van de meest flamboyante en excentrieke personen uit de Italiaanse geschiedenis suïcidaal om het leven kwam. “Silvio! Mijn god, wat is er met hem gebeurd!†Iedereen beschouwde Berlusconi als een ordinaire pooier en de meest bekende maffioso, maar de man het wel stijl. Zijn gestes lieten niemand onberoerd, maar hij mengde toch iets teveel in de pot van de slechte manieren. Italië was in shock. De precieze omstandigheden en oorzaken van zijn zelfmoord waren onbekend. Ze vonden hem aan in een grootse weide in thuisstad Milaan. Men vermoedde toch zelfmoord, aangezien in zijn hand een bebloede revolver werd aangetroffen en een afscheidsbriefje met bijbehorend testament, enkel trof men de revolver aan in zijn linkerhand. Hij was rechtshandig. Dat wist men door het muzikaal verleden van Silvio als zanger. Hij hield immers permanent zijn microfoon in de rechterhand vast. Ik en Leona verdiepten ons al snel in het gehele artikel, waarna we opmerkten dat ‘Il Mattino’ een extra special van zestien bladzijden had uitgegeven. Het boekje, met de geniale pornomimiek van Berlusconi op de voorpagina, lag te glimmen op de salontafel.

Abrupt kwam er een einde aan onze verdieping. Het geluid van de deurbel weergalmde doorheen de gehele ruimte, en Leona vormde even enkele doemscenario’s, wellicht na het lezen over de waarschijnlijke zelfmoord van ‘Il Cavaliere’. Ik begaf me naar de voordeur, waarna mijn mond openviel…

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ik snap wat je bedoeld, uiteraard. Laat ons zeggen dat het niet bepaald mijn stijl is, en ik wil nu gewoon doorgaan zoals ik bezig was en dit verhaal afwerken. Daarna wil ik me toeleggen op de dingen die jij nu zegt, over de dialogen. Niet bepaald mijn sterkste kant :igreen:.

Geplaatste Afbeelding

(56)

Aangezien Michele een Napolitaanse godheid was, had hij zich via attributen als een bruine bolhoed, een bonten mantel en een zonnebril aardig vermomd. Zijn stem klonk schor en vooral bijzonder nijdig. “Matteo mijn vriend, hoe gaat het� Stomverbaasd liet ik hem binnen. Onze relatie was totaal bekoeld, en de manier waarop Michele op dit moment met me omging was typisch voor zijn persoonlijkheid. Doen alsof er niets gaande was, maar dan met één harde klap toeslaan. Ik was dus op mijn hoede. “Niemand mag weten dat ik hier ben. Laat dit ook een hint zijn voor jou, capito?†Ik knikte voorzichtig. Met klamme handen opende ik de deur die de scheiding vormde tussen de inkomgang en de living. Leona keek al snel op en vroeg zich af wie de man was.

Schoorvoetend begaf ik me naar de salontafel. Ik maande Leona aan om zich even af te zonderen, maar Michele vond dit onnodig. “Jullie weten immers alles van elkaar, niet waar?†Zijn cynische toon stond me allerminst aan, maar ik liet mijn aantijgingen varen. De schrik kroop al snel in mijn vel, en dit bleef niet onopgemerkt voor Michele. Toen hij zich comfortabel op de lederen bruine stoel had genesteld, zocht hij in zijn binnenzak kennelijk iets. Met een zelfverzekerde blik gooide hij letterlijk de feiten op tafel. “Dit, mijn beste vriend, is een verklaring. De media zou er van smullen, daar ben ik zeker van.†Ik graaide het blad weg van de tafel en begon uitvoerig en uiterst geconcentreerd elk woord uit te spitten. Leona, kennelijk de meest pientere van onze twee, had al snel in de mot waar het exact over ging.

