SteJov

[Fantasie] De Coppi van de Vesuvius

188 posts in this topic

Nochtans is het in mijn ogen niet al te moeilijk. Maar ik zal hier een kleine samenvatting zetten: Van proloog tot en met (49) = tot 2012 Vanaf (50) = vanaf 2017 - Matteo Cutolo: hoofdpersonage. Maakt lelijke smak in Milaan-Sanremo van 2012, en bij de flashforward naar 2017 heeft hij ondertussen allerhande klassiekers en grote rondes op zijn naam geschreven. Sinds oktober 2015 is hij renner af, waarom komen jullie nog te weten. - Leona (achternaam wordt niet vermeld in het verhaal dus maak ik het jullie niet extra moeilijk): vriendin van Matteo. Gingen bijna uit elkaar in maart 2012 door geflirt met ene kledingmaker. Het draaide een hele tijd goed tot dat een chauffeur haar van de fiets maaide. Ze overleefde de klap en is nu herstellende thuis. Ondertussen is Massimo Cutolo geboren (juli 2016). - Damiano Cranello: naast Matteo, Michele en Francesco vormt hij de vierkoppige groep Napolitanen die de koers domineren. Enkel Matteo is gestopt, de rest blijft wedstrijden aan elkaar rijgen. Werd wereldkampioen in 2014 en blijft nu nog altijd de beste vriend van Matteo, al is de band niet meer zoals ze is geweest. - Francesco Montella: de persoon die zijn hoedje draait met de wind. Op bepaalde momenten zeer close met Matteo, maar op andere momenten volgt hij de achterdochtige Michele. Vandaag, 2017, staat de band tussen Francesco en Matteo op een laag pitje, zonder al te veel rancune weliswaar. - Michele Scanti: hij wil geld zien door Matteo voor een dilemma te zetten; geld zodat er over het collectieve dopinggebruik gezwegen wordt (de gehele Leteploeg snoepte van de verboden vrucht), of Michele zou verklaringen afleggen, volledig op de verantwoordelijkheid van Matteo. Matteo en Michele zijn dus meer vijanden dan vrienden geworden. - Roberto Reverberi: ploegleider van Lete, komen jullie nog wel tegen. - Flavio Demora: was de manager van de vier Napolitanen, tot het moment dat hij zelfmoord pleegde in 2014 nadat zijn vrouw Natascha hem verliet. Schreef een afscheidsbrief waarbij enkel zijn broer Luigi, de vier Napolitanen en zijn dochters kwamen daar goed uit. De rest werd beschimpt. - Moreno Argentin: was de trainer van de vier Napolitanen tot hij in 2015 onze dopingpraktijken ontdekte. Vertrok naar de andere kant van de wereld en liet niets meer van zich horen. Nog vragen? :)

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(58)

De man stelde me vrijwel meteen gerust. “Ik vreesde al dat je me niet zou herkennen. Ik ben Marino, Marino Gamberini mijn jongen.†Hij zag kennelijk het opflikkerend lampje boven mijn hoofd plotsklaps branden. “Lang geleden hé?†Ik knikte. “Zo’n acht jaar zeker?†Marino knikte. “Zoiets inderdaadâ€. Hij schoof de andere stoel onder zich en zodoende werd de basis gevormd van wat een gesprek zou worden over vroegere tijden. Met nostalgie keken we hierop terug.

Ik kwam vaak langs bij Marino, die enkele straten verder woonde dan mijn ouderlijk huis. De grote boerderij werd telkens bewaakt door twee schaapshonden, waar ik niet bepaald bevriend mee was. Honden waren persoonlijk mijn grootste vijanden, hoewel deze twee exemplaren mij nooit hebben aangevallen of iets dergelijks. Marino was taxichauffeur in Napels, en dat 26 jaar lang. Hij vertelde me dat hij twee jaar geleden voor het eerst zijn schaars pensioennetje toegestopt kreeg van vadertje staat. Hij had drie kinderen: een dochter die vijf jaar ouder was dan mij, Vanessa, en een gemengde tweeling die mijn leeftijd hadden, Andrea en Gabriella. Andrea was in Napels zelfs mijn enige échte vriend, nog voor mijn wielertijdperk dan, nog voor ik Damiano, Michele, Francesco en Manuele leerde kennen. Hij was niet bepaald geïnteresseerd in wielrennen. Zijn domein lag in alles wat ook maar enigszins met geschiedenis te maken had. Wereldoorlog II, daar kende hij werkelijk alles van. Over de wreedheden van Mussolini en co. Ook vandaag nog zijn er nog enkele neo-fascisten, zonder een grote aanhang te hebben. Enkel in Predappio, het geboortedorp van ‘Il Duce’, zie je nog vaak zwart door de straten lopen.

“Wat is er eigenlijk van je drie kinderen geworden ondertussen?†Uiteraard wou ik wel eens weten wat er met de drie kinderen van Marino terecht was gekomen. Altijd vreemd om dat dan te horen. Blijkbaar heb ik vaak geschiedenislessen gekregen van een toekomstig advocaat, en werd mijn stiekeme hartendief (Gabriella) secretaresse in een riant luxehotel iets buiten de stad. “En Vanessa kom je misschien wel eens tegen binnenkort op televisie. Ze is immers model en is klaar om de Italiaanse modebladen te veroverenâ€. Haar welgevormde boezem, volgens mij had ze de perfecte borsten, zouden daar wellicht een groot aandeel in gehad hebben. Hoe dan ook, het beroep van Andrea deed een belletje rinkelen. Het deed me teruggrijpen naar het doel waarmee ik hier aan de zee beland was. Juist ja: oplossingen zoeken voor de zaak Michele. Hoe langer hoe meer ik er van overtuigd geraakte om volgende week een persconferentie te organiseren om alles op te biechten over mijn wanpraktijken. Michele zou dus geen geld zien. Hierbij zou ik evenwel Damiano als Francesco uit de wind plaatsen. Laten uitschijnen dat enkel ik me heb laten doperen, en dat het geen louter toeval was dat ik twee jaar geleden stopte met koersen doordat het zogezegd te heet werd onder mijn voeten.

Voldaan van het boeiende gesprek met Marino, we wisselden meteen telefoonnummers uit om elkaar niet uit het oog te verliezen want ondertussen woonde hij twintig kilometer van Napels vandaan, duffelde ik me in, klaar om de barre en kille weersomstandigheden te trotseren met mijn racefiets. De duisternis had de shift van de zon ondertussen al overgenomen, en die bracht meteen ook enkele regenwolken mee. Volledig doorweekt kwam ik dan ook terug thuis. Leona had net een heerlijke pasta met olijven klaargemaakt, en de geur die mijn neusgaten opzochten kon ik al helemaal niet meer weerstaan. “Massimo is ziek geworden vanmiddag schatâ€. Verbaasd slofte ik naar zijn bedje die in de woonkamer stond. Nu sliep hij, maar volgens Leona had hij iedere miligram die hij qua voedsel naar binnen speelde opnieuw volledig uitgekotst, met daarbovenop lekker groen gal. “Eerst even de nacht afwachten, en als de situatie niet verbetert zal jij wel even naar de huisdokter gaan morgen zeker?†Alles voor mijn nakomeling, dus dat was dan ook geregeld. Even later genoot ik werkelijk van de pasta. Ik nam er de krant bij, waarin alweer een fotomontage over wijlen Silvio Berlusconi stond. De media hield het dan ook nooit op. Plots zette Cutolo junior zijn keeltje wagenwijd open. Het mannetje kreeg weer braakneigingen tot en met, en schreeuwde het uit van de pijn en de last. “Bereid je maar voor op een helse nacht schat.†Kinderen, allemaal goed en wel, maar dat mensen sneller grijs worden kon ik nu best wel geloven. In een korte tijdsspanne had Massimo zijn gehele lakentje al weten onder te kotsen met gal. Zijn maagje was immers helemaal leeg, dus moet het dan maar van het gal komen. De straffe geur hing meteen door de gehele ruimte. Oh wat was het fijn om een jonge vader te zijn!

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(59)

Zoals ik al verwachtte, blonk Andrea zoals in zijn prille levensjaren uit in orde en classificatie. Zijn advocatenpraktijk werd vooral gekenmerkt door een gigantische kast. Vijf lagen, gevuld met allerhande dossiers en allemaal geklasseerd volgens naam. Ook zijn bureau, waar alle opgedane theorie uit zijn studentenperiode getransfereerd werd naar de praktijk, floreerde door zijn netheid. Rechts bevond zich zijn computerscherm, vergezeld door twee familiefoto’s. Links een nogal kitscherige lamp. Het paste eerlijk gezegd niet in het decor hier. Alle andere meubelen en muren behoorden tot de cottagestijl, terwijl die lamp echt wel uit de toon viel. Centraal op zijn werkblad lag een bundel papieren. Aangezien de naam “Cutolo†op de voornaam prijkte, wist ik genoeg. Andrea schudde mijn hand, waarna we enkele minuten een nostalgische woorden uitwisselden. Over onze jeugd. Leona daarentegen had helemaal geen zin om onze jeugdfeiten te aanhoren, en maande Andrea aan om meteen over te gaan naar de orde van de dag: de zaak Michele.

Allebei de partijen geraakten het er over eens: volgende woensdag, binnen twee dagen, zou ik alles opbiechten via een persconferentie. Ondanks het gezamenlijk dopinggebruik in de ploeg, was ik van plan enkel mijzelf aan te duiden als een zondaar. Zo zouden de anderen buiten schot blijven. Het zou immers nefast zijn voor het verdere verloop van hun wielercarrière. En toch. Het voelde nog altijd niet bijster goed aan. Alsof er maar een deel van de grote dopinglast die mijn schouders torsten zou oplossen door mijn biecht in de media. Mijn haat jegens Michele werd, tegen mijn persoonlijke verwachtingen in, steeds groter. Het was dit of zwaar dokken. Mijn knagend geweten én Leona’s schoonouders trokken me over de streep. Inderdaad, haar schoonouders. Zonder Leona. Zij verkoos liever een riskante middenweg: Michele toch meesleuren in mijn biecht. Aangezien zij meestal de meest onbezonnen ideeën voor haar rekening nam, en ik eerder een zoektocht naar een goed doordachte oplossing startte, legde ik haar concept naast me neer. Andrea zou vooral fungeren als buffer indien de zaak zou ontploffen. Die kans was er zeker, aangezien ik misschien het laatste tandwiel zou worden die de gehele dopingmachine op gang zou brengen binnen de ploeg.

Nadat we onze kleine Massimo kwamen ophalen bij Leona’s ouders en zij haar medicijnen had ingenomen, vertrokken we alweer naar huis. Tien minuten zou de rit duren. Indien je een “zoek de verschillen†zou spelen met de twee volwassen personen in de auto, zou je wellicht een gigantisch blad volgeschreven hebben. Leona was nogal kwaad omdat ik haar raad niet had gebruikt en naast me neer had gelegd, terwijl ik vertwijfeld en met mijn gedachten amper op de openbare weg achter het stuur zat. Ik had zo de indruk dat Leona de laatste tijd nogal impulsief en bij wijle agressief reageerde. Misschien geen toeval dat het begon de dag nadat ze terug thuis kwam na het verblijf in het ziekenhuis. Zouden die pillen daar voor iets tussen zitten? Ik had geen flauw idee. Wat ik wel wist, was dat ik me niet meer kiplekker voelde in onze relatie. Leona is Leona niet meer. Voor mij dan toch. Niet meer perfect, wat ze wel is geweest voor mij.

Door nostalgie gedreven zocht ik naar een klein, rood boekje, volgeschreven door vier handen: ik, Damiano, Michele en Francesco. Het boekje beschrijft uitvoerig hoe wij ons voelden en wat wij presteerden in 2015, mijn laatste wielerjaar. De eerste barstjes in onze vriendschap doemden op dat jaar, waarna een heuse anticlimax een einde maakte aan mijn wielercarrière. Wat weinigen wisten overigens. Zelfs Leona kende de werkelijke waarheid niet hieromtrent. Natuurlijk was ik het fietsen niet beu. Het hypocriete wielerwereldje van toen, en nu nog altijd trouwens, kon me barstens weinig schelen. Zelfs het openlijk geflirt van Michele met Leona had daar niets mee te maken. Neen, het was veel malen gecompliceerder. Nadat een bijzonder chagrijnige Leona haar bed opzocht, haalde ik het intussen gevonden boekje boven en las het voor zo’n vier uur eens door. Met een zacht muziekje op de achtergrond. Pas toen de kerktoren twee slagen verkondigde, volgde ik Leona naar dromenland.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(60)

Na een wielerseizoen waarin ik alles aan flarden reed bij wijle met zeges in Sanremo, Oudenaarde, Valkenburg en Como, riep het nieuwe jaar 2015 om bevestiging. Daar we alle vier nog in teams reden waar we elk het kopmanschap moesten delen met andere goden, konden we nu geheel rekenen op een equipe die volledig gebouwd zou worden rondom ons. Het Lete Cycling Team werd met veel bravoure en enthousiasme aan de wielerwereld getoond. Niet verwonderlijk. Onze kliek pleegde een soort staatsgreep op het peloton vorig jaar. Damiano mocht na lang zwoegen in een sprint met mij en Sagan zijn tranen de vrije loop laten op het podium in Ponferrada met de regenboogtrui om de schouders. Hardrijder Francesco schonk Katusha een grootse zege op de velodroom in Roubaix en plaatste nog een kers op de gigantische taart in de vorm van het wereldkampioenschap tijdrijden. Ook klimgeit Michele viel niet uit de boot met zijn unieke prestatie. Groot was dan ook de ver –en bewondering toen Michele alweer als bergkoning de derde en laatste grote ronde in Madrid afsloot. Nooit eerder vertoond: het bergklassement winnen van de drie grote ronden in een jaar. De belangstelling bij de soms nogal decadente openingsshow in Napels nam dan ook wrede proporties aan. Van over de gehele wereldbol trachtten journalisten en perslui in het algemeen een plaatsje te bemachtigen in het Napolitaans operagebouw, die 1200 mensen kon herbergen. Ze raakten binnen met 1500…

Af en toe hoorde je wel eens kwatongen beweren dat we onze zeges niet enkel te danken hadden aan fysieke en mentale paraatheid. Al snel seponeerde iedere wielerfanaat onder de noemer “jaloezieâ€. Zelfs al ging het om de betrouwbare Philippe Gilbert. De enige topper die ons niet op de korrel nam was de Liquigaskopman Peter Sagan. Zijn ontgoocheling na de nipt misgelopen wereldtitel was bijzonder groot, doch hij speelde nooit op de man en gaf aan dat in de koers enkel de besten winnen. Meestal hielden de door jaloezie gestuurde wielercollega’s wijselijk hun mond inzake de dopingperikelen, behalve één naam. Een man die ons nooit afkon, al vanuit zijn puberteit, en toch in onze ploeg zat in 2015. Een ploegmaat dus. Toen zijn naam voor het eerst prijkte op de lijst van Leterenners, bezochten wij vier even ploegleider Roberto Reverberi, overgekomen met Damiano en mij naar de nieuwe ploeg, om verhaal te halen. Volgens Reverberi nam hij de Italiaan in kwestie aan puur om sportieve redenen. Aangezien zijn geloofwaardigheid niet bepaald pieken bereikte, kwamen we met grote vraagtekens alweer thuis. Hier zat meer achter.

Rond begin februari, Peter Sagan had ondertussen zijn naam op de erelijst van de Tour Down Under laten graveren, bedachten ik en Damiano een risicovol plan om Roberto’s huis grondig te doorzoeken naar sporen van de verdachte aanwerving. Het kwam ter uitvoering op een druilerige februaridag. Subtiel hadden wij onze inlichtingen genomen over de verblijfstijd in zijn huis aan de Napolitaanse kust. Aangezien hij met zes collegarenners de Costa Degli Etruschi, stond zijn riante woning in Italiaanse jaren 60-stijl twee dagen leeg. Kennelijk was het lot ons die twee dagen gunstig gezind want de vrouw van Roberto, Isabella, vertrok enkele dagen terug voor een dikke week met enkele hartsvriendinnen naar de Seychellen. Rond de valavond van de eerste dag waar het huis leeg zou staan trachtten we onze slag te slaan. Binnengeraken vormde geen enkel probleem, aangezien er diep verstopt in de groteske tuin een ladder stond te blinken. Een raam forceren hield onze opdracht ook niet in: één enkel raam stond nog gekanteld. Een godsgeschenk. Met een lichte schrik, zichtbaar door ons kippenvel en bezwete voorhoofden, schoffelden we voor alle zekerheid zeer stil en rustig het huis binnen. Roberto had mij voorheen al drie keer uitgenodigd voor een dinertje met Leona, ik wist dus perfect hoe het grondplan van het huis er precies uitzag. Trapje voor trapje temden we de spiraaltrap, vervaardigd uit marmer. Het was opvallend welke kraaknette proporties dit huis, wellicht door toedoen van Isabella, te bieden had. Uit respect voor haar werk trokken we onze Pantofola’s uit en placeerden we die op de deurmat. Enkele tellen later besefte Damiano plotselings dat we ook het geluk, naast het lot, aan onze zijde stond. Met een glimlachje wees hij naar het toestelletje met de vele kleurrijke lichtjes. Het alarm stond af en bezorgde ons op die manier vrij spel.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(61)

Roberto Reverberi stond bekend om zijn ordentelijke manier van werken. Toen we dan ook de gealfabetiseerde kast der dossiers aantroffen in zijn bureau, was het simpel het mapje van Angelo Briatore uit de reeks te halen en grondig te doorzoeken. Een bundeltje contracten waarin niets verdachts in stond troffen we aan. We lazen de contracten wel drie keer vluchtig door. Maar er moest wel iets zijn. Roberto wist van de bedenkelijke reputatie van Briatore, op en naast de koers. Tijd zat, dus openden we alle lades, kastjes en doorzochten we de vuilnisbak. Je wist maar nooit. De oplossing van het vraagstuk zochten we uiteindelijk veel te ver. “Matteo, de rand van de kaft is doorgesnedenâ€, ritselde Matteo met een bedenkelijke stem. Door met een briefopener aan de onderkant van de kaft in de opening te gaan, voelde ik dat daar wat zat.

Het document bevatte enkele doodsbedreigingen zowaar. In zinnen die krioelden van de grammatica –en spellingsfouten, typisch Angelo overigens, verklaarde hij dat hij koste wat het kost bij Lete moest en zou rijden, ongeacht zijn kwaliteiten. Een soort sollicitatiebrief dus, alleen was Angelo ziek in zijn kop. Altijd al geweest overigens. Zijn ouders waren stinkend rijk en Angelo was dan ook opgegroeid met de gedachte dat je met geld alles kan bewerkstelligen. Op het contract stond er dat hij zelfs bereid was om 20.000 euro te storten op Roberto’s bankrekening om toch maar deel te kunnen uitmaken van de sterrenploeg. Indien hij weigerde, wachtte hem een onaangename verrassing. “Maar waarom in godsnaam wil Angelo per se bij ons komen rijden?†Damiano wist daar wel raad mee. “Hij heeft nog een rekening te vereffenen tegenover ons. Nieuwjaar 2009… Jullie vete zorgde ervoor dat de ploeg splitste.â€

We lieten de toch wel vreemde situatie even varen, repten hier met geen woord over tegen anderen en concentreerden ons alweer op de koers. Ooit zouden we Angelo wel eens bevragen over de abnormale gang van zaken. Ooit…

In de breed uitgesmeerde aanloop naar de Giro d’Italia profileerde ik me al meteen tot dé heerser van 2015. Mijn zege in Gent-Wevelgem deed al het beste vermoeden, maar dat ik Francesco mocht opvolgen als overwinnaar in Roubaix en Gilbert na enkele jaren van de troon stootte in Luik… Geheel Italië bejubelde me. Kranten verspeelden ettelijke liters inkt aan mijn zegeroes. Tegelijkertijd bleef de jaloezie bij mijn rechtstreekse concurrenten, en die groeide gestaag. Niet toevallig ontving ik voornamelijk dreigbrieven van een anonieme renner. Ik kon uiteraard al raden wie de afzender zou kunnen zijn, en ik vroeg Roberto dan ook vriendelijk om Angelo thuis te laten. Maar ja, geld… Zo trokken Damiano, Francesco, Angelo en ik samen met vijf andere knechten naar Berlijn, waar de Giro 2015 van start zou gaan.

Het werd al snel duidelijk dat Angelo een bijzonder gesofisticeerd plannetje voorbereidde. Nooit was hij aanwezig bij ploegbesprekingen, zowel mentaal als fysiek. Nooit at hij samen met ons, en de enige keer dat het mirakel geschiedde, trachtte hij een spierverslappend middel in mijn cola te gieten. Alleen had Damiano dat subtiel opgemerkt zodat ik meteen kon ingelicht worden. Zolang het daarbij bleef… Och ja. Vele problemen had ik er nog niet mee, omdat er genoeg sociale controle heerste over dit soort praktijken binnen de ploeg. Maar mijn gedacht veranderde al snel bij de ploegentijdrit op de vijfde dag, rond het Gardameer.

De voorbije dagen verliepen bijzonder vlotjes. Damiano wist als wereldkampioen al twee etappes te winnen en de andere twee keren eindigde hij respectievelijk derde en tweede. Als logische leider in de Roze Trui hielp hij de gehele ploeg door er zo voor te zorgen dat wij in de ploegentijdrit als laatste mocht van start gaan. Ik was gebrand op de eindzege in Italië en was er van overtuigd dat de 35 kilometer lange ploegentijdrit als eerste scherprechter zou fungeren. Zelfs Angelo gaf te kennen zich voor 110 procent te geven vandaag, wat me enigszins verraste. Nu ja, des te beter dacht ik dan maar. Het plan was duidelijk: ik zou nooit de kop moeten trekken buiten de laatste vijf kilometer. Bij de start mocht ik dan ook enkele kilometers achteraan de deur dicht houden. Angelo wist dat. Hij wist dat verdomd goed. Maar niemand had kunnen inzien met welke zieke geest Angelo te kampen had, en dat zou vandaag geheel tot uiting komen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(62)

Lotto-Vacansoleil, met kopman Jurgen Van Den Broeck als favoriet voor de eindzege, had al enige tijd met z’n zevenen collectief de beste prestatie geklokt. Dat zou zo ook blijven tot Lete van start ging. De merkbaar hoge concentratie van ons team op het startblok zorgde voor bange gezichten bij de andere ploegleiders. Wij hadden het sterkste team in deze Giro, iedereen vreesde ons om onze polyvalente kwaliteiten. Topklimmer, toptijdrijder en topsprinter. Slechts een enkel team kon ons wat doen op alle fronten: Team Sky. Meteen na het startschot nam Cancellara, in de nadagen van zijn sportieve carrière wegkapitein bij ons, zoals afgesproken de eerste positie in van de rode locomotief. Wij hoefden enkel maar te volgen. De laatste stek kreeg dus ook de aanwezigheid van mij.

Terwijl we op de door zon overgoten wegen langs het Gardameer zo’n drie kilometer geen enkele bocht tegenkwamen, draaide onze ploeg al op volle toeren. Met het oog op de eerste flauwe bocht nam Angelo bruusk de koppositie over. Hij dreef zijn snelheid op naar hoge pieken en liet niemand de kans om even op adem te komen. Natuurlijk was het niet zonder reden dat hij zo ostentatief de eerste positie innam. De bocht werd ingezet, en meteen werd het me duidelijk dat mijn remmen niet naar behoren werkte. Het daagde me redelijk snel wie hier achter zat, maar nu stond ik wel voor een lastige keuze. Proberen zo ver mogelijk mee te draaien in de bocht, met een groot risico om ploegmaats mee te nemen in mijn onvermijdbare tuimelperte, of gewoon rechtdoor over de vangrail te denderen. Kiezen voor een gespreide pijn die minder heftig was of een individuele pijn, heel wat harder. Ik verkoos het laatste. Met een vaart van om en bij de 55 kilometer per uur daverde ik het ravijn in. Net daarvoor riep ik de man voor me, Visconti, toe dat mijn remmen dienst weigerden en ik zonder meelei van God een harde smak zou maken.

Het Lete Cycling Team eindigde als derde in de ploegentijdrit, maar iedereen, buiten Angelo uiteraard, was meer begaan met mij. Als bij wonder had ik niets gebroken. Enkel een geschaafde rechterflank en veel schrammen. Voor een wielrenner is dat geen blessure, dus zette ik mijn weg daarna meteen verder. Ik verloor in totaal drie en een halve minuut in de ploegentijdrit. ’s Avonds deed ik alles uit de doeken en wees ik Angelo met een ongekende zekerheid aan als dader van deze smerige rotstreek. Aangezien zijn imago al geheel naar de knoppen was werd hij zonder pardon uit de Giro gezet én enkele dagen later ook op non-actief gezet door Reverberi. ‘Gerechtigheid geschied’ noemt men zoiets. Achteraf gezien konden we deze Giro d’Italia 2015 nogal omschrijven als ‘paradoxaal’. Net door dit incident, wat overigens netjes binnenkamers werd gehouden, kon ik verscheidene keren wegrijden in de Apennijnen om mijn achterstand om te buigen. Het leverde me vier dagzeges op, waaronder één op de Scanuppia, die voor het eerst sinds lang in het parcours werd opgenomen. Ik verdeelde en heerste. Eerste achtervolger, de uiterst talentvolle Pierre Rolland van het blauwe luchtteam (Team Sky voor alle duidelijkheid), eindigde op meer dan zes minuten van mijn eerste plaats. Zo won ik, na de Vuelta van 2013, mijn tweede grote ronde met bijzonder veel overschot. Ik werd bejubeld en bespuwd tegelijkertijd, al won de tweede groep mensen meer en meer aan populariteit. Angelo Briatore stapte naar de pers en lanceerde als wraakactie een haatcampagne tegen de gehele Leteploeg voor vermeend dopinggebruik. Enkel ik werd lastiggevallen met een huiszoeking, zonder resultaat evenwel. Mijn Tour hing even aan een zijden draadje, maar doordat er geen enkel bewijs te vinden was kreeg ik groen licht om te starten.

Ter voorbereiding van de Tour de France graaide ik alsof het niets was het eindklassement van de Dauphiné Libéré mee, die werd beslecht op de winderige Mont Ventoux. Op de vooravond van de Tourstart in Montbéliard in de Franche-Comte werd ik dan ook aanzien als dé te kloppen man. Dat was vooral te merken in mijn mailbox: de wildgroei aan dreigmails meerbepaald. 99% daarvan was makkelijk te seponeren en te declasseren bij de categorie ‘pure jaloezie’, maar die ene procent, vertegenwoordigd door wie anders dan Angelo, baarde me alweer zorgen. Ondertussen stond hij op straat en was hij wielrenner af, maar hij dreigde me te verwonden tijdens een rit, wanneer ik aan de dranghekkens zou rijden of op een andere, effectieve manier. Herhaalde keren kwam hij met zo’n mail op de proppen. Naar de politie stappen was onmogelijk geworden, aangezien ik wist dat hij niet loog wanneer hij effectief bewijslast had tegen ons collectief dopinggebruik. Vooral tegen mij, Damiano, Francesco en Michele, aangezien wij ook de grote prestaties leverden. Een bewijs tegen een doodnormale knecht, met alle respect, zoals Stortoni zou niet inslaan als een bom in de media natuurlijk. En moesten we wel naar de politie stappen, zou ons leven, en vooral dat van mij, aan een zijden draadje hangen. Angelo’s reputatie werd toen alweer kenbaar gemaakt. Zijn geest was ziek. En hij zou nog een rechtstreeks gevaar vormen voor ons leven ook.

Aangedaan door alle herinneringen die terug naar bovenkwamen, legde ik het boek zorgvuldig weer in mijn nachtkastje. Leona sliep al, het was drie uur ’s nachts, het was dus tijd om naar dromenland te gaan. Alleen: het dagboek had nogal veel adrenaline opgewekt. Ik zou pas slapen iets over vier.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(63)

Het was woensdag. Dé woensdag. Vanmiddag zou de persconferentie plaatsvinden waarin ik toegeef doping gebruikt te hebben gedurende mijn loopbaan, zonder Francesco, Michele en vooral Damiano in gevaar te brengen. Ik was er rotsvast van overtuigd dat de doping mij slechts een precentje of twee beter had gemaakt, en dat ik voordien al kon teren op een groot vat vol talent en een uiterst stevige basisconditie. Ik zou me dan ook ten volle verzetten tegen een schorsing met terugwerkende kracht, omdat ik zeker was dat ik mijn zeges niet had gestolen door dopinggebruik maar die gewoon verdiende. Daarbij rekende ik op nieuwbakken UCI-voorzitter Jens Voigt, onder het motto “alles is beter dan die rotvervelende postjespakker Pat McQuaidâ€.