Licht paniekerig probeerde ik Michele’s beschuldigingen te riposteren, zonder succes. Ik kon helemaal niets uitbrengen, ook al doordat ik begon te stotteren. Stotteren bij mij betekende bijzonder veel stress. “Kijk Matteo. Je zit muurvast. De prestaties van het gehele team waren nu eenmaal niet rechtvaardig bekomen. Jaloersheid is een grote factor van mijn actie nu, dat weet ik. Maar het wordt tijd dat de waarheid aan het licht komt. Wij van Lete Cycling Team hebben de gehele wielerwereld opgelicht. Ik betwijfel of we de stimulerende middelen weldegelijk nodig hadden, gezien het talent van ons vier. Maar we zijn gezwicht voor de druk van bovenaf. Ik stap naar de media met dit verhaal volgende week, tenzij…†Michele keek recht in zijn ogen. Aangezien ik hem nog altijd goed kende, kon ik recht door zijn zelfverzekerd en cynisch pantser kijken. Michele’s hart kwam naar boven. Hij werd er zelfs emotioneel bij. “Ik heb geen andere keus Matteo, in een jaar tijd heb ik al mijn geld verloren. Niets heb ik nog overgehouden van onze bloeiperiode. Jij duidelijk wel. Ik stap naar de pers tenzij je mij een som van 50.000 euro overhandigd.â€

Op een ongelovige toon trachtte ik Michele te overhalen om te zwijgen in alle talen, zonder te betalen. Hij had dit bijzonder goed doordacht, want ook Damiano en Francesco wisten hier al van. Michele wou puur zijn eigen vel redden door als enige naar de pers te stappen en zo de lichtste straf te riskeren. “Had dan gewoon gevraagd om geld Michele, we blijven een hechte groep. Niemand kan ons dit doen afpakken.†Michele was allesbehalve onder de indruk. “Daarom dat wij eigenlijk al jaren elkaars bloed konden ruiken zeker?†Ik zweeg. “Het is niet enkel het geld, ook het eergevoel. Dit knaagt aan mij geweten Matteo, en ik ben er zeker van dat onze illegale praktijken ook jou niet onberoerd lieten de voorbije maanden.â€

Na Michele’s bezoek was het ijzig stil in de woonkamer. Leona liet een traan in mijn plaats, want ik kon enkel voor mij uit staren en maar aan één ding denken: geld. Ik was vastberaden om dit niet naar de media te doen doorsluizen. Indien dit zou gebeuren zou de gehele wielerwereld opnieuw door een crisis gaan, en zou ik als zondebok aangewezen worden. “Ik vraag me af hoe je volgende week dat geld op tafel kan leggen. Ga je zeggen bij de bank van “ik zou graag 50.000 euro van mijn rekening halen� Ze zullen het niet zomaar toelaten.†Dat wist ik, uiteraard. In schijven was ook geen oplossing. “Desnoods ga ik naar de notaris om dit zo spoedig en efficiënt mogelijk aan te pakken, want dit zal zwaar op ons gemoed vallen.†Natuurlijk had Leona gelijk, al stonden we nu echt met onze rug tegen de muur. Michele was de algemene verrader van Lete Cycling Team, een ploeg die in 2013 werd gevormd door Moreno en nadat ik stopte met wielrennen hield ook Moreno het voor bekeken, in 2015 dus. Daarom dus dat Moreno niets meer met het wielrennen tout court wou te maken hebben. Hij wist alles van deze praktijken. Vandaar dat hij nu aan de andere kant van de wereld zit te genieten van het geld die hij de voorbije jaren, als renner en als manager/ploegleider, opstreek. Totaal gespannen slofte ik als een kip zonder kop rond door het huis, op zoek naar antwoorden. Spijtig genoeg kwam ik die op de weg tussen de slaapkamer en de keuken niet tegen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(57)

De zee. Een machtig iets. Het waanachtige blauw stelde zich op als een metafoor van mijn eigenste persoon: van buitenaf schitteren als zonlicht, binnenin grijs en grauw. Zo voelde de gevallen wielerheld zich. Ik had geluk dat Napoli aan de zee ligt. Ik houd immers van de zee. Het water dat zich telkens weer verder en verder landinwaarts tracht te stuwen, om dan door het fenomeen genaamd ‘eb’ teruggeroepen te worden door de goden, of dé God, die de wereld besturen/bestuurt. Het water die ook de eindigheid van het algemene bestaan belichaamde. De zee leek de grens tussen het eindige en het oneindige te zijn. Dat dacht men vroeger uiteindelijk niet zomaar. Colombus zal wellicht in zijn broek hebben gedaan wanneer hij zijn ontdekkingstocht richting India inzette, alwaar hij het einde van de wereld moest zien te overwinnen. Het leverde hem eeuwige roem op.