Leona maakte met veel plezier, wat uiterst zeldzaam was sinds haar ongeval, een kommetje havermoutpap voor me klaar. Het deed me weer nostalgisch denken naar vroeger, toen mijn vader, ook al in een goede bui, hetzelfde bereidde voor me. Tijdens het genot van het binnenwerken van de havermout, had ik alreeds mijn dagboek uit 2015 op de keukentafel naast mij gelegd. Ik wou kost wat het kost die volledig doorbladerd hebben voor vanmiddag. Slechte keuze. De tranen sprongen alweer in mijn ogen. Zowel uit verlangen naar vroeger als de herinneringen van de ellende die ik toen gelijktijdig heb moeten meemaken. Leven op wolkjes door mijn prestaties in de Tour de France, leven in een donkere bovenkamer door toedoen van enkele zwartmakende factoren. Vooral dan Angelo…

De proloog in Montbéliard bracht een grote verrassing met zich mee. Mede mogelijk gemaakt door de regen, dat moet gezegd worden. De eerste dertig renners, waaronder de Gele Trui van enkele uren later Luis Guillermo Mas Bonet, konden hun proloog over een dikke zes kilometer beslechten op een droog wegdek.. De renner van Movistar Telefonica zorgde ervoor dat iedere proloogspecialist en iedere hardrijder in de regen hun tanden stukbeten op zijn tijd. Ook Francesco, ook ik. Francesco eindigde toen vierde, ik achtste. Als eerste van de topfavorieten overigens. Egor Silin (Katusha) reed lek na amper twee kilometer en moest al meteen driekwart minuut toegeven op mij. Ook Anacona Gomez (Café de Colombia) en landgenoot Mattia Cattaneo (TIM Cycling) verloren om en bij de minuut. Daarna verliep de Tour verliep enkele dagen uitstekend voor ons. Damiano won de eerste twee massasprints, Francesco kon zegevieren door een late uitval en omdat hij enkele seconden meegraaide voor het peloton mocht hij ook de Gele Trui aantrekken. De eerste bergetappe, op de zevende dag richting Tignes, al wat dichter bij de hemel, werd het meteen duidelijk dat de eindzege tussen vier namen zou gaan. Ikzelf, Anacona, Cattaneo en de uit de doden herrezen Roman Kreuziger (Liquigas) bleven op het eind als enige over voorop. Egor Silin viel al meteen van zijn voetstuk aan de voet van de slotklim in Tignes. Met z’n vieren stevenden we af op de finish, waarna Anacona zijn degelijke sprint aansprak en de rit won voor mij en Cattaneo. Michele Scanti eindigde op twintig seconden vijfde, en was de enige, samen met Steven Kruijswijk, die ons in het gareel kon houden.

De eerste dagen was de angst redelijk groot voor een actie van Angelo langs de kant. Enkele ruisloze etappes zorgden ervoor dat die waanideeën naar de achtergrond verdwenen. Misschien maar best ook. Zo durfde ik ook in de massasprint risico’s te nemen, zelfs aan de zijkant van de weg. De achtste etappe, die naar Lyon, was een etappe zonder veel geschiedenis. Mark Cavendish mocht zich op het hoogste schavotje hijsen, op de voet gevolgd door mijzelf. Damiano reed lek op tien kilometer van de streep en kon door een tekort aan energie op het einde niet meer meedingen voor de zege. Ik voelde dat ik in een ongeziene bloedvorm verkeerde, en dat de eindzege in Parijs voor het grijpen lag. Op de rustdag in Lyon werd ik dan ook overspoeld door een grootschalig aantal perslui. Ik trachtte vriendelijk te blijven, ondanks de vele vragen rond de aanhoudende dopingperikelen. Een keer vloog ik keihard uit tegen een Franse sensatiejournalist. Het voorval werd dan ook breed uitgesmeerd in de Franse media enkele dagen nadien. Al kon me dat uiteindelijk niet al te veel schelen omdat Angelo ’s avonds me nog een bericht stuurde met daarin een concreet dreigement voor de volgende etappe. Ik zou de finish op de Izoard niet halen… Met veel schrik stapte in ’s ochtends de fiets op, gesteund door mijn gehele entourage. Het hielp niet bepaald. Elke meter langs de weg werd doorspit met mijn ogen om toch maar een glimp te kunnen opvangen van Angelo. Je wist maar nooit.

Ik liet geen spaander heel van de concurrentie op de top van de Izoard, en kwam ongehavend en triomferend boven als een Romeinse keizer.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(64)

Achteraf gezien waren die drie weken dat ik in Frankrijk vertoefde de beste die ik qua vormpeil ooit had meegemaakt. Het gevoel dat ik alles kon. Ook collectief was het zo. Damiano graaide dankzij twee sprintzeges op het eind van de Tour, waaronder de koninklijke sprint in Parijs, de Groene Trui mee, terwijl Michele triomfantelijk de rit op de Galibier voor zijn rekening nam na een hele dag op kop gereden te hebben. Francesco op zijn beurt won de tijdrit op de voorlaatste dag in Rouen en bevestigde zijn wereldkampioenenstatus. In de eindafrekening hield ik ruim acht minuten over van mijn maximale voorsprong van elf en een halve minuut op Anacona. Het verlies had ik opgelopen in de tijdrit, waarin ik een uitschuiver maakte in het prille begin van de race tegen de klok, en dan maar besliste om rustig die tijdrit uit te bollen. Anacona, geen onverdienstelijke tijdrijder, won dus nog drie en een halve minuut op mij. Jammer genoeg voor hem eindigde hij maar 81ste. Ook hij likte het asfalt. Het gaf ook aan waar ik wel niet geëindigd was.

Mijn grootste angsten, die over Angelo, kwamen niet uit. Kennelijk was hij niet in staat mij iets te misdoen. Nochtans, hij bleef mij gedurende die gehele Tour de France bestoken met allerlei haatmails en dreigementen per sms. Het zou niet meer stoppen. Bij een na-tourcriterium in de boterstad Diksmuide kwam ik die knul tegen op de Grote Markt. Puur om mij angst in te boezemen. Ik kon geen kant op. Zijn mimiek was immer dreigend, zijn handelingen klaar om dat te worden. Dat hij mijn remmen saboteerde in de Giro was nog niets in vergelijking met enkele inhouden van sommige dreigmails. Hij was er rotsvast van overtuigd dat hij mij de dood in zou jagen. Ze zou van minder nachtmerries en een zware afkeer krijgen van zo’n ziek iemand. Ik kon er enkel met Leona en Damiano over praten.

Napels had enkele theaterzalen, en daarvan maakte ik gebruik om een daarvan voor één keer dienst te laten doen als ruimte om mijn persconferentie te geven. De zaal zat afgeladen vol. Wat wil je, een ex-wielerkampioen die op eigen houtje beslist om uit de biecht te klappen over doping. Voorin: een lange tafel, met op de achtergrond een leeg reclamepaneel. Lete haakte af om hun naam op de reclamepanelen te laten zetten, aangezien ze in geen geval met doping wilden te maken hebben. Aan de langgerektetafel, gedekt door een wit kanten tafelkleed, zaten we met vier. Roberto, ik, Leona en Damiano. Leona puur om de mentale steun, Roberto om mijn woorden kracht bij te zetten en Damiano om aan te tonen dat het enkel ik was die mij tot zo’n praktijken liet verleiden. Dat had ik speciaal gevraagd aan die twee. Na lang aandringen lukte het me toch om ze tot hier te krijgen.

“Beste persverantwoordelijken, collega’s en ploegleiders. Welkom in het wondermooie Napels waar vandaag een gitzwarte gebeurtenis op Napolitaanse grond zal plaatsvindenâ€. Zo begon ik mijn speech. Een kwartier later verlieten wij vier onder de vele flitsen van fotocamera’s en vragenstellende stemmen de zaal. Iedereen bleef verweesd achter, duidelijk geschrokken van de informatie die ze in dit kwartier hebben moeten slikken. Aangezien we geen zin hadden nog eens hierop terug te komen, besloten we geen vragen te beantwoorden en gewoon onze speech af te lezen, met enige emotionele ondertoon.

Volledig kapot van de recente ontwikkelingen plofte ik mezelf in de zetel. Ook Leona, die net Massimo was gaan ophalen van bij haar ouders, voelde dat ik vanavond niet veel meer zou zeggen en zweeg wijselijk. Ik weende. Met de handen voor mijn ogen. Alsof de buitenwereld niet mocht zien dat ik daadwerkelijk mijn tranen de vrije loop liet, ook al bestond die buitenwereld enkel uit Leona. De gehele wielerwereld had ik op mijn eentje op zijn kop gezet, iets wat quasi jaarlijkse kost is voor de wielersport. En toch nam ik het dagboek opnieuw ter hand. Het dagboek van het wielerjaar 2015, waarin ik van een toprenner naar een rasechte kampioen evolueerde. Maar ook het jaar waarin ik tien maanden lang in een emotionele rollercoaster had plaatsgenomen. Na de Tour nam ik even gas terug, om dan op het wereldkampioenschap in Richmond te schitteren. Van Angelo had ik tegen die tijd al een eind niet meer gehoord, zodat ik met een gezuiverd gedachtegoed op zoek ging naar de Regenboogtrui. Diep in de finale raakte ik voorop met Tosh Van Der Sande, op voorhand gezien als “te licht om de heuvels over te komenâ€. Hij seponeerde deze argumenten tegen zijn winstkansen en imponeerde. Na een resem aanvallen van Michele bergop bleven Tosh, ik en Michele zelf nog over. Michele reed zich volledig leeg ten dienste van mij, waarna ik op tien kilometer van de eindstreep de klus zelf moest wisten te klaren. Het zou een heuse anticlimax worden. De op papier tragere Van Der Sande speelde het tactisch nog beter dan mij en bleef uiterst nipt mijn wiel voor. Opnieuw had ik de Regenboogtrui misgelopen, met het jaar voordien een derde stek en deze keer een tweede stek.

Achteraf reed ik nog één koers: Lombardije. In de tussenspanne van het wereldkampioenschap en de laatste grote klassieker werden de aantijgingen van Angelo steeds groter. En deze keer zou zijn theorie daadwerkelijk in de praktijk omgezet worden. De avond voordat ik met Leona naar Lombardije vertrok, stond hij plots voor de deur. Hij overhandigde me een brief en verdween weer. “Stop met koersen, of je overleeft het niet meer. Smerige klootzak. Je maakt de koers kapot. KAPOT zeg ik je! Ga weg, of de bijhorende kogel in deze envelop komt jouw richting uit.â€

Nadat ik halverwege een, evenwel lichte, slag in mijn buik kreeg toegediend, stond mijn besluit vast: vanavond maak ik een einde aan mijn carrière. Impulsief, dat wist ik op het moment zelf al, en toch bindend. Voor de allerlaatste keer in het profpeloton haalde ik uit die slag zoveel energie, puur uit revanche en frustratie, dat ik op de laatste klim zelfs Gilbert ter plekke liet. Solo kwam ik aan in Como, met mijn vingers naar de hemel gericht, naar Manuele. Mijn laatste wedstrijd had ik zo op een fenomenale wijze afgesloten. Na de aankomst liet ik de wielerwereld verweest achter. Maar wat voor mij het belangrijkste was: ik bleef in leven. Vreemd genoeg was dat het gevoel die overheerste, opluchting.

Wie ellende gezaaid kreeg in het verleden blijft oogsten tot zijn dood. Zo kan je mijn leven omschrijven.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Verre van het einde :)

Geplaatste Afbeelding

(65)

De Tour Down Under, die ook in Europa voor het eerst live in de huiskamers kwam, het zij ‘s nachts, kon deze jaargang niet rekenen op veel aandacht. Die zoog ik immers allemaal naar mij toe. De kranten, de sporttijdschriften, de wielergerelateerde websites, de sportbulletins op de journaals… Ze bulkten uit van mijn dopingbekentenis. En aangezien er in de mediawereld journalisten tewerkgesteld zijn, zochten de Sherlocks onder hen naar nog meer sappige verhalen. Al verscheidene keren kreeg ik een reporter over de vloer de laatste drie dagen, waarna ik ze telkens afscheepte. Maar ook mijn teammaats mochten het ontgelden. Zowel Damiano, Francesco als Michele hadden al het vuil afkomstig van de schoenen van dopingcontroleurs en journalisten mogen afkuisen op hun deurmat, immer zonder resultaat.

Ik had het gevoel dat de gehele wereld zich tegen mij had gekeerd. De onverwachte steun van de nieuwe UCI-voorzitter Jens Voigt was daar een uitzondering op. In een open brief stelde hij dat het onmogelijk en tegen de wetten der natuur zou zijn dat ik enkel op doping mijn resem zeges heb kunnen binnenrijven, en hij opperde voor een tussenoplossing. In plaats van twee jaar schorsing mét terugwerkende kracht, zou ik slechts een jaar krijgen zonder terugwerkende kracht. Alles moest nog officieel bekend gemaakt worden, maar enkel de vele paperassen lagen nog in de weg . Tenzij het WADA en het TAS flink zouden tegenspartelen. Maar Voigt was een Oost-Duitser. Een karakter van steen en ondoordringbare gedachten. Hij zou zijn slag wel thuishalen, daar gaf ik hem het ganse vertrouwen op.

Enkele dagen later was het zover. Een officiële brief vanuit Aigle bevestigde mijn straf van een jaar zonder bijkomendheden. Tegelijkertijd berichtte ook de media dit, voor mij, heugelijke nieuws. Velen waren misnoegd, niet in het bijzonder mijn collega-renners zelf. Vooral concurrenten dan. Dopingzondaars waren niet bepaald populair. Ook kreeg ik enkele jaloerse telefoontjes van renners die wél voor de volle twee jaar met terugwerkende kracht werden geschorst. “Hoeveel heb jij die Duitser betaald?†Een veel gestelde vraag. Terecht uiteindelijk. Maar ook ikzelf was er van overtuigd dat ik, zonder dopinggebruik, nog altijd dezelfde erelijst zou hebben. Net zoals Alberto Contador indertijd.

De wind fungeerde als protagonist tijdens het spel van de weergoden vandaag. Echte januarikoude was er niet, al was het niet bepaald aangenaam vertoeven in die reeks windstoten. De Napolitaanse rij huizen in de binnenstad zorgden voor enige beschutting. Ik slofte door de straten, zonder een bepaald doel. Straatje in, straatje uit. Ik zou wel zien waar ik zou uitkomen. Met de handen in de jaszakken verstopt en mijn blik op de stoep gericht probeerde ik te ontsnappen aan al die vlijmscherpe blikken van mede-inwoners. Alsof de gehele wereld bezeten was van de sport op twee wielen. Alsof iedereen wist wat ik misdaan had. Alsof ik de Napolitaanse judas was. Ik werd herkend, zoveel was mij wel duidelijk. Een ingetogen houding was de enige oplossing om enigszins te ontsnappen van de menselijke wreedheden.

Naargelang de zon steeds krachtiger de lakens naar zich toetrok daarboven, werd Napels mooier en mooier. “Een echte zonnestadâ€, noemde wijlen Flavio het ooit. Een stad die leeft met de zon en sterft met de duisternis. Na een hele route afgelegd te hebben koos ik lukraak een cafeetje uit om even tot rust te komen met een warm kopje koffie. Aangezien de doelgroep van deze kroeg eerder van een oudere soort was, verwachtte ik het niet herkend en beschimpt te worden. Zo ging het ook. Er kwam zelfs een oud mevrouwtje naar me toe, ondanks haar mobiele moeilijkheden. De vrouw, ongeveer tachtig levensjaren oud, loofde mijn levenskracht. “Zovele tegenslagen, en toch hier nog rondlopen. Vele van jouw leeftijdgenoten zouden er al lang zelf een einde aan gemaakt, zeer zekerâ€! Kennelijk sprak ze uit ervaring, en dat bleek ook uit haar volgende woorden. Ze werd er zelfs weer emotioneel van. “Ik verloor mijn enige zoon toen hij 23 was. Zijn vriendin stierf in een auto-ongeval, en daar kon hij niet mee leven. Ondertussen 35 jaar geledenâ€. Het deed me alweer beseffen dat mijn leed die ik op dit eigenste moment moest doorstaan nog altijd van een orde lager afkomstig was, hoewel ik in het verleden ook nog in zo’n diepe put had gezeten. Eigenlijk was ik wel sterk mentaal. Ik had al veel moeten meemaken, ondanks mijn leeftijd. In de nadagen van de zomer zou ik immers nog maar 28 worden… En ik was niet bepaald zinnigs om mijzelf te laten toetreden tot de ‘Club 27’.

Alsof het lot hier zich alweer van zijn beste kant liet zien, zag ik in de tafel op de rechterhoek, naast de deur van de wc, Damiano zitten. Door alle dopingperikelen reisde Lete niet af naar Australië en bleven ze mooi hier verder trainen, en daar maakte Damiano handig gebruik van om even te genieten van zijn thuisstad. Toen hij mijn aanwezigheid opmerkte, stond hij ietwat onwennig op. Alsof we gewone kennissen waren die van elkaar diepste gevoelens niets afwisten. Hoewel, onze band sleet wat af in vergelijking met onze jeugdjaren.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(66)

Aangezien we plaats hadden genomen aan het raam, kon ik de buitenwereld goed inspecteren. Ik zag oudere mannen met buiken gevuld met vet, zakenmensen die zoals altijd haastig hun bestemming wilden bereiken en hete poezen. Een bond allegaartje van allerlei soorten en stijlen. Het gesprek met Damiano verliep spontaan. Spontaner dan verwacht in feite. Ik had niet meteen het gevoel dat hij me nu met een ander oog bekeek. “Francesco en vooral Michele moeten nu helemaal niets meer van je wetenâ€, antwoordde Damiano op diezelfde vraag. Zij waren kennelijk verleden tijd geworden. Het was een harde vaststelling, aangezien we zwoeren, toen Manuele nog leefde, dat wij altijd een hechte groep zouden vormen. Of hoe “voor altijd†een relatief begrip is. Banden zijn fragiel.

Een ingeving van God. Zo noemde ik het ook achteraf, toen er een wielertoerist, uitgerust met een peperdure carbonfiets en op en top professionele wielerkledij, het café binnenwandelde. Hoe hard ik het wielrennen ook vervloekte gedurende een dik jaar, de liefde voor de fiets heeft zich toch altijd kunnen schuilhouden diep in mijn binnenste. Ik was en bleef een wielerkind. Ik groeide op met de fiets. Ik overleefde op de fiets. Ik werd gelukkig op de fiets, maar ook ongelukkig. Maar zoals dat gaat: de negatieve dingen vergeet je snel in het leven. De frustratie en de ergernis nadat ik mijn fiets aan de wilgen hing in de herfst van 2015, waren volledig weggeëbd. Ik kon me niet meer inbeelden hoe het voelde.

Damiano zag in mijn glinsterende felblauwe ogen dat ik een soort van fascinatie had opgewekt voor de wielertoerist. “Je mist de fiets héâ€? We kenden dan toch nog elkanders diepste gevoelens. Terwijl Damiano zijn vingernagels om beurten op de tafel liet dansen, bracht de uitbaadster van het gezellige en warme art deco-café nog twee kopjes koffie. Het was een vreemde bedoening, maar mijn schorsing van een jaar stimuleerde me zowaar om terug op de fiets te kruipen, ongeacht mijn wielrenner-op-pensioen-status. “Als je wil praat ik eens met Robertoâ€, vroeg Damiano op een voorzichtige, timide toon. “Doe ik zelf wel, als de tijd er rijp voor isâ€. Als ik er zo over nadacht, was ik al die tijd eigenlijk een renner gebleven. Een wielerwedstrijd bekeek ik altijd met een ander paar ogen dan dat een normale wielerfanaat zou doen. Ik was er dan ook van overtuigd dat ik na enkele maanden alweer mijn conditie van mijn topdagen zou kunnen verkrijgen, ondanks het feit dat de periode tussen de Ronde van Lombardije van 2015 en dit moment al acht kilo was geleden.

Mijn terugkomst in Camaldoli, het dorpje grenzend aan centrum-Napels waar ik woonde, was niet bepaald hartelijk te noemen. Leona schold me alweer de huid vol en verweet het me dat ik mijn verantwoordelijkheid tegenover Massimo uit de weg ging. Het leek wel of ze elke dag weer een beetje meer negatieve energie kreeg binnengespeeld in dat gefrustreerd vat van haar. Ze was veranderd sinds het ongeval. We hadden zelfs geen seks meer gehad sindsdien. Ze was als een dood vogeltje dat na zijn vrolijke en vrije jeugd het op het eind volledig liet afweten. Ik stond al een maand droog, en dat vreet aan een gezond mens. Normaal gezien toch. Ik had zelfs al gedacht aan uit elkaar gaan, aangezien ik meer last dan wat anders had aan Leona. Het maakte me weer triest. Ik slikte de woorden “comeback†en “fiets†dan ook weer in. Na de scheldtirade verdween ze weer in de keuken. Zaterdag betekende spaghettiavond, en normaliter keek ik daar vol verwachting naar uit. Maar de sfeer deed de spaghettismaak onrecht aan. De ongezelligheid ’s avonds aan tafel was zelfs voelbaar voor kleine Massimo. Kennelijk kon hij een pijnlijke stilte niet verdragen. Hij zette zijn keeltje dan maar wagenwijd open, in de hoop dat de stilte nimmer zou terugkeren. Zijn actie werd enkele tellen later al teniet gedaan.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(67)

Alsof ik mijn yang terug had gevonden. Zo voelde het aan op mijn stalen ros. Deze morgen stond ik om klokslag acht uur op, verorberde een kom cornflakes, trok mijn wielertenue van Lete aan, waarna ik vijf minuten mijn fiets observeerde, op zoek naar vuiligheid. Aangekoekte moddersubstanties en dergelijke. Ik vond ze niet. De banden stonden keihard, mijn zadel had zijn perfecte hoogte bereikt. En zonder weten van Leona vertrok ik. Naar nergens. En toch ergens. Vrij, als een vogel. Ik voelde me terug een rasechte renner. Vreemd genoeg was ik dat zowel in de theorie als in de praktijk niet meer. Maar de honger naar de fiets… Flavio zei ooit: “je kan maar honger stillen als je hem zijn zin geeftâ€. Flavio bleef, zelfs na zijn dood, een belangrijke inspiratiebron.

Afhaspelen aan een snelheid van veertig kilometer per uur, het was jammerlijk genoeg niet meer aan mij gegeven. Het was dan ook de eerste échte training sinds lang. Heel lang. Mijn basisconditie was volledig zoek, verteert met de vele vettigheden en gastronomische spijzen. Ik was nog te jong om op pensioen te gaan. En het geld groeide ook niet bepaald op onze rug. Aangezien Leona een baan als fulltime huisvrouw op zich nam en ik ook geen poot uitstak, was het riante leven die we leidden zo’n twee jaar terug voltooid verleden tijd. Ik zocht terug naar mijn leven van weleer. Het leven waar ik ettelijke keren zwaar heb afgezien, van ellende soms in elkaar stuikte, maar ook een leven die vele perspectieven bood. Ik werd aanzien als een god. Een boegbeeld voor de moderne sport. En buiten atletiek is er geen enkele sporttak die de lichamelijke prestaties zo nauw in beeld brengt als wielrennen. Het concept was dan ook simpel: degene die het best de weergoden op hun plaats kon zetten en daarbovenop als snelste het parcours konden afhaspelen, mocht zich de fiere laureaat noemen.

De zon herrees stilaan uit zijn horizon, en dat ging gepaard met een geweldig feeëriek schouwspel. Een schouwspel waar kleuren als oranje, geel en rood de protagonisten vertegenwoordigden. God is een voortreffelijk schilder. De zwerm vogels aan de kleurrijke hemellucht deed me beseffen dat ik me op dit moment ook in hun positie bevond: vogelvrij. De wind die door mijn ongekamde en natte haren waaide, ik had geen helm op, versterkten alleen maar dat gevoel. Ik merkte amper de hoogteverschillen op. Het verliep op wieltjes, letterlijk en figuurlijk. Alsof er nog niets veranderd was, hoewel de snelheid stukken lager lag, 28 kilometer per uur gemiddeld. De Vesuvius temmen zou nog iets teveel gevraagd zijn, maar ik verwachtte dat de vulkanische berg waar het toentertijd allemaal voor mij begon nu ook weer zou fungeren als ijkpunt van mijn opbouwende conditie. Als ik hem zonder al te veel moeite kon beklimmen, was ik goed op weg.

Een twaalfkoppige groep wielertoeristen van mannen rond de veertig herkende me op slag bij het inhalen. Mijn excentrieke stijl op mijn Ridley-fiets zou daar wel voor iets tussen gezeten hebben. Zoals bekend was ik klein van gestalte, maar redelijk fors gebouwd. Damiano omschreef het ooit als “een bol, voornamelijk gevormd door mijn rug, met vier ledematenâ€. Misschien het beste gestalte als allrounder in de koers. Een blok beton en toch vederlicht in de bergen. “Matteo! Matteo! Come staiâ€? Zichtbaar geschrokken van hun reacties vertelde ik dat ik voor het eerst sinds lang weer trainde en me prima voelde. “Zie je, een rastalent. Ik hoop toch zo dat je ooit nog terugkeert in de wielerwereld. Je was onze bron van inspiratie. Van wilskracht. Met alle eerlijkheid: ik heb alle tips die jij schreef in je boek ‘Wielrennen, zonder basis geen succes’ grondig toegepast op de fiets. Net als mijn vrienden hier. Onze prestaties zijn zichtbaar verbeterdâ€! De reactie van de kopman, en tevens de jongste van het twaalftal, deed me klaarblijkelijk goed. Het groeiende besef dat niet alles wat ik gedaan en misdaan had als duivels werd beschouwd. Ik werd nog altijd (h)erkend door een bende wielertoeristen, die er duidelijk het hart van in waren dat ik eerst afstand had genomen van de fiets en nu een jaar schorsing op mijn conto kon bijschrijven. Door hun hartelijkheid besliste ik om nog enkele kilometers in hun gezelschap rond te draaien. Zo belandde ik in het dorpje San Vito, aan de voet van de Vesuvius. Deze plaats zou volgend jaar het beginpunt worden van een tweedelige strijd op de vulkaan. Om volgend jaar het WK te beslechten, hebben de organisatie en de stad Napels er voor gezorgd dat de twee wegen die naar de top leidden met elkaar in verbinding stonden. De Vesuvius zou de scherprechter van het WK worden. Ik droomde al hardop, samen met de wielertoeristen. De naam van de jongeman die me aansprak was Vincenzo di Nello, een 34-jarige krantenverkoper in het centrum van Napels. Een uiterst aimabel man. Het was weer eens iets anders dan Damiano en co. We dronken samen nog een kopje koffie, en nadat ik enkele anekdotes op tafel gooide, vertrok ik terug naar huis. Ik blij, zij blij. Ze hadden immers hun idool écht leren kennen.

De tocht naar huis, zo rond het middaguur, boezemde me angst in. ’s Ochtends verklaarde ik mezelf nog vogelvrij, maar deze middag zou ik weer gebonden zijn aan normen en waarden, met de feiten op de neus gedrukt door Leona’s ouders. Vrijwillig weliswaar. Ik wou mijn relatie redden en besliste dan maar om mijn schoonouders een bezoekje te komen brengen, zonder Leona’s weten. Een poging om de laatste strohalm trachtten ten volle te grijpen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Aha, een nieuwe volger! :igreen:

Geplaatste Afbeelding

(68)

Het ravissante huis van mijn schoonouders kon eigenlijk bestempeld worden als beeld van het vermogen van Leona’s naaste familie. Zij groeide op in een welgesteld gezin, dat was een certitude, hoewel ze daar nooit veel over heeft gesproken met mij. Een smal landweggetje van zo’n kleine honderd meter bracht me tot de villa, vervaardigd uit bleke bakstenen. Elke keer als ik hier kwam stond ik vol bewondering te kijken naar de weelderige plantengroei rondom het huis. Nadat ik mijn auto achterliet, fungeerde het struikgewas als gids richting de voordeur. In het middenstuk kon je naar links, het zwembad, en naar rechts, de rustige plek in de tuin met een hangmat en een grote tafel, die door een bronzen overkoepeling werd beschermd tegen neerslag. Op de tweede verdieping bevond zich een lang en groots balkon, die de lengte had van de breedte van het huis. Daar stond een ligzetel, vergezeld door enkele stoelen en een tafel. Het zou hier aangenaam vertoeven geweest zijn op een warme zomerdag.