Ik had mezelf een nostalgische look aangemeten. Een grijze bolhoed met een authentieke zonnebril dienden om zijn gezicht onherkenbaar te maken. Een ordinaire donkere mantel profileerde zich als het ultieme middel om de gure wind die de kustlijn geselde te overwinnen. Ikzelf wou geen sociaal contact op dit moment. Enkel bezinning met mezelf, waaruit hopelijk dé oplossing voor het recentste probleem zou ontstaan. Eer, spaargeld, geluk… Alles stond op het spel. Enkel en alleen omdat Michele Scanti zich niet als een eeuwige zondaar wou gedragen en door als eerste dit bekend te maken wou hij buiten schot blijven. Puur egoïsme. Ik zal nooit vatten waarom Michele plots zijn gehele ex-entourage zou willen verraden. Het zij zo. Ik nam plaats op een vrij bankje – die waren er op overschot met dit kille, winderige maar zonnige weer – en staarde naar de oneindigheid. Of was het nu de eindigheid? Die werd alleszins bevaren door een vissersboot, kon ik in de verte waarnemen. Keihard, de visserij.

Het weer verzuurde. Kennelijk had een der weergoden juist iets meegemaakt wat hem boos maakte. Donkere, sombere wolken maakten zich in groep meester over de zon. Het samengeklitte wolkendek zorgde ervoor dat ik me begaf naar een tearoom, lekker warm binnen dus. Daar liet ik al de lasten vallen die in de laatste uren op mijn schouders terecht waren gekomen. Zijn hoed en de zonnebril kregen een plaatje op de stoel naast mij aan de kleine ronde tafel. Het meubilair was lekker authentiek: groene, stoffen zetels met een houten frame als perfecte afwerking. Ik voelde aan elk detail in deze zaak de nostalgische elementen. Aan de muur hingen foto’s en tekeningen van ‘Gigi’, de man die bekend werd door bezongen te zijn door Dalida. ‘Gigi l’Amoroso’ dus, een oerdegelijke klassieker in de muziekwereld. Gigi was een Napolitaanse casanova die na een mislukt avontuurtje in Hollywood terugkeerde naar zijn bakermat. Ook Sophia Loren had een plaatsje gekregen op de groengeverfde muur (wat hadden ze hier toch met groen). De ober nam de bestelling op, waarna ik enkele minuten later kon genieten van een verse cappuccino.

De keuvelende mensen, de meeste stervelingen geschat rond een jaar of vijftig, vormden het decor van dit uitje. Ik zocht vlijtig naar herkenbare gezichten, maar vond die niet. Hoe lang ik hier buiten enkele gezichtsvelden bleef, hoe beter. Al merkte ik wel een aandachtig iemand op in de hoek van deze horecazaak. Een iets oudere man, gehuld in een donkerbruine wollen trui en idem sjaal. Kennelijk verschoof zijn concentratie van zijn vrouw naar mij toe. Ik voelde me plots niet meer op mijn gemak en begon wat ongemakkelijk te tikken op de tafel met mijn iets te lange nagels. De man nam mijn houding gewaar, schoof zijn stoel naar achter en stond op. Het zweet brak volledig uit op mijn rug, kleine paniekaanvallen voerden mijn gedachtegoed aan. Mijn handen zochten een houvast, mijn ogen een veiligere plek waar ik naar toe kon vluchten, maar het was te laat. Een zware, schorre stem sprak de magische woorden uit: “veni, vidi, vici. Wie we hier hebben, Matteo.†Ofwel was ik schizofreen en kende mijn andere persoonlijkheid deze vreemde man, ofwel had deze man mij herkend en beraamde hij snode plannen in zijn hersenkoker. Ik vond het eerste ietwat plausibeler. Hoe dan ook, de ene seconden die daarop volgde, nam de stress het geheel van mij over. Mijn zachte huid transformeerde in een huid die door kippenvel werd getypeerd. Mijn hart ging volledig loos, mijn ademhaling haalde pieken zoals het soms op volle fietssnelheid was.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now