Silvia, de moeder van Leona, opende de deur. Ze had haar haardos losgemaakt, wat aangaf dat ze nog niet buiten was geweest vandaag. Ze liep immers altijd rond met opgestoken haar buitenshuis. “Kom binnen Matteo, kom binnenâ€. Je kon niet zeggen dat haar ouders me nooit accepteerden, in tegendeel. Ik werd altijd met open armen ontvangen, al zal het ook voor hen onwennig geweest zijn dat ik op eigen houtje me begaf naar het ouderlijk huis van mijn vriendin. Plotsklaps, toen ik me net in de bruine, lederen sofa had genesteld, kwam Simone tevoorschijn. Hij begroette me alsof ik een goede vriend was door me hartig vast te pakken. Ze hadden zich duidelijk niet voorbereid op mijn bezoek, gezien hun kleding, hoewel ik hen al eergisteren had verwittigd. Het kon natuurlijk ook zijn dat ze mij beschouwden als familie en daarom juist in doordeweekse en uitgeleefde kleren rondliepen.

Simone was zijn rustige zelve. De man, toewerkend naar zijn pensioen, sloeg meteen een praatje met me over de beurs en de stilaan herstelde Italiaanse economie, terwijl Silvia thee klaarmaakte in de keuken. Politiek en economie, dat was zijn domein. Ik kon daar ook nog een mondje over meepraten, maar toen hij een versnelling hoger schakelde, werd ik gedwongen te lossen en hem te laten gaan. Het onderwerp veranderde zelfs even naar de wielersport. Simone, normaliter totaal niet thuis in de sportwereld, vroeg me of ik de koers niet miste. Hij kende me beter dan ik dacht. Hij zag mijn twijfelende blik in de ogen en haalde de woorden uit mijn mond. “Het kriebelt weer héâ€? Ik knikte. Toen ook Silvia zich kon mengen in het gesprek, werd het bittere ernst. Silvia had wel al wat opgevangen van het veranderde karakter van Leona, maar ze had niet verwacht dat dit zo’n dusdanige problemen ging geven. Zeker niet in deze grote proporties. Enkele keren stelde ze voor om eerst zelf eens met haar een hartig woordje te babbelen, en op haar beurt zou Silvia op een onverwachts moment ook eens binnenvallen en een gesprek voeren tussen moeder en dochter. “De liefde mag je eigen persoon geen schade berokkenen Matteo. Ik weet dat je ze nog altijd doodgraag ziet, en zij jou ook, daar ben ik zeker van. Maar tijden zijn veranderd, en zijzelf in het bijzonder. Het is een ander mens geworden sinds haar ongeval. Ze lijkt onze dochter niet meer te zijn en niet meer jouw vriendin. Het is al een mirakel dat ze het overleeft heeft, maar nu begint pas de miserie. Ik zou het begrijpen indien je jou eigen weg alweer zou inslaan, maar geef haar nog een kans en de tijd om haar terug op haar plooi te laten komen. Het is voor haar ook moeilijk om met deze situatie te leven, al weet ik niet of ze beseft dat ze veranderd isâ€.

Silvia en Simone stelden al snel vast dat ik zichtbaar geschrokken was van hun medeleven. Ikzelf had in de verste verte niet eens kunnen denken dat ze mijn eigen mening op precies dezelfde manier zouden vertolken. Ik keek enkele tellen naar buiten, naar de aanlokkelijke tuinen met hun vele kleuren. Vogeltjes dansten voorzichtig rond de bladeren van een rozenstruik. Je zag dat hier, op dit domein, de natuur in harmonie leeft en overleeft. De winter had lelijk huis gehouden elders, maar hier zijn ze de planten blijven verzorgen, met resultaat overigens. Ze hebben niet geleden onder de soms krakende vriestemperaturen. Ik verorberde nog een door Silvia aangeboden gebakje, afgewerkt aan de bovenkant met zoete aardbeien en de coulis daarvan, dronk mijn thee uit en vertrok terug naar huis. Ik zag aan de lichaamstaal van Silvia en Simone dat ze het ook moeilijk hadden met de situatie. Hun enige dochter die de dood in de ogen keek en nu een heel andere vrouw was geworden. Niet meer de Leona van weleer. De Leona die permanent reclame maakte voor een tandpastamerk. De Leona die met haar pen mensen kon aanzetten tot fenomenale prestaties, kon ontroeren of gewoon doen ontspannen. Maar bovenal: de Leona die naast een goede moeder voor Massimo ook mijn prinses was. Die Leona was niet meer, en dat deed zeer. Pijn die me raakte diep vanbinnen. In de auto, waar ik enkele keren bijna verblind werd door de laaghangende zon, vroeg ik me dan ook af of het ooit nog zou goed komen. Op dat moment overviel me een gevoel van een nakende hervormingen in mijn leven. Alsof de toren van mijn leven zijn eigen nine eleven zou meemaken, waarna ik met de brokstukken daarvan een nieuwe en betere toren moest zien te bouwen. Datum van die eventuele hervormingen: januari 2018. Daar raakte ik steeds meer en meer van overtuigd. Het kon geen toeval meer zijn.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(69)

“Het wordt eens tijd dat je volwassen wordt, Matteo Cutolo! Ik ben je meid niet, die al het vuile werk hier moet doen. Kousen, onderbroeken… Je laat ze allemaal slingeren aan het bed. Ik houd hier de boel draaiende, en krijg er helemaal niets voor in de plaats. Schaam je diep Matteo, DIEPâ€! Ook een goedemorgen.

Het bleef maar van kwaad naar erger gaan tussen ons. Leona had geen aandacht meer voor mij, en snauwde me permanent af. Net zoals deze morgen dus. Kennelijk had ze haar al voorbereid op deze dag, want haar koffers stonden klaar… Nu, ze had dat wel al eens gedaan, maar binnen enkele uren stond ze terug aan de voordeur, met de tranen in de ogen. Maar toen was ze nog de échte Leona. Nu bewoonde een andere geest haar, nog altijd goddelijke, lichaam. Aangezien we allebei furieus waren, ik liet het niet over mijn hart komen in eerste instantie en vertelde haar dat ze maar beter even kon uitwaaien, had ik er geen oog voor dat ze vertrok met enkele koffers. “Laura heeft WEL tijd voor mijâ€! Tja, vrouwen… Zo bleef ik achter met kleine Massimo, niet beseffend dat hij hier zijn moeder kwijtspeelde. Of toch wel. Een ware waterval van tranen kwamen uit zijn lichtblauwe oogjes. Een kenmerk die hij voor de volle honderd procent van mij overgeërfd had. Oh wat was ik een trotse papa. Ik nam hem in mijn armen. Hij keek rechtstreeks in mijn ogen. Zo oprecht. Daarna zocht hij Leona met zijn oogjes, maar die vonden haar uiteraard niet meer. Ik fluisterde in zijn oor dat ik van hem hield. Massimo was het symbool van de houvast geworden. De enige houvast in mijn leven.

Leona’s ouders werden meteen verwittigd. Silvia verraste me meteen door te verklaren dat Leona dit plan al had uitgewerkt op voorhand en aan haar moeder al uit de doeken had gedaan. Het was dus geen impulsieve reactie. Het leek me een wonder dat haar ouders mij niets kwalijk namen. In tegendeel. Ik had de indruk dat ze me meer steunden dan hun eigen dochter zelf. Leona werd zo meer en meer de verleden tijd ingedrukt. En dat voelde onwennig. Ik was tenslotte negen jaar met haar samen. Negen mooie jaren. Ze was naast mijn lief ook mijn beste vriendin. Iemand die ik alles kon vertellen, en vice versa. Het resultaat van onze voorwaardelijke liefde lag in mijn armen, een resultaat dat tevens ook het einde betekende onrechtstreeks. De herinneringen aan de echte Leona zouden voor altijd in stand gehouden worden, die van Leona 2.0 volledig weggevaagd.

Maar het leven was net als de tourkaravaan: niet te stoppen. Je kan daarom best preventief het leven een eindje achter je laten en sneller hollen voordat het leven, gepaard met de tijd, je opslokte. Het lukte me aardig, ondanks mijn fragiele mentale wendbaarheid. Medeoorzaak zal zeker Roberto Reverberi geweest zijn. Die middag stond er immers een meeting gepland, over de toekomst. Vanaf volgend jaar wou ik aan een compleet nieuwe lei beginnen, met Massimo als ijkpunt. Hij zou me nimmer kunnen ontglippen, ik verwachtte dan ook geen weerwerk van Leona.

De meeting met Roberto stond gepland rond half vier. Het was twee uur, en stilaan drong het tot me door wat er deze ochtend gebeurd was. Samen met Massimo, goed vastgebonden op de achterbank van mijn Alfa Romeo 159. Geen dure sportwagen voor mij, al was ik nog altijd gefascineerd door de Alfa Romeo 8C Competizione. Een werkelijk fenomenale sportbolide. Vooraleer ik Roberto zou ontmoeten in een tearoom in het centrum van Napels, voerde ik mezelf de wijde wereld in met Massimo als steun. Het gebied rond de Vesuvius was daar ideaal geschikt voor. Nadat ik een bankje gevonden had aan de oever van een riviertje, voelde ik me even één met de natuur. De kleine Massimo, die zichtbaar genoot van de fluitende vogeltjes in de buurt, kon zijn glimlach niet verbergen. Ik had hem immers stevig vast in mijn armen en kietelde hem af en toe aan zijn voetjes. Zijn glimlach was werkelijk goud waard. En toch. Laf, dat was het gevoel die me nu overmeesterde. Ik voelde me laf, aangezien ik mijn vriendin in de steek liet die na een zwaar ongeval op de fiets fel veranderd was qua karakter. Ik sprak er eerder al Silvia over aan, maar zij stelde me gerust en noemde het een “logische stap in je levenâ€. Ik was nog te jong om me te binden aan een vrouw die afhankelijk was van anderen, hoe hard dat ook klonk. Ik hield nog altijd zielsveel van haar, maar soms mengt het verstand zich in deze delicate kwestie, waarna het ook botvierde. Het kabbelend beekje maakte me er vreemd genoeg attent op dat het leven uit meer bestond dan uit vrouwen. Ik zou met een schone lei starten, dus waarom ook niet een nieuwe vriendin? Massimo glimlachte opnieuw. Deze keer met een klein jongetje van zo’n elf jaar die met zijn fietsje juist een parcours had afgelegd van tien kilometer en nogal onnozele mimiek trok richting mijn nakomeling. Hij herkende me en vertelde een grote fan te zijn van me, ondanks mijn schorsing, ondanks mijn misstappen. Kennelijk kon hij goed om met kleine kinderen. Nadat hij een handtekening overhandigd kreeg, met het tekstje “veel succes in je leven, Tomasso!†vertrok hij met glinsterende ogen terug huiswaarts. Tien minuten later begaf ook ik me met Massimo in mijn handen naar de auto. Klaar om samen met Roberto de grote lijnen van mijn sportieve toekomst uit te stippelen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(70)

Het aanbod in de horeca op Napolitaans grondgebied was gigantisch. In elke straat en om elke hoek kon je wel iets nuttigen en genieten van spijs en drank. Het krioelde dan ook van de zaken waar ik in mijn ganse leven nog nooit binnen was geweest. Roberto besliste om zich naar de tearoom “Pompeii†te begeven, uiteraard vernoemd naar de stad die door de heerser van het Napolitaanse land verwoest werd. De zaak straalde bij binnenkomst, met Massimo in zijn kinderwagen, een warme, authentieke sfeer uit. Zwart-witte tegels vormden het vloerdecor, de tafels en stoelen waren vervaardigd uit eikenhout en de bar stond vol met foto’s van allerlei Napolitaanse beroemdheden zoals Sophia Loren en Fabio Cannavaro die hier wel vaker langskwamen op een vrij moment. Tergend traag stapte ik verder, zoekend naar Roberto. Toen ik hem had waargenomen, liep ik weer mijn normale wandeltempo met de kinderwagen in mijn hand. Roberto had plaatsgenomen in de vitrine rechts van de inkom. In de hoek dus. Hij vertelde me dat dit café werd opgestart door zijn nonkel, zo’n dertig jaar geleden, en dat nu dus zijn neef het heeft overgenomen. Als Roberto zich in Napels bevond, kwam hij hier altijd een koffietje drinken.

De neef van Roberto, Ruggiero, legde meteen voor enkele minuten het werk neer en sloeg een babbeltje met ons. Hij vertelde me dat ik in Napels voor het grootste deel nog altijd als een held werd aanzien, maar dat het dopingschandaal mijn naam enigszins had besmeurd. Hij was dan ook blij dat ik een comeback in gedachten had. Roberto had hem dat immers al verteld. Kennelijk waren Roberto en Ruggiero bijzonder close met elkaar, aangezien Roberto niet bepaald het type roddelaar was, dacht ik. “Kom, laten we een foto nemen. Ik zal de foto hoogstpersoonlijk op de toog zetten, naast Sophia Loren.†Ruggiero liep hoog op met me, net als de andere gasten in de tearoom. Prompt vormden enkele handen samen een staande ovatie. Alsof het verleden ook in het collectieve geheugen verleden was geworden. Iedereen gaf me een tweede kans. Ik kon weer als een normaal persoon de straat oplopen. Al was “normaal†nogal relatief…

Roberto haalde uit zijn aktetas enkele papieren uit, met zijn visie inzake de toekomstplannen. Hij wist me te vertellen dat het contract met Lete volgend jaar zou aflopen, en hijzelf niet van plan was om een nieuwe sponsor te zoeken. Na een rijk gevulde carrière bij Navigare en Colnago zou hij een stap terugzetten. Het zou een grote aderlating worden voor de wielersport, daar was ik zeker van. Hij stelde voor om binnen een maand mee op stage te gaan als freelancer telkens er een stage gepland stond. Ook aan collectief georganiseerde trainingen zou ik mogen deelnemen. “Ik wil je zo snel mogelijk in de ploeg brengen, en daarom hebben we unaniem beslist dat je onofficieel weer deel zal uitmaken van het Lete Cycling Team. Sinds Jens Voigt UCI-voorzitter is geworden, werd alles veel flexibeler. De wielerwereld is opnieuw een bloeiende sport. Daar moet jij opnieuw deel van uitmaken Matteo. Jij was de grootste Italiaanse vertegenwoordiger van het wielrennen, en dat zal jij nu ongetwijfeld opnieuw wordenâ€.

De plannen spraken me bijzonder aan. Ik inspecteerde grondig de renners die onder contract stonden bij Roberto, en eigenlijk was er niet al te veel veranderd. Zowel Damiano, Francesco als Michele bleven een trots lid van de rode brigade. Hoewel mijn verstandhouding met de twee laatste flink verwaterd was geworden de laatste twee jaar, was ik overtuigd van het feit dat we dat allemaal uiterst professioneel zouden aanpakken, zoals het hoort. “Ik heb hier al een contract voor je klaarliggen die we zullen tekenen vanaf augustus. Ik wil je volgend seizoen zeker in mijn team hebben Matteo. Jij blijft de bezieler van dit team.†Ik kon Roberto niet overtuigen van het feit dat hij eigenlijk de stuwende kracht was achter het Lete Cycling Team, maar na het aandringen van zijn kant nam ik het maar aan zoals hij het verkondigde.

“Hoe zie jij je toekomst Matteoâ€? De vraag van Ruggiero verraste me enigszins. “De enige reden dat ik een comeback wil maken is mijn leven terug op orde te zien krijgen. Op dit moment is het complete chaos. Na een sabbatjaar kwam het besef dat ik geboren ben om te koersen. Ik kan niet zonder, ondanks de vele maanden inactiviteit. Ik sta te popelen om weer wedstrijden te rijden, de honger binnen een jaar zal dan ook bijzonder groot zijn.†Snel voegde ik er nog wat aan toe. “Maar toch ben ik van plan om er maar één jaar van te makenâ€. Roberto trok zijn ogen open. “Hoezo?†Zijn verraste intonatie verbaasde me. Ik dacht immers dat we op dezelfde golflengte zaten. “Wel, ik zie mijn comeback als een waardige afsluiter van een korte wielercarrière. Mijn abrupte beslissing een dik jaar geleden na Lombardije was deels impulsief, maar het gaf geen mooi einde van een tijdperk. Dat wil ik nu veranderen. Het zal enkel de mythe die rond mij zal gecreëerd worden voedenâ€. Mijn zelfverzekerde houding maakte Roberto ietwat onwennig. Dit was hij immers niet gewend van mij. “Je bent veranderd Matteoâ€. Ja dat was ik. Ik voelde me ook intelligenter op de fiets. Voorheen was ik de man van de grote daden. Aanval was de beste verdediging. Ik kreeg dan ook vaak kritiek op mijn ongebonden koersmentaliteit. Ik zou een zogenaamde “domme coureur†zijn. Maar dit moest en zou veranderen.

’s Avonds stuurde ik zoals beloofd een mail naar Roberto om mijn persoonlijke doelstellingen van volgend jaar op te stellen. Het voorjaar moest in het teken staan van de Giro d’Italia, die op de voorlaatste dag de Vesuvius aan zou doen, waarna ik in de Tour voor de laatste keer op het allerhoogste toneel wou schitteren. Maar mijn afscheid zou groots worden. Ik had een opportuniteit om de cirkel volledig rond te maken. Het wereldkampioenschap op de weg vond immers plaats op 15 september in en rond Napels… Die dag zou ik, Matteo Cutolo, het hoogste bereiken in de wielrennerij en promoveren van een held op de fiets naar een regelrechte god. Een mythe. Net zoals Fausto. Want ja, hij was nog altijd mijn grote voorbeeld. Even flitste het waanidee door mijn hoofd om, puur uit dat opzicht, zelfmoord te plegen. Maar dat idee liet ik al even snel zoals het kwam varen.

Er zou een onrustige nacht volgen…

Share this post


Link to post
Share on other sites

En ook langs deze weg proficiat held!

Eindelijk volwassen? :cool:

Op papier wel ja :lol:

Geplaatste Afbeelding

(71)

Een hete nazomer teisterde Zuid-Europa, dus ook het scheenbeen van de Italiaanse laars: Napels. Het was 15 september 2018, de dag dat ik 29 werd. De felicitaties vlogen in het rond, ik nam ze allemaal met veel plezier aan. De gehele wielerwereld keek met argusogen naar mijn persoon. Matteo Cutolo. De man die vandaag zijn carrière wilde afsluiten met een fenomenale prestatie op eigen bodem. Vlak voor de start kreeg ik al een soort eresaluut met een Napolitaanse fanfare. Werkelijk iedere die mij nauw aan het hart lag was present op deze bijzondere dag. Zelfs Moreno Argentin, mijn vroegere trainer, kwam speciaal terug van een rondreis door Zuidoost-Azië. Iedereen verwachtte mij dan ook op het hoogste schavotje rond vijf uur deze middag, in de blakende zon. Alsof de strijd al gestreden was. Paolo Bettini, de bondscoach met prima psychologische kwaliteiten, had al op voorhand gezorgd voor een perfect uitgebalanceerd team, waarbij iedereen voor mij zou rijden. Ik moest en zou wereldkampioen worden. Daarom kreeg ik zowel Damiano, Francesco als Michele mee in steun. Francesco had zijn doel al bereikt door opnieuw wereldkampioen tijdrijden te worden, terwijl Michele als dé perfecte meesterknecht kon fungeren op en rond de Vesuvius. Daarnaast had ik ook nog Battaglin, Cattaneo, Aru, Muracelli en di Tomassi voor handen. Het einde was nabij.

Het parcours zag er op het eerste zicht uiterst gesofisticeerd uit. Vertrekplaats was de Piazza Municipio, zowat het centrale punt van Napels. Van daar uit werd het parcours uitgestippeld met drie keer de lus richting de Napolitaanse heuvels. Keerpunt was telkens Giugliano in Campania, een gemeente op zo’n kleine vijftien kilometer van Napels. Zo zou er al negentig kilometer achter de kiezen liggen op dit wereldkampioenschap. Nadien zouden de parcoursbouwers ons voeren richting San Vito via de autosnelweg, zo’n twaalf kilometer vanuit het Piazza Municipio. Vanuit die plaats, de voet van de Vesuvius, lagen er zo’n 9,3 klimkilometers klaar. Aangezien de weg naar San Vito ook al stevig geaccidenteerd was, zou ook de aanvang hard en zwaar worden. Op de hoogst mogelijke top van de Vesuvius zou er al een dikke 111 kilometer afgelegd zijn. Via de nieuw aangelegde weg op de Vesuvius keren we terug via San Vito naar de Piazza Municipal, om daar weer van vooraf aan te beginnen. Uiteindelijk bevat dit parcours dus twee keer 132 kilometer, wat neerkomt op 264 kilometer. Finish dus boven op de Vesuvius, waar het peloton al één keer mee kan kennismaken onderweg. Een uiterst zwaar wereldkampioenschap, de vergelijkingen met Sallanches ’80 waren dan ook niet weg te slaan. Toen won Bernard ‘de das’ Hinault. Ook een alleskunner. Een levende legende op twee wielen. Vandaag lag ook voor mij deze status voor het grijpen, daar op die kolkende vulkaan.

De route:

http://www.gmap-pedometer.com/?r=5404705

*zwart gat*

San Vito ontving ons voor de tweede keer vandaag, en dat onder een laaiend enthousiast applaus. Met nog een dikke negen kilometer te gaan kan de finale strijd gaan losbarsten. Op kop: vijf man. Michele heeft het peloton doen zweten op de eerste passage van de Vesuvius, en ook op het heuvelachtige parcours hiernaartoe trok hij alle registers open. Resultaat: vijf renners, bijna op het einde van hun Latijn, maar wel met een voorsprong van een kleine minuut op een groep van 22 man, begeleid door Andy Schleck en Fränk Schleck, in de nadagen van zijn carrière overigens. Voorop bleven ik en Michele over met in ons wiel een ontketende Anacona Gomez (laureaat van de Giro 2016), een verbazende Clément Koretzky (bergkoning in de Tour van 2017) en de Deense vogel Jesper Hensen. Stuk voor stuk rasechte klimbenen in het bezit, een voedingsbodem voor een spectaculaire finale van het Wereldkampioenschap in Napels.

De zon speelde een belangrijke factor vandaag, en dat was op het eind van de dag niet anders. De lyrische mensen aan de kant hadden vaak een emmer water voorhanden om ons te doen afkoelen, wat soms wel als storend kon ervaren worden door ons vijf. Elke meter leek er een teveel te worden, het leek wel of dat er niemand meer in staat was om nog iets te gaan forceren. Anacona spreidde zijn vleugels op een dikke vijf kilometer van de streep, maar alle vier konden we relatief eenvoudig aansluiten. Pas als Michele even een bom gooide, vielen er twee af. Denen zijn in principe niet gemaakt om te klimmen, en de Fransen zoeken al jaren een nieuw klimtalent, dus exit Hensen en Koretzky. Nu had de ‘Squadra Azzuri’ het heft in handen genomen met twee pionnen vooraan, maar die Colombiaan Anacona was verdomd sterk. Hij bleek zelfs nog de meest frisse van ons allemaal want hij trachtte tot twee keer toe ons te lossen. Maar Michele deed alles perfect, dichtte het gat met Anacona en liet mij daarna wegrijden. Anacona reageerde, maar kon op tien meter na niet meer mijn wiel te pakken krijgen en mocht de regenboogtrui op zijn buik schrijven. Zo kwamen ik en Michele als echte helden als eerste boven, met mijn wiel net iets eerder dan de zijne.

Prompt werd bij de podiumceremonie een bronzen standbeeld onthuld (op voorhand gefabriceerd!) van mij, lijdend op de fiets. Ik kon de tranen niet meer bedwingen en liet ze volledig hun vrije loop gaan. Een staande ovatie was mijn deel. Jens Voigt overhandigde als UCI-bestuurder mijn regenboogtrui en de medailles voor Michele en Anacona. Sinds dat moment was ik dan ook renner af, en nam ik afscheid van de wielerwereld. Vrijwel meteen werd mijn naam geëerd als een mythologisch figuur. Die werd enkel maar groter na mijn zelfmoord vijf dagen later. Het gehele land in diepe rouw gedompeld. Ik werd nog postuum geridderd, en kreeg een gedenksteen op de Vesuvius. Mijn leven was ten einde. Geen weg terug.

25 jaar later won Massimo Cutolo als 27-jarige knaap de koninginnenrit van de Giro d’Italia op de Vesuvius.

Het geschreeuw van diezelfde Massimo deed me ontwaken. Mijn kleine spruit had nuttig gebruikt gemaakt van zijn luier en zo kon hij logischerwijs onmogelijk slapen. Het was vier uur in de nacht en aangezien ik niet meteen de slaap opnieuw kon vatten, nog volledig in de ban van de voorbije droom, keek ik enkele minuten door het grote schuifraam in de kamer naar buiten. Ook bij nacht waren de Napolitaanse weilanden feeëriek.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Bedankt Lupo! :)

Geplaatste Afbeelding

(72)

Het moge een wonder zijn dat ik amper afzag van het verlies van Leona. Na een volle week mocht je toch wel verwachten dat het gemis ontegensprekelijk groot zou geworden zijn, maar niets was minder waar. Kennelijk amuseerde Leona zich uitstekend met Laura, ze zou al lang weer een deel van het huishouden geworden zijn. Maar ach. Als liefde eerder een last dan een toegevoegde waarde vertegenwoordigde, maak je er beter een einde aan. Leona was haarzelf niet meer. Ik hield niet van die nieuwe Leona, hoezeer ze een lijf had om in te bijten. Een lichtjes bruingetaande huid, de perfecte maat qua borsten, lange, slanke benen en glanzend, blond haar. Ze was beeldschoon, en dat was ze ook binnenin. Tot een combinatie van een epilepsieaanval en een chauffeur die haar niet meer kon ontwijken daar een einde aan maakte. Ze miste haar oud leventje niet. Massimo zou duidelijk zijn leven verder kunnen zetten bij mij. Alsof ook zij met een compleet nieuwe lei wou beginnen. Het bleef vreemd aanvoelen. Een hoofdstuk werd definitief afgesloten.

Nu ik alleen was, lag er feitelijk niets in de weg om eens de bloemetjes buiten te zetten. Damiano had ooit eens geopperd om samen naar een wild feestje te gaan en daar onze bloemetjes buiten te zetten. Zo kwam ik voor het eerst in mijn leven op een plaats waar iedere jongen wel een lid van het andere geslacht kon binnendraaien. Ongestoord. Damiano bleef uiteindelijk de eeuwige vrijgezel aka vrouwenverslinder. En ook wel een womanizer. De vrouwen klitten aan Damiano als een mug bij licht, al schijnt dat een fabel te zijn (zo leren jullie ook wat bij). Zodoende zette ik Massimo af bij de ouders van Leona. Bewonderenswaardig hoe ik een goede verstandhouding bleef hebben met mijn ex haar ouders. Maar Massimo bleef uiteindelijk hun enig kleinkind, en ik vond het belangrijk om Simone en Silvia niet de rug toe te keren. Voor mij bleven ze familie. Het feit dat ze veeleer mijn kant kozen zegt genoeg volgens mij.

Laten we er geen doekjes om winden. Die avond heb ik nog nooit zoveel vrouwelijk schoon op enkele vierkante meter waargenomen. In alle vormen. Groot, klein, goed gebouwd en helemaal niet gebouwd. Alsof er een nieuwe wereld open ging. “Kijk Matteo. Dit is het echte leven die wij gemist hebben als jongeling. Laten we de verloren tijd voor één keer inhalen. Ik moet pas in actie treden binnen drie weken in Andalucië, en de stage begint binnen tien dagen. Laten we deze periode van de laatste rustdagen gebruiken om eens goed te levenâ€. Ik knikte met veel goedkeuring, terwijl een fris blaadje met een trots getoonde boezem me aankeek en knikte. “Vanavond telt enkel het uiterlijk. Nu ben je weer vrij Matteo, profiteer ervan voor zo lang het duurt. Jij bent niet zoals mij, dat weet ik. Jij kan je binden, ik kan dat (nog) nietâ€. Ik voegde meteen de daad bij het woord en ging op jacht nadat ik enkele glazen champagne binnenwerkte. Volgens Damiano werkte alcohol op je gedrag, werd je losser en durfde je veel meer. Een hiaat in mijn levenscultuur zo bleek, ik had immers nog nooit alcohol genuttigd. Na die paar glazen champagne was ik dan ook al flink aangeschoten.

Ondanks ik alles troebel zag, was ik immer in staat het kaf van het koren te scheidden. Ik sprak het eerste het beste meisje aan die me beviel, waarna we een “boeiend†onderhoud startten. Over dingen zoals “ik kan goed tegen de drank†en “ik heb geniale vriendenâ€, maar ook “ik ben die wielrenner die betrapt is op doping, ken je me?†Waarna het meisje, ze zou zonder naam blijven, prompt haar tong in mijn mond stopte. Uiteraard refuseerde ik niet, en liet het begaan. Het ging er bij wijlen heftig aan toe. Een halfuur later kon ik al iemand anders strikken zonder ook maar één woord gezegd te hebben. Haar een drankje aanbieden was al goed genoeg. En zo moest het er wel eens van komen dat er de liefde bedreven zou worden, al is liefde in deze context uiterst relatief. Eerder het plezier bedrijven ofzo. Hoe dan ook, de dame met de appelvormige borsten, niet al te groot, en een achterwerk om in te bijten, nam me mee naar haar appartement, op zo’n vijfhonderd meter van de discotheek. Het moet zo’n vier uur ’s nachts geweest zijn. We deden een kleine tien minuten over die vijfhonderd meter, we strompelden en waggelden meer.

Binnengekomen in het appartement konden we niet van elkaars lijf blijven. We namen voor alle zekerheid de lift, de trap leek ons iets te gevaarlijk. Dat we nog tot die conclusie kwamen in deze toestand… De dame, met de prachtige naam Alessia, was niet meer in staat haar in te houden bij binnenkomst en trok onmiddellijk mijn broek af. Ik was Damiano nog dankbaar dat hij me een condoom aanreikte in de vooravond, hij kwam nog bijzonder goed van pas. De seks was ietwat stuntelig, aangezien we beiden niet meer recht konden lopen en dus alles scheef waarnamen. Desondanks werd het de vurigste vrijpartij sinds lang. Zo’n twintig minuten duurde onze sessie, waarna we elkaars lichaam nog eens uitvoerig betastten en inspecteren. Pas nu werd het nut van de tong duidelijk. Die paste werkelijk overal in. We zouden nog zo’n uur met elkaar spelen, tot we allebei in slaap vielen. Verzadigd na een, dat kon je toch wel stellen, vruchtbare avond/nacht.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Dat mag wel eens ja!

Geplaatste Afbeelding

(73)

Ontnuchterend. Zowel letterlijk als figuurlijk. Zo kon je deze ochtend beschrijven. The day after. Man ik schrok me een hoedje toen ik naast een onbekende schoonheid wakker werd. Wederzijds overigens, al vond ze me er wel knap uit zien. Ondanks dat we allebei een stevige kater te pakken hadden, vond ze van zichzelf dat ze deze nacht een mooie keuze had gemaakt. Ik ook trouwens. Alessia, ik had haar naam nog onthouden als bij wonder, was een studente van 21 hier in Napels. Een rasechte Emiliaanse, ze kwam immers uit hoofdstad Reggio Emilia en studeerde hier architectuur. Dat kwam ik allemaal te weten nadat we samen ontbeten. Nu ja, ontbeten. De klok had inmiddels al één keer geslagen. Ze kwam me bijzonder intelligent over, mocht wel als studente architectuur. Ze wist me te vertellen dat vele escapades gepaard gingen met jongens die evenveel hersencellen hadden zoals hun geslachtsdeel klein was, maar dat ik een grote uitzondering vormde. Ik voelde me wel geflatteerd door de jongedame, die duidelijk nog genoot van haar jeugd. Toen ze me vroeg hoe oud ik was, schrok ze zichtbaar. “28 jaar? Je ziet er jonger uit. En neem dat maar als een complimentâ€, knipoogde ze. Ik wreef over mijn ongeschoren gezichtshaar. Het was stilaan tijd om thuis een beetje uit te zieken. En och god, de ouders van Leona wilden vandaag Massimo terug thuis afzetten, dus moest ik wel snel afzakken naar de rand van Napels, naar mijn nederzetting.

Juist voor ik mijn auto zou zoeken – ik wist echt niet meer waar ik die had neer gepland de avond ervoor, duwde ze haar telefoonnummer in mijn handen. “Voor het geval datâ€, zei ze. “Wees gerust, ik doe dit niet bij iedereen. Maar jij lijkt me wel een interessant persoon. Trouwens, ik herken je van ergens maar jammer genoeg kan ik je niet meteen plaatsenâ€. Ik vertelde haar niet dat het wel eens van het wielrennen kon geweest zijn, kwestie van ze niet meteen af te schrikken. Dat leek mij het snuggerste. “Dat heb je soms wel hé. Ik zou zo’n knappe dame als jou wel herkend hebben indien ik je eerder al gezien zou hebbenâ€. Handig de rollen omgedraaid, ik was best trots op mezelf. Ze bloosde. “Bedankt. Je hoort nog van meâ€! Ze gaf me een vluchtige kus, waarna ik het appartement verliet. Ze zwaaide nog vanuit haar balkon, waarna ik terugzwaaide. Het benieuwde me of ik er ooit nog iets van zou horen eerlijk gezegd. Ze gaf mij niet bepaald een speciaal gevoel zoals ik bij Leona een lange tijd gehad had. De oorzaak daarvan kon wel zijn dat de periode Leona nog niet ver genoeg achter me lag.

Pas na een klein halfuur kon ik mijn auto, geparkeerd in een ondergronds parkeerterrein, terugvinden. Ik prees God dat ik een zonnebril tot mijn beschikking had, want mijn ogen konden niet bepaald het zonlicht verdragen. Desalniettemin halfverblind kroop ik de auto in. Het ging wat trager dan anders. Elke put in de weg testte mijn autoveringen en aangezien die niet om over naar huis te schrijven waren, voelde ik elke krater in de weg tien keer zo hard in mijn hoofd natrillen. Een kater. Vreemd gevoel voor een eerste keer. Thuisgekomen plofte ik me meteen in de zetel, sliep ik een kleine roes uit van een halfuur, tot het moment dat Silvia me bruusk wakker maakte door iets langer dan toegelaten de bel indrukte. Ze zag dat ik niet bepaald een gezond moment beleefde, waarna ze besliste niet te lang te blijven. “Al best dat je ons nog hebt hé Matteo. Zo kan je ook nog eens de bloemetjes buiten zettenâ€. Silvia lachte. “Wij zijn ook nog jong geweest hoor Matteo, maak je maar geen zorgenâ€. Nog snel vroeg ik hoe het met Leona gesteld was. Silvia wist me te zeggen dat ze op het punt stond te verhuizen naar Amerika. New York meerbepaald. Wat haar tot die beslissing heeft gebracht, daar wist ze geen antwoord op te geven. Maar ze was dit verrekte land kotsbeu.

Silvia gaf Massimo in mijn armen en vertrok alweer. Ik stopte de gapende Massimo meteen in zijn bedje, waarna ook ik de ogen sloot en trachtte te recupereren van een wilde nacht. Met Alessia. Oh wat een heerlijke naam was het toch.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Geplaatste Afbeelding

(74)

De tijd vloog voorbij. Elk jaar weer, en ook in 2017 was dat niet anders, planden we een soort van afsluitingsstage in Japan om daarbij ook de Japan Cup te beslechten, waar het Lete Cycling Team daarna ook zou aantreden, en ik mocht het team vergezellen. Vooral een verplichting van de sponsor, die ook in Japan een goede naam wou creëren. Bij wijle viel het niet bepaald in goede aarde, vooral dan met Michele en Francesco liep het stroef. En dat deed pijn. Hartszeer. Werkelijk waar. Ik zag er meer van af dan het verlaten van Leona. Best dat ik nog altijd goed kon opschieten met Damiano en Peter (Sagan red.). Slimme zet geweest van Roberto om Sagan binnen te halen. Hij was immers onze grootste concurrent in het gros van de koersen. Door hem een jaar terug zelf in te lijven was dat probleem professioneel van de baan geruimd.

Elke avond organiseerde het hotel waar we overnachtten, in het dorpje Tochigi (niet ver van startplaats Utsunomiya) een thema-avond . Plezier en vertier alom. De eerste avond behoefden we nog een ijsbreker, maar daarna vonden we die al snel in de vorm van David Zabriskie. De bebaarde Amerikaan die ondertussen al 38 jaar was en vooral fungeerde als wegkapitein en ons ervaring trachtte door te geven, was een voortreffelijke sfeerbevorderaar in het Lete Cycling Team. Zijn goocheldoos nam hij te allen tijden mee, wat zorgde voor hilarische taferelen. Zo had hij eens Moreno Moser, neef van, in een rechthoekige box gestopt om hem te doen verdwijnen. Hij presenteerde zijn goocheltruc op een houten podium met onder de box, waar onderaan een gat in gemaakt was, toevallig een luikje. David en Moreno spraken af dat Moreno binnen de vijf seconden zich kon schuilhouden onder het houten podium, die vooraan was bedekt met een zwart doek zodat je Moreno niet kon waarnemen aan de voorkant van het houten podium. Alleen bleek het luikje niet langs onder open te gaan, maar langs boven. Moreno kon zo onmogelijk ontsnappen. Pure slapstick toen bleek dat Moreno doodleuk in de box was blijven zitten. Ook dat was David. Een verstrooide Amerikaan. Maar de eerlijkheid gebood mij te zeggen dat Zabriskie nog altijd een voortreffelijk tijdrijder was. Een discipline die uiterste concentratie vergde. Permanent verstrooid was hij dus ook niet bepaald. David werd in augustus zelfs nog Amerikaans kampioen tijdrijden voor Phinney en Matthew Busche.

Naarmate de stagedagen vorderden werd ook de band tussen Michele en Francesco en mij beter en beter. We praatten terug met elkaar, al was het ietwat oppervlakkig te noemen. Alsof we elkaar voor de eerste keer leerden kennen. Ik snapte nog altijd niet goed hoe het zo ver kon komen dat onze innige banden zo vertroebeld raakte. Wat zeker ook mede in de pap zal te brokken gehad hebben was het wielersucces, die van alle drie niet gering was, maar toch stond ik nog een trede hoger dan Francesco en Michele. Het zorgde twee jaar geleden, niet toevallig in mijn laatste seizoen, voor wrevel. De bom barste na het wereldkampioenschap in Richmond, waar Francesco en Michele weigerden vol voor mij te rijden. Ik werd immers gebombardeerd tot alleen heersende kopman. Die inwendige irritaties hadden vast en zeker een belangrijk aandeel in mijn nederlaag in de sprint tegenover Tosh Van Der Sande. Ik werd immers gedwongen dieper en dieper in mijn reservevoorraad energie te tasten, waardoor ik niet meer met gelijke wapens kon strijden tegen de talentvolle Vlaming.

We waren aanbeland aan de laatste dag van de stage in Japan. Roberto had een route uitgestippeld langs het wk-parcours van 1990 om eens kennis te maken met de Japanse klimkilometers. Dat, in combinatie de helse wind, gaf deze route een hels karakter. Aangezien een groep van dertig renners te veel was om individueel te inspecteren en te analyseren, werden we opgesplitst in twee groepen. Ik kreeg Giuseppe Lanzoni onder mijn hoede, een zachtaardige ploegleider die nog stamde uit mijn Colnago-tijd. Zo kon ik me meten met klasbakken als Peter Sagan, Damiano, Fabian Cancellara en Jacopo Guarnieri. Bergop zou de nieuw aangetrokken Enrico Battaglin een streepje voor moeten hebben op de rest, en dat wou hij uitvoerig testen. Na een uur opwarming over het glooiende Japanse parcours, kregen we het duo heuvels die de renners in 1990 ook op hun bord kregen voorgeschoteld. “Matteo. Toon eens dat je het nog altijd kan. Ik wil je wel eens uitdagenâ€. Enrico, derde in de Giro van vorig jaar, was een zelfverzekerde jongen, met veel respect voor zijn medemens. Een aimabele renner die nooit ruzie zocht. Revanche voerde hij in zijn sportieve kwaliteiten in, en die wou hij nu tentoonspreiden. Zo vertrokken we naast elkaar aan de voet van de muur, die twee en een halve kilometer langs was. Enrico zag er mij bijzonder fris uit. Via mijn mimiek gaf ik hem de indruk niet over goede benen te beschikken. Ik schokte nogal van links naar rechts en mijn mond bengelde maar wat als een los element van mijn gezicht. Enrico had al de nodige ervaring opgedaan de laatste jaren in het wielermilieu, maar toch trapte hij met lede ogen in mijn val. Hij ging al aan op anderhalve kilometer van de top, waar Giuseppe Lanzoni ons stond op te wachten. Ik kroop met bijzonder veel gemak in zijn wiel en gaf hem zo de illusie van de sterkste te zijn. Even later liet ik hem met veel bravoure achter. Ik schrok van mezelf. Mijn conditie was nog niet geheel in orde, er hingen nog zo’n drie kilo overtollige vetten aan mijn tengere lijf, en toch liet ik een op en top professionele renner met sprekend gemak achter bergop. Iedereen was zichtbaar geschrokken van de prestatie. Giuseppe kon vanuit zijn stembanden enkel lovende woorden vormen. “Een natuurtalent ben jij. Mijn god. En je bent nog niet eens in topvorm, in tegendeel. Ik ben blij dat je ons team volgend seizoen opnieuw zal vervoegenâ€.

Het creëerde een raar gevoel diep van binnen. Officieel was ik geschorst en renner af, en toch voelde ik me opnieuw deel uitmaken van het profpeloton. Het verlangen naar volgend seizoen werd er alleen maar groter door.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Bedankt alweer voor alle reacties!

Geplaatste Afbeelding

Intermezzo

De mooiste koers die ik ooit gereden heb? Sowieso ‘De Hel van het Noorden’, stammend uit 2014. Ik had in de voorbije weken al Milaan-San Remo op mijn conto kunnen schrijven, en werd door de bookmakers en wielerkenners dan ook bestempeld als de torenhoge favoriet om ook op de Vélodrome in Roubaix als eerste de streep te overschrijden. Maar er zou concurrentie komen vanuit onverwachte hoek. De hemelsblauwe brigade van Colnago-CSF werd door de prestaties van mij, Damiano en later Michele sterker en sterker. Francesco was nog een concurrent, en dat zouden we vooral die dag geweten hebben.

Het was letterlijk in het stof bijten vandaag. Permanent. Qua weersomstandigheden ietwat vergelijkbaar met de editie uit 2007, waar kangoeroe Stuart O’Grady het snikhete weer trotseerde en doorheen de stofwolken solo in Roubaix aankwam. Het kwik steeg naar ongekende hoogten voor de tijd van het jaar, bij wijlen zo’n 35 graden Celsius. Het was puffen en zweten. We mochten dan nog allemaal Italianen zijn, en ik in het bijzonder een Napolitaan, dit hadden we nog nooit meegemaakt in april. Bij de start verliet dan ook niemand het pelotonsnest. Het was veel te warm. Er zou een tsunami van zweet plaatsvinden tussen Parijs en Roubaix. Pure waanzin.

En toch zetten drie waaghalzen het op hun lopen. Met name Damien Gaudin, Thomas de Gendt en Perrig Quémeneur zochten de warmte nog eens extra op. De ploegwagens achteraan hadden hun handen vol met drinkbussen te overhandigen aan de waterdragers. Quasi constant zakten renners af om vloeistof binnen te rijven en te verdelen. Veel drinken in dit weer was dan ook de boodschap. Het zweet die bij zeeën verloren ging moest meteen weer aangevuld worden. Om enigszins in de luwte te vertoeven, koos ik een plekje uit in de buik van het peloton, tot we de aanloop zouden nemen naar het Bos van Wallers. Daar lag de kasseistrook nog eens extra gevaarlijk dankzij het opstuivende stof. Eén groot zandgordijn zou het worden voor onze ogen, en dan was het geen overbodige luxe om ergens vooraan met een vaste hand Wallers te temmen.

Door de hete temperaturen werden de eerste twee uren op een laag tempo verreden. De schrik om te vallen op die hete kasseien, wat voor lelijke brandwonden kon zorgen, zat er immers goed in. Het mocht dan ook niet verbazen dat de kopgroep van drie aan het Bos van Wallers twaalf minuten vrijgeleide kreeg van het grote pak. Aan het Bos werd het duidelijk dat de twee Fransen vooraan, Gaudin en Quémemeur, niet bepaald stout waren om de gashendel voor de volle honderd procent open te draaien. Een kwaliteit waarover Thomas de Gendt te allen tijde beschikte. Hij deinsde voor niemand terug en plaatste zijn handen aan de onderkant van zijn stuur. Zijn rug werd zo horizontaal gebogen, een duidelijk teken dat de Gendt er geen gras zou over laten groeien. Gaudin en Quémemeur hadden niet bepaald de goesting om ledematen te breken en af te zien op de kasseien door de hitte en trappelden verder op hun pedalen onder hun tweeën. Zo verzorgde de Gendt de show in Wallers, een rol die was weggelegd voor Fabian Cancellara in het peloton. Met de handjes los bovenaan het stuur trok hij het peloton helemaal op een lint. De risico’s werden zodoende allesbehalve gemeden, wat dan ook zorgde voor talloze tuimelpertes. Tom Boonen brak zijn pols en werd zo genoodzaakt om de wedstrijd te staken, net als Damiano. Hij brak niets, hij had enkel grote schaafwonden opgelopen, maar had een zodanige achterstand opgebouwd na zijn valpartij – volgwagens kunnen logischerwijs niet door het Bos raken en moeten een omweg maken. Ik daarentegen had me meteen na de rush van Cancellara in zijn wiel genesteld, na enig duw –en trekwerk met Nuyens en Gilbert. Ook Francesco, lid van het Katusha-team, wist zich te handhaven in de voorste regionen van het peloton.

Nadat iedereen de schade kon opmeten na het Bos, werd het duidelijk dat een groep van 22 renners zich heeft kunnen afscheuren van de rest. Het kaf van het koren werd dus bruusk gescheiden in Wallers. Weinig grote namen hadden de slag gemist. Ik kreeg het gezelschap van klokken van namen als Cancellara, Gilbert, Nuyens, Haussler, Flecha, Hushovd, Phinney, Demare (derde vorig seizoen in Roubaix) en onze Brambilla. Kortom: ik had maar één ploegmaat mee. Roberto reageerde furieus achteraf dat er niemand anders zich had kunnen doorzetten, want met een renner als Pozatto, die Roberto aangetrokken had om vooral mij te ondersteunen in de klassiekers, verwachtte hij toch wat meer van de schaduw himself dan een erbarmelijke 54ste stek. Pozatto’s krediet was meteen al opgebruikt.

Vooral BMC, met drie favorieten voorop, trachtte de boel onder controle te houden tot dat de Gendt zou kraken. Maar de Gentenaar bevond zich in een superdag. Op zo’n zestig kilometer van de Vélodrome had hij nog een doenbare voorsprong van vier minuten. Roberto werd stilaan nerveus en stuurde Brambilla mee vooruit met een aanval van Boasson Hagen en Peter Sagan, die wonderbaarlijk over de kasseien reed. Het bracht wel wat verschuivingen met zich mee, want BMC reageerde meteen door Hushovd de kop te laten trekken ten dienste van Gilbert en vooral Phinney. Zo achtervolgde een groepje van acht renners, waar ik mij in extremis heb kunnen bij hijsen, op een ontsnappingspoging van Bo Hagen, Brambilla en Sagan, die op hun beurt de Gendt opjaagden. Het rijk van de Vlaming was dan ook uit op de kasseistrook van Moulin de Vertain, op een grote dertig kilometer van de aankomst. En dan was de tijd gekomen voor Francesco om een ferme coup te gaan plegen. Het viel even stil, waarna hij aan de rechterkant van de kasseistrook vol doortrok. Uiteraard zag ik meteen het gevaar, ik wist welke intrinsieke kwaliteiten Francesco bezat, en sprong met alle kracht die ik in mijn lijf bezat in zijn wiel. Enkel Phinney kon buiten mij aansluiting vinden met Francesco, de rest zat al volledig op hun tandvlees.

Aan een onwaarschijnlijke snelheid denderden we over de stoffige kasseien. Bij momenten doorstond ik ware doodsangsten aangezien ik bijna niets kon zien door de stofwolken. Alsof één grote stofwolk ons drie omarmden. Enkele kilometers voor het befaamde Carrefour de l’Arbre wisten wij Brambilla, Sagan en Boasson Hagen bij te benen. Francesco sleurde nog altijd als een bezetene op de kop, niemand had er de tijd om even op adem te komen. Boasson Hagen, Sagan en Brambilla bogen al snel het hoofd. Ook ik kreeg het op Carrefour de l’Arbre even lastig, wanneer Francesco op zijn buitenblad keihard uithaalde, alweer. Phinney paste meteen, ik kon me nog even handhaven in zijn wiel, al begon ik steeds meer en meer foutjes te maken door de hoge risico’s die ik moest nemen. Francesco stond er ook om bekend een waaghals te zijn. Hij voelde zijn fiets perfect aan en vloog over de kasseien zoals het een Duitse autosnelweg zou zijn.

De voorlaatste strook, die van Willems à Hem op acht kilometer van het einde, betekende even het einde van de stormloop à la Montella. Het was slechts uitstel van executie. Francesco duldde geen tegenstand, zelfs niet van mij, en hij liet me ter plekke op enkele kilometers asfaltwegen. Meteen blies mijn motortje zichzelf helemaal op, Francesco verdween vliegensvlug uit het vizier. Zo kwam een door stof en zand aangekoekte Francesco solo op de Vélodrome aan. Het werd een ware zegepraal voor Francesco. De uitzinnige menigte, beter bekend als het publiek, trakteerde de Napolitaan op een uitgebreide staande ovatie. Hij stak zijn beide vingers de lucht in, om Manuele te groeten. Nog altijd onze grootste drijfveer der successen. Totaal geradbraakt kwam ik binnengewaggeld op driekwart minuut van de triomfator. We vlogen elkaar in de armen op het voetbalveld en feliciteerden elkaar met deze uiterst straffe prestaties. Phinney bolde binnen op anderhalve minuut, de rest van de gladiatoren moesten we al gaan zoeken na vier minuten. Slechts 58 renners zouden de finish van Parijs-Roubaix halen omdat de rest ofwel te laat binnenkwam, ofwel niet in staat was om nog verder te rijden.

Die editie van ‘De Hel van het Noorden’ zou me voor eens en voor altijd bijblijven.

Share this post


Link to post
Share on other sites

De woordspeling Thomas :igreen:. Sint-Niklaas is hij afkomstig zeker?

Geplaatste Afbeelding

(75)

Lete Cycling Team anno 2018:

Geplaatste Afbeelding

Het deed me denken aan heroïsche verhalen over eeuwige vijanden Fausto Coppi en Gino Bartali. Ik, Matteo Cutolo, kon mezelf wel inleven ‘Il Campionissimo’ zijnde, alleen vertegenwoordigde zowat de grote helft van Italië Gino Bartali. Vooral de pers liet geen spaander heel van me bij aanvang van het seizoen 2018, en rakelde allerlei oude en overgeleverde verhalen op, met een grote zin voor overdrijving. Het moet wel gezegd worden: in de twee jaar dat ik renner af was, werd ik mentaal elke dag sterker en sterker. Het kon me helemaal geen moer schelen wat “men†over mij dacht. Men, dat is geen persoon. Dat zijn onbestaande wezens. Hatelijke woorden. Net zoals “iedereenâ€, want er zit altijd een lelijk eendje tussen die tegendraads doet. Daarbij kreeg ik bijzonder veel steun van mijn ploegmaats, en nu mag ik wel iedereen zeggen, en Roberto. Ja ik had gegeten van de verboden vrucht, en ja ik heb daar voor geboet. Maar de tijden waren veranderd.

Mijn seizoen zou pas beginnen in Toscane, waar ik een orgelpunt zou trachten te zetten op mijn voortreffelijke voorbereiding daarvoor. Vroeger mocht ik ook nog geen competitie rijden, het kwam uiteindelijk wel goed uit. De Strade Bianche, ondertussen gepromoveerd naar een regelrechte klassieker - zelfs de zesde grote klassieker genoemd, zorgde altijd voor spanning. Ploegmaat Cancellara won nog twee keer na zijn triomf in 2012: in 2014 en vorig jaar, op bijna 36-jarige leeftijd. Daarna was het Peter Sagan die drie keer zijn duivels ontbond, ook al een ploegmaat. Ik heb Sagan altijd al graag gehad. Nochtans, we waren quasi zoals Coppi en Bartali: sportieve vijanden. Al werd dat vooral door de mediawereld flink opgeblazen. We waren zelfs goede vrienden geworden. Maar aangezien we allebei erg competitief waren ingesteld, zorgde dat soms voor waanzinnige taferelen. Iedereen hield de adem in bij een sprint-à-deux. Hij was dan ook bijzonder blij dat ik na twee jaar afwezigheid uit het peloton terug zou aansluiten bij de ploeg. We hielden elkaar recht en scherp. Ook met Damiano was dat nog altijd zo. Vorig jaar kende hij veel pech, maar ij zo na zette hij een kers op de ellendige taart door in Warschau bijna wereldkampioen te worden in de massasprint. Enkel Mark Cavendish kon hem remonteren en werd zo, na Kopenhagen 2011, voor de tweede keer wereldkampioen. Hij bleef de beste sprinter, en hij dong zelfs mee naar de titel van “allerbeste sprinter aller tijdenâ€. Qua statistieken won hij het pleit. 48 sprintzeges in de Tour de France na negen edities, vier keer de Groene Trui sinds 2011… Alleen was Mario Cipollini als totaalpakket beter. De flair, de arrogantie van een kampioen. Cavendish had die ook wel, maar in mindere mate. Hoe dan ook, Damiano was de enige die Mark van de Groene Trui kon houden, puur omdat hij in de meer heuvelachtige ritten ook zijn slag kon slaan. Damiano won rechtstreeks maar twee keer van ‘The Manx Express’, maar nam ook wel evenveel keer de Groene Trui mee naar huis. Het waren allebei uitstekende sprinters.

Wereldkampioen Cavendish was ook aanwezig in de Tour Down Under, voor het eerst overigens. Roberto wou hier de basis leggen voor een uitmuntend seizoen en liet zowel Damiano als Peter Sagan starten. Ik vloog mee naar het snikhete Australië, om voor het eerst sinds lang nog eens de werkelijke sfeer van de wielersport te kunnen proeven. En ik zag Damiano twee keer winnen door respectievelijk de maat te nemen van Italiaans kampioen Nicolo Fabrizio van Team Sky en Olivier Betancourt van La Française des Jeux. Twee teams die de voorbije twee jaar zijn blijven bestaan, want sommigen zijn verdwenen sinds 2016. We namen afscheid van Euskaltel, die gingen namelijk op in een grote Spaanse ploeg: Desigual. Peter Sagan won de slag op Willunga Hill, en werd zo tweede in het eindklassement. Tweede?! Ja, de tweede rit werd immers gekleurd door een solovlucht van een nobele onbekende: George McNamara. Godenkind én ploegmaat. Het moge duidelijk zijn, Lete Cycling Team was hét Manchester City van het wielrennen. Zowel qua geld als qua prestaties. George was een Amerikaan die nog maar zijn eerste wedstrijddagen afhaspelde bij ons team. Een rastalent op de tijdritfiets, en ook in de klassiekers kon hij zijn mannetje staan. Maar hij was speciaal. Het was immers een millenniumkindje. Inderdaad: geboren op 1 januari 2000. Achttien jaar oud, en al winnen bij de profs… Niemand deed hem dat voordien na. Hij zou de nieuwe Fabian Cancellara worden. Maar laten we vooral niet vergeten dat McNamara gewoon zodanig onderschat werd door het peloton dat ze hem lieten rijden, in de wetenschap dat hij op Willunga Hill wel zou breken. Pijnlijke misrekening. De twee minuten bonus die hij kreeg waren ruimschoots voldoende om stand te houden. A new star was born.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now